Bloed
Zuurstof voor de hartspier.
Via welke bloedvaten wordt het weefsel van de hartspier van zuurstofrijk bloed voorzien?
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 1, VWO 2
NVON
cc-by-sa-40
Zuurstof voor de hartspier.
Via welke bloedvaten wordt het weefsel van de hartspier van zuurstofrijk bloed voorzien?
1/4 Hart en bloedvaten.
Zie figuur B 4564 van de bijlage.
In de afbeelding is het hart met een aantal bloedvaten weergegeven. De pijlen geven de richting aan waarin het bloed stroomt.
Wat is de naam van bloedvat P?
Dit bloedvat is de/het [invulveld]
afbeelding
2/4 Hart en bloedvaten.
Zie figuur B 4564 van de bijlage.
Zijn in de afbeelding bloedvaten van de grote bloedsomloop weergegeven?
En zijn bloedvaten van de kleine bloedsomloop weergegeven?
afbeelding
3/4 Hart en bloedvaten.
Zie figuur B 4565 van de bijlage.
Door de pompwerking van het hart zetten bloedvaten uit en trekken samen terwijl het bloed er doorheen stroomt. Deze hartslag kan gemakkelijk gemeten worden door de kloppingen te tellen van een bloedvat in de pols vlak onder de duim. Dit wordt de polsslag genoemd. In de afbeelding is weergegeven hoe dit wordt gedaan.
Kan de polsslag worden opgenomen van de ader in de pols?
En kan dat van de slagader in de pols?
afbeelding
4/4 Hart en bloedvaten.
Zie figuur B 4566 van de bijlage.
In de tabel is van een aantal leeftijden de gemiddelde polsslag weergegeven.
afbeelding
Wat is de gemiddelde polsslag van iemand van 13 jaar? Zet eerst in figuur B 4566 de gegevens van de tabel uit in een diagram. Bepaal daarna het getal.
afbeelding
1/7 Hartspier.
Die vuistdikke spier achter ons borstbeen doet als elke andere pomp: vloeistof verplaatsen. Maar de kennis van de waterstromen is niet zomaar geldig voor de bloedstroom.
Water is een homogene vloeistof, terwijl in bloed onder andere bloedcellen en eiwitten zweven. In een groot bloedvat maakt dat niet veel uit. maar in een haarvaatje kan zo'n dikke cel de stroming flink beïnvloeden.
Verder is er een groot verschil in dimensie. Ingenieurs werken gewoonlijk met een debiet (hoeveelheid vloeistof die op een bepaald punt per seconde passeert) van 20-200 L/s (liter per seconde). Ons hart pompt per slag 100 mL bloed in de slagaders en dat gewoonlijk zo'n 60 keer per minuut. Bij een sporter in topconditie kan dat oplopen tot 30 liter per minuut, maar dat is dan ook het absolute maximum.
2/7 Hartspier.
Bereken het maximale hartdebiet bij een sporter in L/s.
4/7 Hartspier.
Wanneer een topsporter een debiet heeft van 30 liter/minuut, hoeveel mL bloed verlaat zijn hart dan per hartslag? Ga uit van een hartritme van 120 slagen/minuut).
5/7 Hartspier.
Zie figuur C 435 van de bijlage.
Welke namen van hartonderdelen / bloedvaten komen overeen met de nummers 3, 4, 5, 6, en 7 van de simulator?
3 = [invulveld];
4 = [invulveld];
5 = [invulveld];
6 = [invulveld];
7 = [invulveld].
afbeelding
6/7 Hartspier.
Zie figuur C 435 van de bijlage.
Ballon 4 en 6 hangen in een ruimte met water.
Wat bootst men na door de zuigers bij 10 te bewegen?
afbeelding
2/2 Arteriosclerose.
Maken de haarvaten in het weefsel van de hartspier deel uit van de grote bloedsomloop, van de kleine bloedsomloop, van beide of van geen van beide?
Hartslagfrequentie.
Veel mensen overlijden aan hart-en vaatziekten. Daarom wordt er veel onderzoek gedaan naar het functioneren van het menselijk hart. Daartoe wordt soms een hart uit de borstkas gehaald, terwijl alle verbindingen heel blijven.
De slagfrequentie van een op deze manier geïsoleerd hart blijkt te dalen indien een bepaalde zenuw die met het hart is verbonden wordt geprikkeld.
Welke conclusie is of welke conclusies zijn op grond van deze gegevens aannemelijk?
1. De hartslagfrequentie kan worden beïnvloed door zenuwprikkeling.
2. De hartslagfrequentie wordt niet alleen door zenuwprikkeling beïnvloed.
3. Het hart reageert buiten het lichaam op een andere wijze op zenuwprikkeling dan binnen het lichaam.
4. Voor het versnellen van de hartslag is een zenuwprikkeling nodig.
5. Het hart verlaagt de slagfrequentie als het geïsoleerd raakt.
1/2 Hartwormen.
Zie figuur B 4605 van de bijlage.
In een artikel staat:
Honden kunnen erg ziek worden door hartwormen. Larven van deze hartwormen leven in het lichaam van bepaalde muggen. Als zo'n mug een hond steekt, kunnen de hartwormen in de hond terechtkomen. Daar gaan ze op weg naar het hart van de hond. Ze groeien en vermeerderen zich sterk.
In de afbeelding zijn hartwormen in het hart van een hond te zien.
In welk deel van het hart zijn hartwormen te zien in de afbeelding?
afbeelding
2/2 Hartwormen.
Zie figuur B 4605 van de bijlage.
Door de grote hoeveelheid hartwormen kan bloedvat P uit de afbeelding verstopt raken.
Wat is de naam van P?
afbeelding
Hoe hard fietst pindakaas?
Zie figuur B 3180 van de bijlage.
Net als andere sporters, kunnen wielrenners een 'sporthart' hebben. Zo'n hart heeft in deel P van de afbeelding meer spierweefsel dan een 'gewoon hart'. Dit komt door het vele trainen.
Wat is de naam van deel P?
afbeelding