Oefentoets Biologie: Ordening - dieren | VWO 1/VWO 2/VWO 3 | variant 2

Deze oefentoets bevat 63 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

63

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ordening

Ordening.

Bij welke afdeling zijn de kreeften ingedeeld?

Ordening

Ordening.

Welk dier heeft welke indeling van het lichaam?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.

Bij kreeften is vervelling nodig

Ordening

Ordening.

Een spin heeft

Ordening

Ordening.

Een volkomen gedaantewisseling vinden wij bij

Ordening

Ordening.

De levenscyclus van een koolwitje vertoont de volgende stadia:

Ordening

Ademhaling.

De opname van zuurstof en de afgifte van koolstofdioxide bij de cellen van insecten vindt plaats via

Ordening

Gedaantewisseling.

I. Bij een onvolkomen gedaantewisseling ontstaat uit een pop een niet volgroeid insect.
II. Bij een volkomen gedaantewisseling ontstaat uit de larve een volgroeid insect.

Ordening

Ordening.
Zie figuur B 952 van de bijlage.

In de figuur is de poot van een dier afgebeeld.

Tot welke afdeling van het dierenrijk behoort het dier met een dergelijke poot?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.

Welk dier heeft welke indeling van het lichaam?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Chitine.

Drie beweringen over het chitinepantser van een insect zijn:

1. het chitinepantser dient als bescherming tegen uitdroging.
2. het chitinepantser dient voor de stevigheid van het insect.
3. het chitinepantser dient voor de aanhechting van de spieren van het insect.

Welke beweringen zijn juist?

Ordening

Ordening.
Zie figuur B 2049 van de bijlage.

Is het dier van de afbeelding niet-symmetrisch, tweezijdig symmetrisch of veelzijdig symmetrisch?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.
Zie figuur B 3664 van de bijlage.

Tot welke groep van geleedpotigen behoort het dier van de afbeelding?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Poliep.

Op lengtedoorsnede ziet een poliep eruit als

Ordening

Ordening.

Bij de holtedieren vinden we als opvallend kenmerk, het bezit van

Ordening

Kwal.

De voortplanting van een kwal gaat als volgt:

Ordening

Ordening.

De holtedieren geven hun afvalproducten aan de buitenwereld af

Ordening

Ordening.
Zie figuur B 936 van de bijlage.

De tekening is een afbeelding van het bouwplan van een

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.

Zijn de holtedieren niet-symmetrisch, tweezijdig symmetrisch of veelzijdig symmetrisch?

Ordening

Ordening.

Bij welke groep van dieren hebben de dieren een inwendig skelet van harde naalden van kalk, kiezel of hoornstof?

Ordening

Ordening.
Zie figuur B 1158 van de bijlage.

Is het dier van de afbeelding niet-symmetrisch, tweezijdig symmetrisch of veelzijdig symmetrisch?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.
Zie figuur B 1159 van de bijlage.

Tot welke groep van de weekdieren behoort het afgebeelde dier?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.

Inktvissen, slakken en mossels behoren tot de weekdieren omdat zij

Ordening

Ordening.

De schelp van een mossel staat alleen open

Ordening

Ordening.

Bij welke groep van de weekdieren hebben de dieren een inwendig skelet?

Ordening

Ordening.

Tot welke groep van de weekdieren behoort een mossel?

Ordening

Ordening.

In welk milieu kun je weekdieren aantreffen?

Ordening

Ordening.
Zie figuur B 953 van de bijlage.

In de afbeelding is een dier afgebeeld.

Tot welke groep van de ongewervelde dieren behoort dit dier?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.

I. De regenworm bezit geen echt hart maar een aantal kloppende bloedvaten.
II. In de huidspierzak van de regenwormen lopen zeer veel bloedvaten.

Ordening

Ordening.

Bij welke groep van de gewervelde dieren zijn de katten ingedeeld?

Ordening

Ordening.
Zie figuur B 3069 van de bijlage.

In de afbeelding is een dier afgebeeld.

Tot welke groep van de gewervelde dieren behoort dit dier?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.

Drie dieren zijn:

- een mossel,
- een rivierkreeft,
- een zeester.

Welk van deze dieren is veelzijdig symmetrisch?

Ordening

Skelet.

Bij welke afdeling van het dierenrijk hebben de dieren een uitwendig skelet?

Ordening

Segmentatie.

Bij welke groep van de geleedpotigen bestaat het lichaam geheel uit segmenten?

