Oefentoets Biologie: Plantenanatomie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 31

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenfysiologie

Glucose uit zetmeel.
Zie figuur B 724 van de bijlage.

Een kiemende boon (zie tekening) bevindt zich onder de grond.

In welk of in welke van de aangegeven delen kan zich glucose bevinden dat ontstaan is uit zetmeel?

Plantenfysiologie

Verdamping door huidmondjes.
Zie figuur B 682 van de bijlage.

In het diagram is de verdampingssnelheid van water uit een bepaalde plant uitgezet tegen de openingswijdte van de huidmondjes van die plant.

Welke van onderstaande conclusie is of welke zijn juist?

I. Wanneer de gesloten huidmondjes van deze plant zich openen tot openingswijdte P, neemt de verdampingssnelheid toe.
II. Wanneer de openingswijdte tweemaal zo groot wordt als bij P, wordt de verdampingssnelheid bij deze plant ook tweemaal zo groot.

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Bescherming tegen verdroging bij planten.

Bij planten kunnen de volgende eigenschappen voorkomen:

1. behaarde bladeren,
2. onbehaarde bladeren,
3. zeer diep liggende huidmondjes,
4. ondiep liggende huidmondjes.

Welke van deze eigenschappen beschermen het meest tegen uitdroging?

Plantenanatomie

Duinen.
Zie figuur B 3333 van de bijlage.

In een helmblad bevinden zich vaatbundels met houtvaten en bastvaten.

Welke letter in de afbeelding geeft een deel van het blad aan met een vaatbundel?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Schimmels.

Bij de afbraak van drollen door bacteriën en schimmels komen stoffen vrij, die door planten kunnen worden opgenomen.

Is koolstofdioxide een van deze stoffen?
En horen mineralen tot die stoffen?

Plantenfysiologie

Luizen en lieveheersbeestjes.

De bladluizen nemen vooral veel suiker op uit de bladeren.

Uit welke vaten nemen de bladluizen suiker op?

Plantenfysiologie

Prei en onkruid.

Leg uit dat de opbrengst aan prei slecht is als er veel onkruid tussen de preiplanten groeit.

Plantenfysiologie

Bestrijding van plagen.

Een groot probleem waar veel mensen in de wereld mee kampen, is het gebrek aan voedsel. En het feit dat één derde van de oogsten door plagen wordt aangetast, doet daar geen goed aan. Ook belemmeren andere planten de groei van gewassen. Jarenlang hebben mensen grote hoeveelheden chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt om plagen en andere planten te bestrijden.

Noem twee oorzaken waardoor andere planten de groei van voedingsgewassen bemoeilijken.

Plantenfysiologie

1/2 Eikenprocessierupsen.

De laatste jaren heeft men in Brabant veel last gehad van de rupsen van de eikenprocessievlinder. De rupsen voeden zich met de bladeren van eikenbomen. De rupsen vreten de eiken kaal. Mensen worden ziek van de haren van de rups.
Men probeert deze rupsen uit te roeien onder andere met een insecticide.
Eikenprocessierupsen hebben ook natuurlijke vijanden zoals sluipwespen. Deze leggen hun eieren in de eikenprocessierupsen. De larven van de wespen die daaruit komen, eten de rupsen van binnen uit op. De natuurlijke vijanden van sluipwespen zijn vogels zoals vliegenvangers en zwaluwen.

Eiken worden door de rupsen bijna helemaal kaalgevreten.

Noem een direct nadelig gevolg van dit bladverlies voor de boom.

Plantenfysiologie

2/2 Eikenprocessierupsen.

De rupsen veroorzaken veel problemen. Daarom is men ook een bepaald insecticide gaan gebruiken om de rupsen te doden. Het insecticide wordt in de stam van een boom gespoten. Via vaten in de stam bereikt het dan de bladeren. De rupsen eten van de bladeren en gaan dood.

Spuit men het insecticide in de bast- of in de houtvaten? Leg je antwoord uit.

Plantenfysiologie

1/2 Duinen.

INFORMATIE 2 HELM
Zie figuur B 3333 van de bijlage.


Helm is een grassoort die in de duinen voorkomt. Helm wordt vaak in de duinen aangeplant om zandverstuiving tegen te gaan. De plant vormt lange, sterk vertakte wortels en wortelstokken die diep in de bodem doordringen en zo het zand goed vasthouden. De bloeitijd is in het begin van de zomer. De bloempjes vormen samen een geelgroene aar. De lange, grijsgroene bladsprieten zijn meestal in de lengterichting opgerold, ter bescherming tegen uitdroging (zie de afbeelding).

In de informatie staat dat de bladeren van helmplanten meestal zijn opgerold ter bescherming tegen uitdroging.

Noem nog een andere eigenschap uit de tekst waaruit blijkt dat de plant aangepast is aan een droog milieu.

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

2/2 Duinen.

INFORMATIE 2 HELM
Zie figuur B 3333 van de bijlage.


