Oefentoets Biologie: Ziekten | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 4

Ontdek de digitale toets over orgaanstelsels aangetast door de ziekte van Lyme en erfelijke aandoeningen zoals taaislijmziekte, gericht op leerlingen in de biologieopleiding. Deze toets omvat vragen over de impact van ziekten op het menselijk lichaam en genetische principes. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Orgaanstelsels aangetast door Lyme ziekte

21/23 Ziek van de natuur.

Noem twee orgaanstelsels die volgens de informatie door de ziekte van Lyme aangetast kunnen worden.

Kans op tekenbeten in de natuur

22/23 Ziek van de natuur.
Zie figuur A 955 van de bijlage.

Nora brengt haar vakantie door op een camping bij de duinen. Ze maakt een lange wandeling in de omgeving.
Als ze weer terug is op de camping merkt ze, dat er een teek op haar been zit.

In de afbeelding A 955 is een plattegrond weergegeven van het gebied waar Nora heeft gewandeld. Vier delen zijn aangegeven met een cijfer.

In welk van die delen zal de kans dat Nora de teek opliep het grootst zijn geweest? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Bloedonderzoek en de ziekte van Lyme

23/23 Ziek van de natuur.

Door bloedonderzoek kan soms vastgesteld worden of iemand de ziekte van Lyme heeft. Nora overweegt, een week nadat ze de teek opgelopen heeft, om zo'n bloedonderzoek te laten doen.

Kan dan door zo'n bloedonderzoek vastgesteld worden of Nora besmet is met de bacterie die de ziekte van Lyme veroorzaakt? Leg je antwoord uit.

Reden voor de hielprik bij pasgeborenen

1/4 De hielprik.

Pasgeboren kinderen krijgen binnen een week na de geboorte een hielprik. Er wordt dan wat bloed afgenomen en opgestuurd naar een laboratorium. Het bloed wordt getest op verschillende erfelijke ziekten. Het gaat om weinig voorkomende ziekten die meestal goed te behandelen zijn, als ze tijdig worden ontdekt.

Om welke reden wordt de hielprik vrijwel meteen na de geboorte gedaan en niet na bijvoorbeeld een paar weken?

Behandeling van sikkelcelanemie met bloedtransfusie

2/4 De hielprik.

Mensen met sikkelcelanemie worden wel behandeld met een bloedtransfusie. Ze voelen zich dan tijdelijk beter.

Leg uit waardoor iemand met sikkelcelanemie niet geneest door zo'n bloedtransfusie.

Taak van rode bloedcellen bij sikkelcelanemie

3/4 De hielprik.
Zie figuur B 4499 van de bijlage.

Een aandoening die met de hielprik ontdekt kan worden, is sikkelcelanemie. Hierbij zijn rode bloedcellen misvormd. Daardoor kunnen ze hun taak minder goed uitvoeren dan gezonde rode bloedcellen. Deze misvormde cellen worden sikkelcellen genoemd (zie de afbeelding B 4499).

Welke taak wordt door sikkelcellen minder goed uitgevoerd dan door ‘gezonde' rode bloedcellen?

afbeeldingafbeelding

Kans op sikkelcelanemie bij dragers

4/4 De hielprik.

Sikkelcelanemie wordt bepaald door een recessief gen. Iemand die heterozygoot is voor deze eigenschap, wordt een drager genoemd. Een drager heeft de ziekte niet.

Twee ouders die beiden drager zijn, krijgen een kind.

Hoe groot is de kans dat dit kind sikkelcelanemie zal hebben? Deze kans is [invulveld] %

Cirkeldiagram van stralingsbronnen maken

1/5 Radiodiagnostiek.
Zie figuur B 2906 van de bijlage.

In een folder van het ziekenhuis staat:
"Radiodiagnostiek is: het stellen van een diagnose met behulp van straling. Zo leren we de aard en de plaats van een ziekte kennen."
Bij radiodiagnostiek wordt onder andere gebruik gemaakt van röntgenstralen. Bij een hoge dosis kunnen deze stralen schadelijk zijn voor de mens.
Ook in de dagelijkse omgeving van de mens komt straling voor. Het gaat hier om kleine hoeveelheden uit verschillende stralingsbronnen.
afbeeldingafbeelding
Op het uitwerkblad, zie figuur B 2906 staat een cirkel afgebeeld.

Maak van deze cirkel een cirkeldiagram met de gegevens uit de bovenstaande tabel.
Zet in het diagram de namen van de stralingsbronnen erbij.

afbeeldingafbeelding

Verandering in een gen door straling

2/5 Radiodiagnostiek.

Als gevolg van straling kunnen genen veranderen.

Hoe heet zo'n verandering in een gen?

een [invulveld]

Namen van botten op röntgenfoto knie

3/5 Radiodiagnostiek.
Zie figuur A 711 van de bijlage.

De afbeelding is een röntgenfoto van een kniegewricht.
De letters P en Q geven twee botten aan.

Geef de namen van bot P en van bot Q.
bot P = [invulveld]
bot Q = [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Locatie van bariumpap in slokdarm

4/5 Radiodiagnostiek.
Zie figuur A 712 van de bijlage.

Om andere organen dan botten goed op een röntgenfoto te kunnen zien, maakt men gebruik van zogenaamde contrastmiddelen. Zo gebruikt men bariumpap om delen van het verteringskanaal zichtbaar te maken.
Van een patiënt wordt de slokdarm onderzocht. Men laat de patiënt bariumpap doorslikken. Als de bariumpap zich in de slokdarm bevindt, wordt er een röntgenfoto van de borstholte gemaakt.

