Spijsvertering
Spijsvertering.
Wat wordt met de voedseldeeltjes gedaan bij vertering door enzymen?
Wat is het effect van kauwen op deze voedseldeeltjes?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 30 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
30
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
HAVO 4, HAVO 5
NVON
cc-by-sa-40
Spijsvertering.
Wat wordt met de voedseldeeltjes gedaan bij vertering door enzymen?
Wat is het effect van kauwen op deze voedseldeeltjes?
afbeelding
Spijsvertering.
In het spijsverteringskanaal van een mens wordt het voedsel bewerkt.
Meestal worden daarbij moleculen afgebroken, maar soms gaat het alleen om een verdeling van het voedsel in kleinere brokjes.
Dit laatste gebeurt bijvoorbeeld door de werking van het gebit.
Welk van de volgende sappen heeft een werking die lijkt op de werking van het gebit?
Spijsvertering.
Men heeft vijf reageerbuizen met een bepaald spijsverteringsenzym van een mens.
Aan dit enzym worden de volgende stoffen toegevoegd:
in buis 1: zetmeel en maagzuur,
in buis 2: zetmeel en water,
in buis 3: eiwitten, water en maagzuur,
in buis 4: eiwitten en water,
in buis 5: vetten en water.
De buizen worden op 37°C gehouden.
In welke van deze buizen is geen enkele activiteit van dit spijsverteringsenzym van de mens te verwachten?
Experiment met verteringssappen.
Vier reageerbuizen zijn als volgt gevuld:
afbeelding
De buizen worden een dag geplaatst in een ruimte met een constante temperatuur van 37°C.
In welke buis zal na deze dag de pH het laagst zijn?
Spijsvertering.
Drie beweringen over het spijsverteringsstelsel bij de mens zijn:
1. in de wand van de twaalfvingerige darm is zenuwweefsel aanwezig,
2. de vertering van zetmeel door enzymen begint in de twaalfvingerige darm,
3. het alvleessap bevat stoffen die de pH van de darminhoud verhogen.
Welke beweringen zijn juist?
Vertering door broodschimmel.
Een broodschimmel is een organisme dat op brood leeft en zich voedt met stoffen uit het brood door deze extra-cellulair te verteren.
Hierbij vinden de volgende gebeurtenissen plaats:
1. enzymen verteren koolhydraten;
2. schimmelcellen maken enzymen;
3. enzymen worden door schimmelcellen naar de extra-cellulaire ruimte afgegeven;
4. schimmelcellen nemen verteringsproducten uit brood op.
In welke volgorde vinden deze gebeurtenissen plaats?
Experiment zetmeelvertering.
Zie figuur B 611 van de bijlage.
Bij een proef staat een reageerbuis met inhoud in een waterbad (zie figuur 1).
In figuur 2 is de controleproef weergegeven.
Uit beide reageerbuizen wordt een druppel genomen, waaraan jodium wordt toegevoegd.
Dit wordt gedurende een half uur elke vijf minuten herhaald.
Wat kan met dit experiment worden aangetoond?
afbeelding
Zetmeelvertering.
Een zetmeelbevattende voedingsbodem in een petrischaal is met een jodiumoplossing blauw gekleurd.
Op deze voedingsbodem bevindt zich:
- op plaats 1 een druppel speeksel van een mens,
- op plaats 2 een stukje speekselklier van een varken,
- op plaats 3 een stukje maagwand van een varken,
- op plaats 4 een stukje alvleesklier van een varken.
Op drie van de vier plaatsen verdwijnt de blauwe kleur.
Op welke plaats zal de blauwe kleur zichtbaar blijven?
Experiment vertering brood.
Men zet vier reageerbuizen (1 t/m 4) in een rekje en voert daarna onderstaande proeven uit:
afbeelding
Met behulp van bovenstaande proeven kan men onder andere aantonen:
Experiment vertering brood.
