Oefentoets Biologie: Hormoonstelsel - feedback | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Deze oefentoets bevat 19 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

19

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Hormoonstelsel

Gedaantewisseling.
Zie figuur B 5 van de bijlage.

Bij proeven over de regeling van de gedaanteverwisseling van kikkervisjes tot kikkers, doet men de volgende waarnemingen:

- als men de kikkervisjes schildklierextract voert, verloopt de gedaanteverwisseling sneller.
- als men bij de kikkervisjes de hypofyse wegneemt, treedt geen gedaanteverwisseling op.

In deze figuur B 5 (schema's 1 t/m 4) geldt:

H = hypofyse;
S = schildklier;
W = weefsels die tijdens de gedaanteverwisseling veranderen.

De mogelijke onderlinge beïnvloeding van H, S en W is door pijlen voorgesteld.

Uit bovengenoemde waarnemingen kan men afleiden dat de onderlinge beïnvloeding van H, S en W kan plaatsvinden volgens


-

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Terugkoppeling.
Zie figuur B 6 van de bijlage.

In deze figuur geldt:

- orgaan 1 maakt hormoon X.
- hormoon X beïnvloedt de werking van orgaan 2.
- orgaan 2 maakt hormoon Y.
- Hormoon Y beïnvloedt onder andere de werking van orgaan 1.

Remming van orgaan 1 door middel van terugkoppeling zal nu optreden als direct gevolg van het feit dat de concentratie van het hormoon

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Terugkoppeling.

De activiteit van een bepaalde hormoonklier wordt gereguleerd door middel van een terugkoppelingsproces.

Dit betekent dat het hormoon van deze klier direct of indirect invloed heeft op

Hormoonstelsel

Terugkoppeling.
Zie figuur B 222 van de bijlage.

Bij endocriene beïnvloeding kan terugkoppeling voorkomen. In de schema's stellen P, Q en R hormoonklieren voor; p, q en r zijn de producten van deze klieren.

In welk(e) schema(s) wordt terugkoppeling weergegeven?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Terugkoppeling.

Hormoon p activeert de werking van een orgaan Q.
De productie van hormoonklier P wordt beïnvloed volgens de afgebeelde figuur B 227 van de bijlage.

Hoe verandert de productie van hormoon p als een bepaalde dosis hiervan eenmalig kunstmatig in de bloedbaan wordt gebracht?

De productie van hormoon p zal kort na de injectie

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Terugkoppeling.
Zie figuur B 237 van de bijlage.

De figuur geeft de regeling weer van de handhaving van een bepaalde concentratie calciumionen (Ca2+ ), in het bloedplasma.

Is er bij een teveel aan calciumionen in het bloedplasma bij P sprake van stimulering of van remming?
En bij Q?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

ADH.

Het antidiuretisch hormoon bevordert de resorptie van water uit de nierkanaaltjes en de verzamelbuizen. De productie van dit hormoon wordt beïnvloed via rechtstreekse terugkoppeling.

Waardoor wordt een toename van de productie van dit hormoon veroorzaakt?

Hormoonstelsel

Glucosegehalte.
Zie figuur B 188 van de bijlage.

Het schema geeft de wederzijdse beïnvloeding weer van het glucosegehalte, het insulinegehalte en het glucagongehalte van het bloed. Hormoon P verhoogt het glucosegehalte van het bloed.

Welk hormoon is P?
Geeft de alvleesklier als gevolg van een verhoogd glucosegehalte van het bloed meer of minder hormoon Q af?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Terugkoppeling.

Enkele hormoonklieren bij de mens zijn: schildklier, ovaria en eilandjes van Langerhans.

Van welke van deze klieren kan de hormoonafgifte geregeld worden door terugkoppeling via de hypofyse?

Hormoonstelsel

Hypofyse.

Door de hypofyse worden verschillende hormonen aan het bloed afgegeven. Afgifte van bepaalde hypofysehormonen heeft tot gevolg dat de afgifte van hormonen door andere hormoonklieren toeneemt.
Enkele hormonen die in het lichaam van de mens worden gevormd, zijn: adrenaline, glucagon, oestrogenen en thyroxine.

Van welk of welke van deze hormonen zal de afgifte toenemen als direct gevolg van toegenomen afgifte van bepaalde hypofysehormonen?

Hormoonstelsel

Hormoonregeling.
Zie figuur B 149 van de bijlage.