Ordening

Ordening.

Tot welke groep van de geleedpotigen behoort de krab?

Ordening

Ordening.
Zie figuur B 1141 van de bijlage.

Tot welke groep van de geleedpotigen behoort het afgebeelde dier?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Symmetrie.

Zijn de holtedieren niet-symmetrisch, tweezijdig symmetrisch of veelzijdig symmetrisch?

Ordening

Ordening.

I. De meeste sponzen in het huishouden kwamen vroeger uit de zee; nu uit de fabriek.
II. Het skelet van sponzen bestaat uit kalkplaatjes.

Ordening

Ordening.

I. Sponzen hebben een inwendig skelet, slechts één grote opening en leven altijd in de zee.
II. Sponzen zijn niet-symmetrisch, hebben soms een skelet van hoornstofnaalden en leven van plankton.

Ordening

Ordening.

Bij welke afdeling worden de slangsterren ingedeeld?

Ordening

Zeesterren.

I. Zeesterren nemen kleine voedseldeeltjes op uit het water via de zeefplaat.
II. Het watervaatstelsel staat in dienst van de voortbeweging.

Ordening

Ordening.

I. De stekelhuidigen hebben een skelet van kalkplaatjes waarop stekels of knobbels staan; zij zijn veelzijdig symmetrisch.
II. Zeesterren, slangsterren en zee-egels hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat ze vijf armen hebben.

Ordening

Ordening.

Drie dieren zijn:

- een kwal,
- een regenworm,
- een zeester.

Welke van deze dieren behoort tot de afdeling van de stekelhuidigen?

Ordening

Ordening.
Zie figuur B 1158 van de bijlage.

Tot welke afdeling van het dierenrijk behoort het dier uit de figuur?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.
Zie figuur B 1162 van de bijlage.

Heeft het afgebeelde dier geen skelet, een inwendig skelet of een uitwendig skelet?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.

De stekelhuidigen worden verdeeld in

Ordening

Ordening.

Met welke organen halen voorns zuurstof uit het water?

Ordening

Ordening.

Welke van onderstaande kenmerken hebben vissen wel en reptielen niet?

Ordening

Ordening.

Eigenschappen van sommige dieren zijn:

1. gladde huid zonder schubben,
2. longademhaling,
3. huid met hoornschubben,
4. kieuwademhaling,
5. eierleggend,
6. koudbloedig,
7. een wervelkolom.

Bij een snoek horen de eigenschappen:

Ordening

Ordening.

Welke van onderstaande dieren legt eieren zonder schaal?

Ordening

Naaktslakken.

Hoe bewegen naaktslakken zich?

Ordening

Ademhaling bij insecten.
Zie figuur B 5702 van de bijlage.

In de afbeelding is een deel van het ademhalingsstelsel van een insect getekend.

Hoe heet onderdeel P?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Steekmug.

Als je een steekmug dood slaat, zie je vaak een rode vlek.

Is dat het bloed van de mug?
Leg uit waarom wel of niet.

Ordening

Vissenkop.
Zie figuur B 5703 van de bijlage.

Bekijk de afbeelding van een vissenkop.

Sleep de juiste woorden in de rechter kolom achter de cijfers 1 t/m 4 in de linker kolom.

afbeeldingafbeelding
  • lip

  • kieuwboog

  • kieuwplaatjes

  • kieuwdeksel

  • 1

  • 2

  • 3

  • 4

Ordening

1/2 Kevers.
Zie figuur B 5723 van de bijlage.

De meeste kevers hebben twee paar vleugels, om te vliegen en om de kever te beschermen.

Met welke vleugels kunnen zij vliegen?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Voortplanting.

Vogelbekdieren zijn eierleggende zoogdieren. Zij zogen hun jongen, maar leggen eieren in plaats van jongen te baren.
Bij de eierleggende zoogdieren ontbreken een of meer organen die bij 'gewone' zoogdieren wel voorkomen.
Drie organen worden genoemd:

1. de baarmoeder
2. de eileiders
3. de placenta (moederkoek)

Kruis het nummer of de nummers aan van organen die ontbreken bij de eierleggende zoogdieren.

Ordening

Bron van viezigheid.

Als een van de mogelijke veroorzakers van astma wordt de huismijt genoemd.

In welk rijk wordt de huismijt ingedeeld? In welke afdeling hoort hij thuis en in welke groep?