Oefentoets Biologie: Dierfysiologie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 7

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Stofwisseling dieren

Vogels.
Zie figuur B 4567 van de bijlage.

Vogels hebben geen zweetklieren. Bij warm weer zie je vogels daarom vaak stilzitten en met open snavel zeer snel ademhalen.

Waarvoor dient deze snelle manier van ademhalen bij warm weer vooral?

afbeeldingafbeelding

Stofwisseling dieren

1/2 De galago.
Zie figuur B 4574 van de bijlage.

Galago's zijn apen die 50 centimeter groot kunnen worden. Het zijn nachtdieren die in bomen leven. De dieren komen voor in de bossen in Afrika. Galago's eten vooral insecten en vruchten. Galago's kunnen vliegende insecten als sprinkhanen en motten uit de lucht grijpen met hun voorpoten. Soms eet een galago ook een hagedis of een vogeltje. Overdag slapen galago's in holle bomen of in zelfgebouwde nesten.

Welk type kiezen heeft een galago?

afbeeldingafbeelding

Stofwisseling dieren

2/2 De galago.

Het omzetten van stoffen, zoals bij het eten, is een levenskenmerk.

Geef twee andere levenskenmerken die bij galago's kunnen voorkomen.

Stofwisseling dieren

Een goudvis.
Zie figuur B 4585 van de bijlage.

De lichaamstemperatuur van een goudvis wisselt met de omgeving. Zo gaat de lichaamstemperatuur van een goudvis omhoog als het water rond het dier warmer wordt. Hij wordt dan actiever en zwemt sneller heen en weer dan in koud water.

Verandert de snelheid van ademhaling van een goudvis als de lichaamstemperatuur hoger wordt?

afbeeldingafbeelding

Dieren

1/2 Hartwormen.
Zie figuur B 4605 van de bijlage.

In een artikel staat:
Honden kunnen erg ziek worden door hartwormen. Larven van deze hartwormen leven in het lichaam van bepaalde muggen. Als zo'n mug een hond steekt, kunnen de hartwormen in de hond terechtkomen. Daar gaan ze op weg naar het hart van de hond. Ze groeien en vermeerderen zich sterk.
In de afbeelding zijn hartwormen in het hart van een hond te zien.

In welk deel van het hart zijn hartwormen te zien in de afbeelding?

afbeeldingafbeelding

Dieren

2/2 Hartwormen.
Zie figuur B 4605 van de bijlage.

Door de grote hoeveelheid hartwormen kan bloedvat P uit de afbeelding verstopt raken.

Wat is de naam van P?

afbeeldingafbeelding

Dieren

1/4 Jachtluipaarden.

In een boek staat het volgende:
"Een antilope staat rustig gras te eten. Een jachtluipaard rent naar de antilope. Als hij de antilope gevangen heeft, eet hij hem op."

Welke voedselketen wordt in de informatie beschreven?

Dieren

2/4 Jachtluipaarden.

Een jachtluipaard is een vleeseter.

Welk type kiezen heeft een jachtluipaard?

Dieren

3/4 Jachtluipaarden.
Zie figuur B 4609 van de bijlage.

In de afbeelding is een orgaanstelsel van een jachtluipaard te zien.

Welk type orgaanstelsel toont de afbeelding?

afbeeldingafbeelding

Dieren

4/4 Jachtluipaarden.
Zie figuur B 4610 van de bijlage.

Een jachtluipaard heeft ogen die lijken op de ogen van een kat.
In een kattenoog en in een mensenoog is eenzelfde deel aangegeven met de letter P.

Wat is de naam van het deel dat is aangegeven met de letter P?

afbeeldingafbeelding

Dierfysiologie

1/16 Vleermuizen.
Informatie 1 Algemeen
Vleermuizen komen in grote delen van de wereld voor. Er zijn bijna duizend verschillende soorten.
Sommige soorten in de tropen leven van vruchten of van nectar en stuifmeel. Er zijn ook soorten die dieren zoals vissen of kikkers eten. De vampiervleermuis drinkt zelfs bloed van andere zoogdieren. In Nederland zijn de meeste vleermuizen insecteneters. Ze gaan 's nachts op jacht. Overdag rusten ze meestal in groepen, hangend in schuilplaatsen.

Informatie 2 Het lichaam
Zie figuur B 4634 van de bijlage.
Zie figuur A 1023 van de bijlage.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Vleermuizen zijn de enige zoogdieren die echt kunnen vliegen. Hun vleugels bestaan uit een zogenaamde vlieghuid die tussen de botten van de armen en benen is gespannen (zie de afbeelding). In de vlieghuid bevinden zich onder andere zenuwen en bloedvaten. De spieren die de vleugels laten bewegen bevinden zich in de romp.
In de afbeelding is de ligging van enkele organen weergegeven in het lichaam van een vleermuis.

Zie volgende scherm

Dierfysiologie

2/16 Vleermuizen.

Informatie 3 Vliegen
Omdat vliegen zeer veel energie kost, is er veel verbranding in de spieren tijdens het vliegen. Het hart is ongeveer driemaal zo groot als het hart van een even groot ander zoogdier. Het kan daardoor in korte tijd veel bloed rondpompen door het lichaam. Het bloed bevat naar verhouding ook veel meer rode bloedcellen dan dat van andere zoogdieren.
Tijdens het vliegen ontstaat er veel warmte door de verbranding in de vliegspieren. De bloedvaten in de vlieghuid spelen een belangrijke rol bij het afvoeren van deze warmte.