Men zet vier reageerbuizen (I t/m IV) in een rekje en voert daarna onderstaande proeven uit:
afbeelding
Welke van de onderstaande conclusies over het speekselenzym blijkt alleen op grond van deze proeven waar?
Aantonen van koolhydraten en eiwitten.
In het spijsverteringsstelsel van de mens ontstaat maltose (een koolhydraat) bij de vertering van zetmeel.
Sommige voedselbestanddelen zijn met behulp van indicatoren aan te tonen.
In tabel 1 worden drie indicatoren genoemd met de daarbij optredende reacties met maltose, zetmeel, glycogeen en eiwitten.
afbeelding
Een hoeveelheid voedsel van onbekende samenstelling wordt getest op de aanwezigheid van maltose, zetmeel, glycogeen en eiwitten.
Dat voedsel wordt tevens behandeld met een onbekend mengsel enzymen. Na drie uur worden de omzettingen beëindigd.
De dan aanwezige stoffen worden getest met de drie indicatoren.
De resultaten van deze twee series proeven staan in tabel 2.
afbeelding
Over de resultaten in tabel 2 worden drie beweringen gedaan:
1. Door het mengsel van enzymen zijn alle eiwitten in het voedsel omgezet.
2. Door het mengsel van enzymen is al het zetmeel en glycogeen in het voedsel omgezet.
3. Door het mengsel van enzymen zijn zowel alle eiwitten als al het zetmeel en glycogeen in het voedsel omgezet.
Welke van deze beweringen is juist?
-
Spijsvertering reptielen.
Bij sommige reptielen scheiden de maag en de alvleesklier het enzym chitinase af.
Dit is een aanwijzing voor het feit dat het natuurlijke voedsel van deze reptielen onder andere kan bestaan uit
Vertering mens en spin.
De mens verteert voedsel in het darmkanaal.
Veel soorten spinnen spuiten verteringsenzymen in de prooi.
Is bij de mens sprake van extra-cellulaire vertering?
En bij deze spinnen?
afbeelding
Vertering bij platworm.
Zie figuur B 522 van de bijlage.
Het schema stelt een dwarsdoorsnede van een platworm voor met onder andere de mond en een deel van het darmkanaal. Bij platwormen vindt zowel extra- als intracellulaire vertering plaats.
Kunnen in laag 1 verteringsenzymen actief zijn?
Kunnen in ruimte 2 verteringsenzymen actief zijn?
afbeelding
afbeelding
Pens van herkauwers.
De pens is een onderdeel van het darmkanaal van herkauwers (bijvoorbeeld koeien). In de pens bevinden zich verschillende stoffen. Deze zijn onder andere cellulose, vet, glucose en zetmeel, afkomstig uit het voedsel, en ureum, afkomstig uit het speeksel. In de pens leven micro-organismen die onder andere eiwitten kunnen synthetiseren uit cellulose en één van de genoemde stoffen.
Welke van de genoemde stoffen zou dit kunnen zijn?
Vertering bij holtedieren.
Holtedieren bestaan uit twee lagen cellen die een holte omgeven. De laag die de holte begrenst heet entoderm, de buitenlaag heet ectoderm. Bij deze dieren komt zowel extra- als intracellulaire vertering voor.
Welke laag vormt enzymen voor deze vertering?
Waar zijn deze enzymen werkzaam?
afbeelding
Kikkers.
Gedurende een bepaald ontwikkelingsstadium van een kikker komen de volgende kenmerken voor die verband houden met de voeding:
1. een relatief lange, spiraalsgewijs gewonden darm,
2. rijen fijne rasptanden in de mondholte,
3. een relatief geringe productie van ureum.
Welk voedsel eet een kikker in dit ontwikkelingsstadium?
Komen de genoemde kenmerken voor tijdens de vroege ontwikkeling van de larve of tijdens het volwassen stadium van de kikker?
-
3/4 Spijsvertering.
Welk enzym is in de dunne darm werkzaam?
4/4 Spijsvertering.
Leg uit hoe de naamgeving van verteringsenzymen tot stand komt.
