Oefentoets Biologie: Ordening | VWO 1/VWO 2/VWO 3 | variant 7

Ontdek de digitale toets over de kenmerken en indeling van stekelhuidigen, gericht op studenten biologie die hun kennis van deze fascinerende dieren willen testen en uitbreiden. Deze toets bevat vragen over skeletstructuren, classificatie en voortplanting van verschillende diersoorten. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Kenmerken van stekelhuidigen

Ordening.

I. De stekelhuidigen hebben een skelet van kalkplaatjes waarop stekels of knobbels staan; zij zijn veelzijdig symmetrisch.
II. Zeesterren, slangsterren en zee-egels hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat ze vijf armen hebben.

Afdeling van de stekelhuidigen

Ordening.

Drie dieren zijn:

- een kwal,
- een regenworm,
- een zeester.

Welke van deze dieren behoort tot de afdeling van de stekelhuidigen?

Afdeling van het Dierenrijk

Ordening.
Zie figuur B 1158 van de bijlage.

Tot welke afdeling van het dierenrijk behoort het dier uit de figuur?

afbeeldingafbeelding

Skeletstructuren van dieren

Ordening.
Zie figuur B 1162 van de bijlage.

Heeft het afgebeelde dier geen skelet, een inwendig skelet of een uitwendig skelet?

afbeeldingafbeelding

Indeling van stekelhuidigen

Ordening.

De stekelhuidigen worden verdeeld in

Zuurstofopname bij voorns

Ordening.

Met welke organen halen voorns zuurstof uit het water?

Kenmerken van vissen versus reptielen

Ordening.

Welke van onderstaande kenmerken hebben vissen wel en reptielen niet?

Dieren classificeren op basis van eigenschappen

Ordening.

Eigenschappen van sommige dieren zijn:

1. gladde huid zonder schubben,
2. longademhaling,
3. huid met hoornschubben,
4. kieuwademhaling,
5. eierleggend,
6. koudbloedig,
7. een wervelkolom.

Bij een snoek horen de eigenschappen:

Dieren die eieren zonder schaal leggen

Ordening.

Welke van onderstaande dieren legt eieren zonder schaal?

Voortplanting van gewervelde dieren

Ordening.

Welke gewervelde dieren planten zich voort door eieren die ze zelf uitbroeden?

Vogels en hun classificatie

Ordening.

I. De vogels vormen een groep van de gewervelde dieren.
II. De vogels vormen een groep van de zoogdieren.

Amfibieën in de afbeelding herkennen

1/5 Een aantal dieren.
Zie figuur B 1964 van de bijlage.

De afbeelding geeft een aantal dieren weer. Hoewel ze ongeveer even groot zijn getekend, verschillen de dieren in werkelijkheid sterk in grootte.

Welk dier uit de afbeelding is een amfibie?

afbeeldingafbeelding

Milieu van geleedpotigen

2/5 Een aantal dieren.

In welk milieu kun je geleedpotigen aantreffen?

Identificeer het weekdier uit de afbeelding

3/5 Een aantal dieren.
Zie figuur B 1964 van de bijlage.

Welk van deze dieren is een weekdier?

afbeeldingafbeelding

Lagere Dieren: Kies de Juiste Combinatie

4/5 Een aantal dieren.

Welke dieren uit de afbeelding behoren tot de lagere dieren?

afbeeldingafbeelding

Gewervelde en ongewervelde dieren

5/5 Een aantal dieren.

Welk van deze dieren is een gewerveld dier?

afbeeldingafbeelding

Kenmerken van de weidehommel

1/2 Hommels.
Zie figuur C 337 van de bijlage.

In de afbeelding is een zoekkaart voor de namen van hommels weergegeven.

Noem twee kenmerken uit deze zoekkaart waarmee alleen de weidehommel te herkennen is.

afbeeldingafbeelding

Werkelijke grootte van de weidehommel berekenen

2/2 Hommels.

De weidehommel is in de afbeelding 3 cm lang. Deze hommel is 1,5x zo groot getekend als dat hij in werkelijkheid is.

Bereken hoe groot deze weidehommel in werkelijkheid is.

afbeeldingafbeelding

Juiste of onjuiste beweringen over organismen

Juist of onjuist?

Typ of de volgende beweringen juist of onjuist zijn.

1. De celkern geeft stevigheid aan de cel. [invulveld]

2. Bladgroenkorrels worden als kenmerk gebruikt om organismen in te delen in rijken. [invulveld]

3. Bacteriën zijn eencellig. [invulveld]

4.Bacteriën hebben celkernen. [invulveld]

5. Schimmels zijn opgebouwd uit lange, dunne draden. [invulveld]

6. Schimmels planten zich voort door middel van sporen. [invulveld]

7. Een champignon behoort tot het rijk van de planten. [invulveld]

8. Bij naaktzadigen groeien de zaden tussen de schubben van een kegel. [invulveld]

9. Dieren hebben cellen zonder celwanden. [invulveld]

10. De stekelhuidigen hebben een inwendig skelet met een wervelkolom. [invulveld]

11. Bij de tweekleppigen hebben de dieren meestal een gedraaide schelp. [invulveld]Zie verder onder

12. Bij de spinachtigen hebben de dieren 8 poten. [invulveld]

Vertakkingsschema van Organismen

Een vertakkingsschema.
Zie figuur C 66 van de bijlage.

Gegeven is een deel van het vertakkingsschema (boomdiagram) van de organismen. Enkele rijken, afdelingen en groepen zijn vervangen door nummers.

Noteer de namen van de rijken, afdelingen en groepen.

afbeeldingafbeelding