Helm is een grassoort die in de duinen voorkomt. Helm wordt vaak in de duinen aangeplant om zandverstuiving tegen te gaan. De plant vormt lange, sterk vertakte wortels en wortelstokken die diep in de bodem doordringen en zo het zand goed vasthouden. De bloeitijd is in het begin van de zomer. De bloempjes vormen samen een geelgroene aar. De lange, grijsgroene bladsprieten zijn meestal in de lengterichting opgerold, ter bescherming tegen uitdroging (zie de afbeelding).

De bladeren van helmplanten zijn meestal opgerold (zie de informatie). De huidmondjes bevinden zich dan aan de binnenzijde.

Leg uit welk voordeel het voor de plant heeft, dat de huidmondjes zich dan aan de binnenzijde bevinden.

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Bladluizen bestrijden.

Bladluizen zuigen vooral suikerhoudende vloeistof uit transportvaten van de bladeren.

Uit welk type of uit welke typen vaten zuigen de bladluizen de suikerhoudende vloeistof?

Plantenfysiologie

Bladluizen bestrijden.

Als op een boom veel bladluizen zitten, kunnen de bladeren van de boom verwelken en vroegtijdig afvallen.

Verandert door deze bladafval 's zomers de hoeveelheid water die uit de boom verdampt?
En verandert hierdoor de hoeveelheid water die door de wortels wordt opgenomen?

Plantenfysiologie

1/2 De Europese maïsboorder.
Zie de figuur B 3399 van de bijlage.

De Europese maïsboorder (zie de afbeelding B 3399) is een insect dat schadelijk is voor de maïsplant. De rupsen (B 3398) voeden zich met weefsel van de maïsplant en daarvoor boort de Europese maïsboorder gangen door bladeren en stengels.

Door gangen te boren in de stengel van een maïsplant verstoren de rupsen het vervoer van water, mineralen en suikers.

Verstoort de Europese maïsboorder het vervoer in de bastvaten?
En in de houtvaten?

Plantenfysiologie

2/2 De Europese maïsboorder.

Rijpe maïskorrels bevatten gemiddeld 17% koolhydraten, 3% eiwitten en 1% vetten.

Zijn mineralen grondstoffen voor de opbouw van maïskorrels?
En zijn suikers grondstoffen voor de opbouw van maïskorrels?

Plantenfysiologie

Nonnetjes.
Zie figuur B 1570 van de bijlage.

Nonnetjes (zie de afbeelding) zijn vlinders die voorkomen in de Nederlandse naaldbossen. Deze larven van deze vlinders eten uitsluitend de naalden van de bomen. Soms is de vraat zó groot dat de bomen kaal worden.
Om de larven te doden kan men vergif spuiten. Men kan ook bepaalde sluipwespen in zo'n bos verspreiden.
Deze sluipwespen zijn insecten die hun eieren in de larven van nonnetjes leggen. De sluipwespenlarven die uit deze eieren komen, eten de larven de nonnetjes van binnenuit op.

Neemt een larve van een nonnetje koolhydraten op uit de naalden van een boom?
En zouten?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Appelschurft.
Zie figuur B 3381 van de bijlage.

Appelschurft is een ziekte die bij appelbomen voorkomt. Het wordt veroorzaakt door een schimmel die onder andere de bladeren aantast. In een blad dat is aangetast door appelschurft, bevinden zich bladcellen en schimmelcellen. In de afbeelding is een deel van een blad weergegeven.

Zijn in de afbeelding schimmelcellen te zien? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Parasitaire planten.
Zie figuur B 6811 van de bijlage.

Maretak en duivelsnaaigaren zijn plantensoorten die, om te kunnen leven, aangewezen zijn op andere planten. Ze leven op een andere plant en onttrekken daaraan stoffen.
De maretak leeft onder andere op populieren en appelbomen en onttrekt daaraan water en zouten. De maretak bezit bladgroen en heeft houtige stengels. De plant kan jaren oud worden.
Duivelsnaaigaren is een éénjarige plant die geen bladgroen bevat en die onder andere leeft op en van brandnetels en heideplanten. Hieraan worden water, zouten en assimilatieproducten onttrokken.

Uit welke vaten van de brandnetel haalt het duivelsnaaigaren de noodzakelijke stoffen?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Een composthoop.
Zie figuur B 1961 van de bijlage.

De afbeelding geeft een composthoop weer. Deze composthoop bestaat uit keuken- en tuinafval, zoals plantenresten, eierschalen, koffiedik, oud brood, enzovoort.
In de composthoop zijn reducenten actief. Zij zetten de stoffen van het keuken- en tuinafval om in andere stoffen. Dit proces heet composteren. Er komt warmte bij vrij. Een composthoop moet af en toe worden omgespit, onder andere om er meer lucht in te krijgen.
Na één of twee jaar wordt de compost over de tuin verspreid.

Compost die over de tuin wordt verspreid, bevat verschillende stoffen.

Zijn hierbij stoffen die door schimmels kunnen worden gebruikt?
En door slaplanten?

afbeeldingafbeelding