Oefentoets Biologie: Genetica - dihybried | HAVO 4/HAVO 5 | variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Genetica

Hoenders.
Zie figuur A 111 van de bijlage.

Bij hoenders komt de eigenschap rozenkam (P) en de eigenschap erwtenkam (Q) voor.
Deze eigenschappen zijn niet gekoppeld en liggen niet op een geslachtschromosoom. Een combinatie van de allelen P en Q levert een zogenaamde walnootkam op. Dieren die voor beide eigenschappen heterozygoot recessief zijn, hebben een normale kam.

Bij welke kruising heeft ongeveer 75% van de nakomelingen een walnootkam?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Honden.

Bij honden is donkere vachtkleur (allel A) dominant over albino (geen kleurstof, allel a). Kort haar (allel B) is dominant over lang haar (allel b). De genen erven onafhankelijk van elkaar over.

Hieronder staan van een kruising de fenotypen gegeven van de ouders en van de nakomelingen, plus de aantallen nakomelingen.

afbeeldingafbeelding

De mogelijke genotypen van de ouders zijn

Genetica

Een dihybride kruising.

Van een diersoort is het allel voor zwart haar (E) dominant over dat voor rood haar (e). Het allel voor krullend haar (F) is dominant over dat voor sluik haar (f).
In de F1 van een kruising is de verhouding zwart krullend : zwart sluik : rood krullend : rood sluik = 1 : 1 : 1 : 1.

Wat zijn de genotypen van de ouders?

Genetica

Een dihybride kruising.

Bij Drosophila is het allel voor rode ogen (R) dominant over dat voor bruine ogen (r). Het allel voor rechte vleugels (V) is dominant over dat voor gekrulde vleugels (v).

De kruising RrVv x rrvv heeft het volgende resultaat:

- 527 rode ogen en rechte vleugels
- 529 rode ogen en gekrulde vleugels
- 530 bruine ogen en rechte vleugels
- 531 bruine ogen en gekrulde vleugels

De resultaten van deze proef zijn duidelijk een bewijs van

Genetica

Een kruising.

Twee planten met het genotype EeFf planten zich onderling voort. De afbeelding hieronder geeft het kruisingsschema van deze kruising weer.

afbeeldingafbeelding

In dit schema zijn op de plaatsen P, Q, R en S geen genotypen ingevuld.

Over de nakomelingen waarvan de genotypen op de plaatsen P, Q, R en S kunnen worden ingevuld, worden vier beweringen gedaan:

1. Deze nakomelingen zijn allemaal heterozygoot voor beide kenmerken.
2. Deze nakomelingen zijn allemaal homozygoot voor minstens één van beide kenmerken.
3. De nakomelingen op de plaatsen P en Q hebben een zelfde fenotype als hun ouders.
4. De nakomelingen op de plaatsen R en S hebben een ander fenotype dan hun ouders.

Welke van deze beweringen zijn juist?

Genetica

Vachtkleur.

Bij muizen komen de volgende allelen voor:

- allel H veroorzaakt beharing, allel h veroorzaakt kaalheid.
- allel R veroorzaakt bruine vachtharen en allel r veroorzaakt witte vachtharen.

De genoemde allelen zijn niet X-chromosomaal en niet gekoppeld.
Twee muizen met het genotype HhRr krijgen nakomelingen.

Hoe groot is de kans dat het eerstgeboren jong een bruine vacht zal hebben?

Genetica

Een dihybride kruising bij hoenders.
Zie figuur A 111 van de bijlage.

Bij hoenders komt de eigenschap rozenkam (P) en de eigenschap erwtenkam (Q) voor.
Deze eigenschappen zijn niet gekoppeld en liggen niet op een geslachtschromosoom. Een combinatie van de allelen P en Q levert een zogenaamde walnootkam op.
Dieren die voor beide eigenschappen heterozygoot recessief zijn, hebben een normale kam.

Welke van onderstaande kruisingen resulteert in een F1 waarin zowel dieren met een walnootkam als dieren met een normale kam voorkomen?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Appelbomen.

Appelboom 1 heeft ten aanzien van twee eigenschappen het genotype RRqq.
De bloemen van deze boom worden bestoven en bevrucht door stuifmeelkorrels van appelboom 2, die ten aanzien van deze eigenschappen het genotype rrQQ heeft.

Wat zal het genotype zijn van de volgende cellen?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Erwten kruisen.

Men kruist twee homozygote erwtenplanten: een plant met rode bloemen en gaafrandige bladeren en een plant met witte bloemen en gekartelde bladeren. Het allel voor rode bloemkleur is dominant over het allel voor witte bloemkleur en het allel voor gekartelde bladrand is dominant over het allel voor gave bladrand. Deze eigenschappen erven onafhankelijk van elkaar over.
De exemplaren uit de F1 worden teruggekruist met de roodbloemige, gaafrandige ouder.