In de afbeelding A 712 is schematisch een aantal organen in de hals en de borstholte weergegeven.

Welk cijfer geeft het orgaan aan waarin de bariumpap zich bij deze patiënt bevindt, als er een röntgenfoto wordt gemaakt?

afbeeldingafbeelding

Aantal CT-scans van de borstholte

5/5 Radiodiagnostiek.
Zie figuur B 3177 en figuur B 2907 van de bijlage.

Bij een andere vorm van radiodiagnostiek wordt gebruik gemaakt van een zogenaamde CT-scan. De patiënt wordt hiervoor op een tafel gelegd die in een soort 'ring' wordt geschoven. In de ring zit een apparaat, dat röntgenstralen uitzendt. Met behulp van een computer worden dwarsdoorsneden van het lichaam zichtbaar gemaakt.

In de afbeelding B 2907 zijn twee van zulke CT-scans weergegeven.

Hoeveel scans van de borstholte zijn hier afgebeeld?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Alvleesklier in het verteringskanaal

1/6 Taaislijmziekte.
Zie figuur A 588 van de bijlage.

Taaislijmziekte leidt tot ernstige darm- en longproblemen. Bij mensen met taaislijmziekte is de productie van slijm in de luchtwegen toegenomen. Dit slijm is taaier dan normaal en blijft aan de wand van de luchtwegen plakken.
Ook de alvleesklier produceert bij deze ziekte veel taai slijm, waardoor de afvoerbuis van de alvleesklier verstopt raakt.

De afbeelding A 588 geeft een deel van het verteringskanaal van de mens schematisch weer.
Een aantal organen is met cijfers aangegeven.

Welk cijfer geeft de alvleesklier aan?

afbeeldingafbeelding

Taaislijmziekte en vetvertering

2/6 Taaislijmziekte.
Zie figuur A 701 van de bijlage.

De alvleesklier produceert enzymen om onder andere vet af te breken. Als gevolg van de taaislijmziekte kunnen deze enzymen het voedsel niet bereiken. Bij de ziekte bevat de ontlasting daardoor veel vet. Uit de afbeelding kan worden afgeleid dat bij taaislijmziekte door nog een andere oorzaak vet niet goed verteerd wordt.

Wat is deze andere oorzaak?
En leg uit dat door deze oorzaak vet minder goed verteerd wordt.

afbeeldingafbeelding

Kans op taaislijmziekte bij baby

3/6 Taaislijmziekte.

Taaislijmziekte is een ernstige erfelijke ziekte die wordt veroorzaakt door een recessief gen (r).
Mensen die het dominante gen (R) bezitten hebben de ziekte niet.

Clara en Jan zijn beiden heterozygoot voor taaislijmziekte. Clara is zwanger.
Ze willen weten hoe groot de kans is dat de baby taaislijmziekte krijgt.

Hoe groot is deze kans?

Vruchtwaterpunctie en taaislijmziekte

4/6 Taaislijmziekte.
Zie figuur B 1457 van de bijlage.

Bij Clara wordt een vruchtwaterpunctie uitgevoerd. Hierbij wordt met een naald wat vruchtwater opgezogen. In het vruchtwater bevinden zich losse cellen van het embryo. Door deze cellen te onderzoeken kan bepaald worden of het embryo genen voor taaislijmziekte heeft.
De afbeelding B 1457 geeft een embryo in een baarmoeder weer. Vier plaatsen zijn met een cijfer aangegeven.

Welk cijfer geeft de plaats aan waar vruchtwater met cellen wordt weggehaald?

afbeeldingafbeelding

Celdeling bij taaislijmziekte onderzocht

5/6 Taaislijmziekte.

De cellen uit het vruchtwater vermeerderen zich voordat ze onderzocht worden.

Vermeerderen de cellen zich door gewone celdeling?
En door reductiedeling?

Genotype van de baby bij taaislijmziekte

6/6 Taaislijmziekte.

Het onderzoek wijst uit dat de baby geen taaislijmziekte zal krijgen.

Welk genotype of welke genotypen kan de baby hebben?

Celdeling en Stamcellen

1/3 Stamcellen.
Zie figuur C 376 van de bijlage.

Als een eicel bevrucht is, gaat die zich delen. Na ongeveer vijf dagen is een klompje cellen ontstaan. In dit klompje bevinden zich cellen die stamcellen worden genoemd.
Tijdens de ontwikkeling van het embryo ontstaan uit stamcellen alle verschillende soorten weefsels.
Wetenschappers onderzoeken de mogelijkheid om stamcellen in een laboratorium te kweken. Als het dan zou lukken om uit stamcellen verschillende soorten cellen te laten ontstaan, dan kunnen die misschien gebruikt worden om beschadigd weefsel te herstellen.
In de afbeelding wordt schematisch een manier weergegeven waarop men probeert stamcellen te kweken.

In de afbeelding zijn bij nummer 5 twee cellen weergegeven die door celdeling zijn ontstaan uit een behandelde eicel.

Hoe heet zo'n celdeling?

afbeeldingafbeelding

Chromosomen in Stamcellen

2/3 Stamcellen.
Zie figuur C 376 van de bijlage.

Een onbevruchte eicel bevat 23 chromosomen.

Hoeveel chromosomen bevat een stamcel bij nummer 6 uit de afbeelding? [invulveld] chromosomen

afbeeldingafbeelding