Spijsverteringsklieren.
Spijsverteringsklieren scheiden sappen af die vaak meer dan één functie hebben. Zulke functies kunnen zijn:
1. emulgeren van vetten;
2. doden van bacteriën;
3. vertering van koolhydraten;
4. vertering van eiwitten.
Welke functies heeft het sap dat door de maagwand wordt afgescheiden?
Immunisering tegen buiktyfus.
Mensen die op reis gaan naar de tropen dienen zich onder andere te laten immuniseren tegen buiktyfus. Deze gevaarlijke ziekte wordt veroorzaakt door salmonellabacterie die in het darmkanaal terecht komen. Besmetting kan men bijvoorbeeld oplopen door water te drinken dat met ontlasting is vervuild.
Men kan tegenwoordig immuniteit verkrijgen door enkele capsules te slikken waarin zich verzwakte bacteriën van deze soort bevinden. De capsules zijn zo gemaakt dat ze niet oplossen in de maag, maar wel in de twaalfvingerige darm. Twee weken na het slikken is men dan minimaal 3 jaar immuun tegen deze ziekte.
Wat is de reden dat de verzwakte bacteriën in capsules worden toegediend die niet in de maag oplossen?
Bacteriën in varkensvoer.
Het mestoverschot in Nederland is een groot probleem. Door overbemesting ontstaat in een bepaald gebied een overschot aan mineralen, zoals nitraten, hetgeen schadelijk is voor de kwaliteit van grondwater en oppervlaktewater. De ammoniak die in de mest voorkomt, heeft verzuring tot gevolg. Bacteriën van de soort Thiosphaera panthotropha zijn in staat ammoniak om te zetten in nitraat. Wanneer de omstandigheden voor deze bacteriën ongunstig zijn, kunnen deze bacteriën zich tijdelijk inkapselen. Hierbij wordt een vrijwel ondoordringbare wand om elke bacterie gevormd. Er is een voorstel om bacteriën van deze soort toe te voegen aan varkensvoer.
Stel dat men besluit om bacteriën van deze soort toe te voegen aan het varkensvoer.
Zal men er dan voor zorgen dat ze in ingekapselde of in niet-ingekapselde vorm door de varkens worden gegeten?
Geef de reden voor deze keus, waarbij je ervan uit mag gaan dat de werking van de verteringsorganen van varkens overeenkomt met die van de mens.
1/5 Zwemmen gevaarlijk.
ZWEMMEN NA HET ETEN IS GEVAARLIJK.
Zwemmen direct na het eten is ongezond en gevaarlijk. Je kunt maagkramp krijgen of steken in je zij en misschien wel verdrinken. In "Old wives' tales" van Peter Engel en Merrit Malloy (In vertaling: 'Van spinazie word je sterk', uitgeverij BZZToH) wordt dan ook geadviseerd na het eten een uur te wachten alvorens een duik te nemen in het water.
In het vorig jaar bij Bert Bakker verschenen 'Lexicon van hardnekkige misverstanden' van Walter Krämer en Götz Trenkler wordt het advies een sprookje genoemd. "Het verhaal werd vijftig jaar geleden op de wereld gezet door het Amerikaanse Rode Kruis. In een brochure over zwemmen en gezondheid werd afgeraden te water te gaan na het eten, omdat je daarvan maagkramp kon krijgen en mogelijkerwijs zelfs kon verdrinken."
De Amerikaanse sportarts Arthur Steinhaus vroeg begin jaren zestig zwemmers en zwemsters naar eetgewoonten en training. Hij ontdekte dat veel sport- en hobbyzwemmers regelmatig flink aten om daarna baantjes te trekken. Niemand kreeg last van maagkramp en niemand verdronk, aldus Steinhaus. In recentere brochures van het Rode Kruis staat de waarschuwing niet meer, aldus Krämer en Trenkler.