Hoe groot zijn de te verwachten percentages van de verschillende fenotypen die uit deze terugkruising ontstaan?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Muizen.

Bij muizen is het allel E (lange staart) dominant over het allel e (korte staart); het allel F (krullend haar) dominant over het allel f (glad haar).

In de F1 heeft 50% van de vele nakomelingen een lange staart en glad haar en 50% een korte staart en glad haar.

Wat is het genotype van één van de ouders?

Genetica

Cavia's kruisen.

Men kruist een witte ruigharige cavia met een zwarte gladharige.
Met betrekking tot deze kenmerken vinden we in de volgende generatie vier verschillende fenotypen in de verhouding 1 : 1 : 1 : 1.
A staat voor het allel zwartharig en a voor witharig, B voor ruigharig en b voor gladharig.
A en B zijn dominant.

Het genotype van de ouders moet dan voorgesteld worden door

Genetica

De rundervacht.

Twee runderen worden gekruist. Bij deze kruising wordt gelet op de kleur en het kleurpatroon van de vacht.
Het allel E (effen patroon) is dominant over het allel e (gevlekt patroon).
Het allel F (bruin) is dominant over het allel f (rood).

In de F1 is de verhouding:
afbeeldingafbeelding

Wat zijn de genotypen van de ouders?

Genetica

De rundervacht.

Bij runderen zijn de genen voor de haarkleur en voor het vlekkenpatroon niet gekoppeld en niet X-chromosomaal. De nakomelingen van bepaalde effen zwarte koeien en een roodbonte stier zijn altijd effen zwart. Bij onderlinge kruising van dergelijke F1 -individuen ontstaat een F2 met 32 individuen.

Hoeveel bonte runderen kunnen verwacht worden?

Genetica

Planten kruisen.

Een plant met brede, behaarde bladeren wordt gekruist met een plant met smalle, kale bladeren. Alle F1 -individuen hebben brede bladeren, maar 50% heeft behaarde en 50% kale bladeren. Zelfbestuiving van F1 -planten met brede, kale bladeren levert nakomelingen (F2 ) op in de volgende verhouding:

9 breed, kaal : 3 breed, behaard : 3 smal, kaal : 1 smal, behaard.

In welke verhouding zullen de verschillende fenotypen voorkomen bij F2 -individuen, ontstaan na zelfbestuiving van de F1 -planten met brede, behaarde bladeren?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Erwten kruisen.

Planten met ronde, gele erwten worden gekruist met planten met groene, kantige erwten. De allelen voor geel (G) en rond (R) zijn dominant en niet gekoppeld.
In de F1 komen vier verschillende fenotypen voor.

Wat is het genotype van de ouderplant met ronde, gele erwten?

Genetica

Konijnen kruisen.

Twee konijnen die voor dezelfde twee eigenschappen heterozygoot zijn, worden gekruist. De twee betrokken genen zijn niet gekoppeld.

Hoe groot is de kans dat een nakomeling voor elk van deze twee genen alleen de dominante allelen bezit?

Genetica

Planten kruisen.

Bij een plant die heterozygoot is voor twee eigenschappen, treedt zelfbestuiving op. De betrokken genen zijn niet gekoppeld.

Hoe groot is de kans op nakomelingen die eveneens heterozygoot voor beide eigenschappen zijn?

Genetica

Cavia's kruisen.

Een gladharige, zwarte cavia en een ruwharige, witte cavia hebben in totaal 6 nakomelingen. Deze nakomelingen zijn ruwharig, er zijn zwarte en witte bij.

Kan hieruit met zekerheid worden afgeleid of het allel voor ruwharig dominant is?
En het allel voor zwart?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Muizen kruisen.

Bij muizen is het allel voor een bruine vacht dominant over dat voor een witte vacht; het allel voor donkere ogen is dominant over dat voor rode ogen.
Een homozygote, bruinharige, donkerogige muis wordt gekruist met een witharige, roodogige muis. De betrokken genen zijn niet gekoppeld en niet X-chromosomaal.

Hoeveel verschillende genotypen kunnen in de F2 worden aangetroffen?

Genetica

Cavia's kruisen.

Twee zwarte ruigharige cavia's paren verscheidene keren met elkaar. Onder hun nakomelingen bevinden zich een wit ruigharig dier en een wit gladharig dier.

Wat zal de theoretische verhouding zijn tussen witte ruigharige en witte gladharige dieren van deze nakomelingschap?