Informatie 4 Jagen
Zie figuur B 4635 van de bijlage.

afbeeldingafbeelding

De vleermuizen die in Nederland leven, zijn insecteneters. Ze gaan meestal 's nachts op jacht. In het donker maken ze gebruik van echolocatie. Ze maken daarbij zeer hoge geluiden die door voorwerpen en organismen in de omgeving worden weerkaatst. De vleermuizen vangen de teruggekaatste geluiden op en kunnen zo bepalen waar prooien zich bevinden. Ook verkennen ze op die manier de omgeving, zodat ze nergens tegenaan vliegen.
De oren van een vleermuis zijn aangepast aan het gebruik van echolocatie. Aan de stijgbeugel, één van de gehoorbeentjes, zit een spiertje vast (zie de afbeelding). Dit spiertje trekt zich tijdens het uitzenden van geluiden samen. Daardoor wordt de stijgbeugel weggetrokken van het slakkenhuis. Zo worden de oren minder gevoelig en worden de dieren niet door hun eigen geluid verdoofd.
Bij het jagen zijn de ogen van deze vleermuizen minder belangrijk. Het netvlies bevat maar één type zintuigcellen. Daardoor kunnen ze wel verschil in helderheid en vormen zien, maar geen kleuren.

Zie volgende scherm


-

Dierfysiologie

3/16 Vleermuizen.

Informatie 5 Winterslaap
Zie figuur B 4636 van de bijlage.

afbeeldingafbeelding

Actieve vleermuizen hebben een lichaamstemperatuur tussen de 35°C en 40°C. Als het in het najaar kouder wordt, zouden ze meer voedsel nodig hebben om die lichaamstemperatuur op peil te houden. Er zijn dan juist steeds minder insecten te vinden. Om de ongunstige, koude winterperiode te kunnen overleven, gaan de vleermuizen in Nederland in winterslaap van november tot maart. Daarvoor zoeken ze een geschikte ruimte op zoals een grot, een zolder of een kelder waarin ze in groepen dichtbij elkaar aan hun achterpoten gaan hangen.
Een ruimte is geschikt als winterverblijf als het er vochtig is en de temperatuur er tussen de 2°C en 8°C is. Tijdens de winterslaap verbruikt een vleermuis het vet dat in zijn lichaam als reservevoedsel is opgeslagen.
In de afbeelding is te zien hoe de lichaamstemperatuur en het aantal hartslagen veranderen tijdens de winterslaap. Ook de snelheid waarmee een vleermuis ademhaalt, verandert dan.

Zie volgende scherm

Dierfysiologie

4/16 Vleermuizen.

Informatie 6 Voortplanting
Zie figuur B 4637 van de bijlage.

afbeeldingafbeelding

Als twee vleermuizen gepaard hebben, kunnen de zaadcellen maandenlang opgeslagen worden in de baarmoeder van het vrouwtje. In de wintermaanden komen paringen maar zelden voor. De meeste vrouwtjes krijgen maar één jong per jaar.
In de afbeelding wordt weergegeven wanneer enkele gebeurtenissen plaatsvinden die te maken hebben met de voortplanting van vleermuizen in Nederland.

Informatie 7 Rabiës
De laatvlieger is een vleermuis die in Nederland voorkomt. Ongeveer een vijfde deel van deze dieren is besmet met het virus dat rabiës of hondsdolheid veroorzaakt. Als zo'n besmette vleermuis iemand bijt, kan het virus overgedragen worden.
Rabiës is een zeer ernstige, dodelijke ziekte. Daarom is het belangrijk om na een beet van een laatvlieger meteen voor behandeling naar een dokter te gaan.
Zo'n behandeling bestaat uit het toedienen van een serum en een inenting met een vaccin tegen rabiës.

Zie volgende scherm

Dierfysiologie

5/16 Vleermuizen.
Zie figuur B 4638 van de bijlage.

In informatie 1 worden verschillende soorten voedsel van vleermuizen genoemd.
In de afbeelding hiernaast wordt de kaak van een bepaalde vleermuis weergegeven.

Wat voor soort voedsel eet deze vleermuis? Noem een eigenschap van het gebit in de afbeelding waaraan je dat kunt zien.

afbeeldingafbeelding

Dierfysiologie

6/16 Vleermuizen.

In de vleugels van een vleermuis bevinden zich delen van het bottenstelsel.

Noem nog twee andere orgaanstelsels waarvan zich volgens de informatie delen in de vleugels bevinden.

Dierfysiologie

7/16 Vleermuizen.

In de afbeelding van informatie 2 zijn zeven organen in het lichaam van een vleermuis met een cijfer aangegeven. Enkele van deze organen behoren tot het uitscheidingsstelsel.

Geef twee cijfers die organen van het uitscheidingsstelsel aangeven.

afbeeldingafbeelding

Dierfysiologie

8/16 Vleermuizen.

Als een vleermuis vliegt, wordt er veel zuurstof naar de vliegspieren vervoerd. In de informatie worden verschillende eigenschappen van een vleermuis genoemd waardoor in korte tijd veel zuurstof vervoerd kan worden door het lichaam.

Noem twee van zulke eigenschappen.

Dierfysiologie

9/16 Vleermuizen.

Tijdens het vliegen worden de bloedvaten in de vlieghuid wijder, zodat er meer bloed door de huid stroomt.

Leg uit welk voordeel het heeft dat er dan meer bloed door de vlieghuid stroomt.

Dierfysiologie

10/16 Vleermuizen.

Tijdens het uitzenden van geluid voor echolocatie trekt een spiertje de stijgbeugel weg van het slakkenhuis (zie informatie 4).

Leg uit waardoor de oren van de vleermuis dan minder gevoelig voor geluid worden.