Maar Engel en Malloy zitten iets dichter bij de waarheid dan Krämer en Trenkler. "Als er voedsel in je maag zit", staat in 'Old wives' tales', krijg je vlugger maagkrampen. Dat zit zo: om de spijsvertering te bevorderen, pompt het hart een grote hoeveelheid bloed naar de maag. Tijdens lichaamsbeweging pompt het hart bloed naar de spieren en neemt de bloedstroom naar de maag aanzienlijk af. Zonder bloedtoevoer krijgen de maagspieren een gebrek aan zuurstof en verkrampen ze, zoals elke spier die niet voldoende zuurstof krijgt. De spijsvertering en de lichaamsbeweging zijn verwikkeld in een gevecht om hulp van het lichaam."
En dat is nog maar de helft van de waarheid. Maagkrampen zijn nog tot daaraan toe, een hartstilstand is ernstiger. "Het hart is in staat slechts een bepaalde hoeveelheid bloed uit te pompen", zegt dr. G. van de Bos, arts/fysioloog aan de Vrije Universiteit Amsterdam. "In rust is dat 5 liter bloed per minuut, maar bij topsport kan dat oplopen tot 25 of zelfs 30 liter per minuut.
"Om het voedsel te verteren, hebben de darmen bloed nodig. Daarin worden immers de voedingsstoffen opgenomen. Als de darmen en de spieren tegelijkertijd van het hart bloed willen hebben, moet het hart kiezen. In het uiterste geval kan het hart het dan opgeven. Nu zullen de risico's niet al te groot zijn bij een kleine en lichte maaltijd, maar een royale lunch met behoorlijk wat vet en direct daarop zware lichamelijke inspanning - sauna, flink stuk fietsen, zwemmen - kan fataal worden. Vooral ouderen die te zwaar zijn, moeten uitkijken", zegt Van de Bos.
Engel en Malloy adviseren een uur te wachten alvorens in het water te duiken. Van de Bos zegt dat het ongeveer twee uur duurt voordat het voedsel is verteerd en het spijsverteringssysteem weer leeg is. Maar zo lang hoeft er niet te worden gewacht. "Je voelt het zelf ook wel", zegt hij. "Het is een kwestie van je gezond verstand gebruiken. Ik kwam vroeger nog wel eens bij boeren. Tussen de middag aten die toen nog warm. Na de maaltijd gingen ze altijd even achter de pet, zoals dat heette. Ze zaten dan een tijdje te soezen voordat ze weer aan het werk gingen op het land. Heel verstandig."
(De Volkskrant, 10 maart 1998).
(Stepnet, proef 2, 18 november 1998).
Zie volgende scherm
2/5 Zwemmen gevaarlijk.
Benoem alle onderdelen van het spijsverteringskanaal waar het voedsel en de resten ervan langs gaan.
3/5 Zwemmen gevaarlijk.
Wat is precies het doel van de vertering?
4/5 Zwemmen gevaarlijk.
Wat zijn fecaliën?
5/5 Zwemmen gevaarlijk.
Maak een schema van de vertering in het spijsverteringskanaal. Zet bovenaan het schema de woorden zetmeel (eerste kolom), eiwitten (tweede kolom) en vetten (derde kolom). Zet aan de linkerzijde de spijsverteringssappen te weten: speeksel, maagsap, alvleessap en darmsap.
Zorg dat het schema in één oogopslag weergeeft via welke tussenstappen genoemde stoffen verteerd worden en geef de volgende enzymen een plaats: peptidase, lipase, trypsine, amylase, pepsine, maltase. Plaats de optimale pH bij genoemde enzymen.
De darm.
Bij een mens is de uitloper van een bepaalde zenuwcel verbonden met de wand van de dunne darm. Door impulsen die langs deze uitloper worden voortgeleid, wordt een bepaalde klier in de darmwand aangezet tot afgifte van spijsverteringssap.
Kan dit spijsverteringssap enzymen bevatten die gedeeltelijk afgebroken eiwitten verder afbreken?
En enzymen die koolhydraten afbreken?