Ziekten
Advies van de dokter.
Zie figuur B 3203 van de bijlage.
Bekijk de afbeelding:
Welk advies wordt hier uitgebeeld?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 22 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
22
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
Advies van de dokter.
Zie figuur B 3203 van de bijlage.
Bekijk de afbeelding:
Welk advies wordt hier uitgebeeld?
afbeelding
1/3 Stamcellen.
Zie figuur C 376 van de bijlage.
Als een eicel bevrucht is, gaat die zich delen. Na ongeveer vijf dagen is een klompje cellen ontstaan. In dit klompje bevinden zich cellen die stamcellen worden genoemd.
Tijdens de ontwikkeling van het embryo ontstaan uit stamcellen alle verschillende soorten weefsels.
Wetenschappers onderzoeken de mogelijkheid om stamcellen in een laboratorium te kweken. Als het dan zou lukken om uit stamcellen verschillende soorten cellen te laten ontstaan, dan kunnen die misschien gebruikt worden om beschadigd weefsel te herstellen.
In de afbeelding wordt schematisch een manier weergegeven waarop men probeert stamcellen te kweken.
In de afbeelding zijn bij nummer 5 twee cellen weergegeven die door celdeling zijn ontstaan uit een behandelde eicel.
Hoe heet zo'n celdeling?
afbeelding
2/3 Stamcellen.
Zie figuur C 376 van de bijlage.
Een onbevruchte eicel bevat 23 chromosomen.
Hoeveel chromosomen bevat een stamcel bij nummer 6 uit de afbeelding? [invulveld] chromosomen
afbeelding
3/3 Stamcellen.
Zie figuur C 376 van de bijlage.
In de afbeelding zijn twee celtypen weergegeven die zich uit stamcellen kunnen ontwikkelen: R en S.
Geef de namen van deze twee celtypen.
Schrijf je antwoord zó op:
R = [invulveld]
S = [invulveld]
afbeelding
1/3 DKTP en BMR.
Sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw worden de meeste kinderen ingeënt tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio met de zogenaamde DKTP-prik. Bij een DKTP-vaccinatie wordt een kind ingeënt met verzwakte of dode ziekteverwekkers. Vanaf 1987 krijgen veel kinderen op de leeftijd van 14 maanden en 9 jaar ook een inenting tegen bof, mazelen en rode hond: de BMR-prik.
In het eerste levensjaar hebben de meeste kinderen antistoffen tegen bof, mazelen en rode hond in het bloed.
Deze antistoffen zijn afkomstig van de moeder.
Worden bij een vaccinatie antigenen ingespoten?
En worden dan antistoffen ingespoten?
2/3 DKTP en BMR.
Een kind heeft alle vaccinaties tegen DKTP en BMR gehad.
Kan zo'n kind dan een ziekte zoals waterpokken krijgen? Leg je antwoord uit.
3/3 DKTP en BMR.
Behalve te vroeg geboren kinderen, blijken ook sommige andere kinderen in hun eerste jaar geen antistoffen tegen BMR van hun moeder te hebben gekregen.
Noem een reden hiervoor.
1/3 Inentingen.
In de tabel is een overzicht van inentingen weergegeven.
afbeelding
Wat betekenen de letters in de afkorting DKTP?
D = [invulveld] K = [invulveld] T = [invulveld] P = [invulveld]
2/3 Inentingen.
Hoeveel keer moet een kind volgens de tabel worden ingeënt tegen mazelen? [invulveld] keer
3/3 Inentingen.
Hoeveel keer moet een kind volgens de tabel in het eerste levensjaar worden ingeënt? [invulveld] keer
1/5 Kinkhoest.
Sinds 1952 worden in Nederland bijna alle baby's ingeënt tegen de kinkhoestbacterie. Na 1952 is de sterfte onder baby's en jonge kinderen door kinkhoest sterk gedaald.
Sinds een aantal jaren komt kinkhoest bij kinderen tussen vier en twaalf jaar steeds vaker voor, hoewel ze als baby zijn ingeënt. In 1995 ontdekte een onderzoeker dat er een verandering in een gen van de kinkhoestbacterie was opgetreden. De bacterie is hierdoor zó veranderd dat kinderen er, ondanks inenting, toch ziek van worden.
Hoe heet zo'n verandering in een gen? Dit is een [invulveld]
2/5 Kinkhoest.
Bij inenting wordt een verdunde oplossing van dode kinkhoestbacteriën ingespoten.
Leg uit dat dit actieve immunisatie wordt genoemd.
3/5 Kinkhoest.
Welke bloeddeeltjes maken antistoffen?
4/5 Kinkhoest.
Zie figuur B 2914 van de bijlage.
In het diagram van de onderstaande afbeelding is van de periode 1995 tot en met 1999 weergegeven hoeveel meldingen van kinkhoestinfecties bij de inspectie van de volksgezondheid werden gedaan.
Hoe groot was het totaal aantal meldingen van kinkhoest in 1999 volgens de gegevens uit het diagram?
afbeelding
5/5 Kinkhoest.
Over het aantal kinkhoestmeldingen in de periode van 1995 tot en met 1999 worden twee beweringen gedaan.
I. In de loop van 1996 nam het aantal meldingen toe.
II. In de zomer van 1998 was het aantal meldingen kleiner dan in de winter daarna.
Blaasontsteking.
Maaike krijgt van de dokter pillen om de bacteriën, die de blaasontsteking veroorzaken, te bestrijden.
Welk type bacteriedodend middel bevatten deze pillen?
Blaasontsteking.
De huisarts van Rogier schrijft een antibioticumkuur voor tegen een blaasontsteking.
In de afbeelding hieronder is een deel van een bijsluiter weergegeven.
afbeelding
Rogier moet gedurende tien dagen elke dag twee tabletten innemen.
Hoeveel milligram doxycycline neemt Rogier per dag in?
Hij neemt [invulveld] mg in
-
Micro-organismen.
Sommige soorten bacteriën en schimmels kunnen bij de mens ziekten veroorzaken.
Om de gevolgen van infecties met deze micro-organismen te bestrijden, gebruiken mensen antibiotica.
Kunnen bacteriën worden gedood met antibiotica?
En schimmels?
Een darminfectie.
De bacterie Campylobacter kan, naast diarree, in zeldzame gevallen een ernstige ziekte veroorzaken die het zenuwstelsel aantast. Deze ziekte is een zogenaamde auto-immuunziekte. Hierbij bestrijdt het afweersysteem niet alleen Campylobacter, maar ook stoffen op de buitenkant van de zenuwen. Deze stoffen zetten het lichaam aan tot het maken van antistoffen.
Zo'n auto-immuunziekte kan niet bestreden worden door passieve immunisatie.
Leg uit waardoor dat niet kan.
Tyfus-Mary.
In het begin van deze eeuw leefde in de VS een kokkin (Mary) die tussen 1901 en 1906 minstens 25 gevallen van tyfus ‘veroorzaakte'. De veroorzaker van tyfus, de bacterie Salmonella typhi, bleek zich in haar darmen te bevinden zonder dat Mary zelf de symptomen van deze ziekte vertoonde.
Mary moest uiteindelijk als draagster van tyfusbacteriën de rest van haar leven in een huis op het terrein van een ziekenhuis verblijven, want men kon haar toen niet bacterievrij maken.
Als Mary nu zou leven, zou ze niet hoeven te worden geïsoleerd op het ziekenhuisterrein.
Welke medische behandeling zou ze nu gekregen hebben?
AIDS.
Aids is niet te genezen met een antibioticum, syfilis wel.
Leg uit dat syfilis wel met een antibioticum is te genezen.