In het schema zijn met de cijfers 1, 2 en 3 hormonen aangegeven die een rol spelen bij de regeling van voortplantingsprocessen in het lichaam van de man.

Welk van deze hormonen wordt of welke worden, weliswaar met een andere uitwerking, ook veel gevormd in het lichaam van de vrouw?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Een baby zogen.

Een vrouw zoogt haar baby. Het zuigen van het kind aan een tepel stimuleert de afgifte van het hormoon oxytocine door de hypofyse van de moeder. Dit hormoon bevordert de uitdrijving van de in haar borsten aanwezige melk.

Zal het signaal voor de afgifte van oxytocine als gevolg van het zuigen van het kind via het bloed gaan of via het zenuwstelsel?
En het signaal voor het uitdrijven van de melk?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Terugkoppeling.

Het bestaan van terugkoppeling bij processen die door hormonen worden geregeld, blijkt o.a. uit het feit dat

Hormoonstelsel

In het lichaam van de mens.
Zie figuur B 1651 van de bijlage.

In het schema van de afbeelding is de relatie weergegeven tussen de hormoonproductie van een hormoonklier K en de reactie daarop van weefsels en organen die gevoelig zijn voor het door K geproduceerde hormoon Q.
De hormonen P en Q worden in de lever afgebroken.
Op een bepaald moment wordt een hoeveelheid van hormoon Q in een bloedvat ingespoten.

Wat gebeurt er met de concentratie van hormoon P nadat hormoon Q is ingespoten?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Voortplantingsgedrag.
Zie figuur B 2426 en figuur C 83 van de bijlage.

De afbeelding B 2426 geeft een kanarie weer. Over het voortplantingsgedrag bij vrouwtjeskanaries is het volgende bekend:

1. het voortplantingsgedrag is het gevolg van de toename van de daglengte,
2. het optreden van het voortplantingsgedrag wordt gestimuleerd door de aanwezigheid van mannetjes,
3. het voortplantingsgedrag kan worden opgewekt door het injecteren van gonadotrope hormonen (FSH en LH).

Ga ervan uit dat bij de kanarie dezelfde hormonen worden gevormd als bij de mens, zodat je de informatie uit de figuur kunt gebruiken. Neem aan dat het voortplantingsgedrag direct afhankelijk is van de activiteit van de ovaria.

Teken een terugkoppelingsschema dat de regulatie van het voortplantingsgedrag bij een vrouwelijke kanarie weergeeft. Geef in het schema een plaats aan:

- de hypothalamus
- hormonen uit de hypothalamus
- de hypofyse
- de ovaria
- voortplantingsgedrag
- oestrogenen
- FSH
- progesteron
- LH




-

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

De huid.
Zie figuur E 37 van de bijlage.

In de afbeelding is een model gegeven van de osmoregulatie.

Leg uit waardoor iemand in rust bij een buitentemperatuur van 30°C minder waterverlies met de urine heeft dan bij een buitentemperatuur van 20°C. Betrek in je uitleg de osmoregulatie met behulp van het antidiuretisch hormoon (ADH).

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Het verloop van een actiepotentiaal.
Zie figuur B 1651 van de bijlage.

In het schema van de afbeelding is de relatie weergegeven tussen de hormoonproductie van een hormoonklier K en de reactie daarop van weefsels en organen die gevoelig zijn voor het door K geproduceerde hormoon Q.
De hormonen P en Q worden in de lever afgebroken. Op een bepaald moment wordt een hoeveelheid van hormoon Q in een bloedvat ingespoten.

Wat gebeurt er met de concentratie van hormoon P nadat hormoon Q is ingespoten?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Het verloop van een actiepotentiaal.
Zie figuur B 1651 van de bijlage.

In het schema van de afbeelding is de relatie weergegeven tussen de hormoonproductie van een hormoonklier K en de reactie daarop van weefsels en organen die gevoelig zijn voor het door K geproduceerde hormoon Q.
De hormonen P en Q worden in de lever afgebroken.

Over hormoonklier K worden drie beweringen gedaan:

1. Hormoonklier K is een eilandje van Langerhans in de alvleesklier;
2. Hormoonklier K is een eierstok;
3. Hormoonklier K is de schildklier.

Welke van deze beweringen kan of welke kunnen juist zijn?

afbeeldingafbeelding