Oefentoets Biologie: Ademhaling - Ademproblemen | VWO 1/VWO 2

Deze oefentoets bevat 15 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

15

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ademhaling

1/2 Mond-op-mondbeademing.
Zie figuur B 436 van de bijlage.

Door verschillende oorzaken kunnen bij de mens de ventilatiebewegingen tot stilstand komen. In sommige gevallen is het echter mogelijk met behulp van mond-op-mondbeademing de ventilatiebewegingen weer op gang te brengen.

Zie figuur B 436 van de bijlage.

Bij mond-op-mondbeademing blaast de hulpverlener lucht direct in de luchtwegen van het slachtoffer. Eerst blaast de hulpverlener 5-10 maal snel achter elkaar een hoeveelheid lucht in; daarna blaast hij met tussenpozen van ongeveer 5 seconden. Wanneer de beademing succes heeft, komen de ventilatiebewegingen van het slachtoffer weer op gang.

Heeft de ingeblazen lucht alleen invloed op de CO2 -concentratie, alleen op de O2 -concentratie of op de concentraties van beide gassen in de lucht in de longen van het slachtoffer?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

2/2 Mond-op-mondbeademing.

Longblaasjes hebben onder andere de volgende kenmerken:

1. ze zijn omgeven door haarvaten,
2. de wanden zijn dun,
3 de wanden zijn elastisch.

Door welk van deze kenmerken kan het slachtoffer de ingeblazen lucht uitademen?

Ademhaling

Hyperventilatie.

Bij iemand die een aanval van hyperventilatie heeft, versnelt de ademhaling. Ook gaat het hart sneller kloppen.

Heeft deze versnelling van de hartslag invloed op de bloeddruk?

Ademhaling

1/2 Het schaatshoestje.

Een schaatser die een flinke inspanning levert, haalt adem door zijn mond.

Wat is de reden dat een sporter tijdens een flinke inspanning ademhaalt door de mond en niet door de neus?

Ademhaling

2/2 Het schaatshoestje.

De lucht in een schaatshal is koud en droog. Bij inademing door de mond wordt de lucht niet goed verwarmd. Hierdoor worden de slijmvliezen geprikkeld en wordt er extra slijm gevormd. De schaatser gaat dan hoesten. Dit wordt het 'schaatshoestje' genoemd. Tijdens het hoesten trekken de buikspieren zich krachtig samen.

Gaat het middenrif dan omhoog of omlaag?
Of is dat niet te zeggen?

Ademhaling

1/3 Klaplong.
Zie figuur B 3320 van de bijlage.

Een klaplong is het plotseling 'lek' raken van één van beide longen. Er komt dan lucht tussen de long en de wand van de borstholte. Het longweefsel verschrompelt dan tot een dikke prop om de vertakkingen van de luchtpijp (zie de afbeelding).

Hoe heten de vertakkingen van de luchtpijp?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

2/3 Klaplong.

Als iemand met een klaplong inademt, wordt de ingeklapte long niet meer uitgerekt.

Welke spieren trekken bij een normale inademing samen?

Ademhaling

1/4 Luchtwegklachten.

Onderzoekers wilden weten of luchtverontreiniging invloed heeft op de luchtwegen van kinderen mèt en van kinderen zonder astma. In drie winters (1992-1995) deden ze een onderzoek onder 600 kinderen. De kinderen werden verdeeld in twee groepen.

Groep 1 bestond uit kinderen mét astma, groep 2 uit kinderen zonder astma. De kinderen moesten hun luchtwegklachten in een dagboekje noteren. Ook werd tijdens het onderzoek de mate van luchtverontreiniging gemeten. Op dagen met veel luchtverontreiniging kregen de kinderen in groep 1 duidelijk meer aanvallen van benauwdheid dan op dagen met weinig verontreiniging.

Bij de kinderen van groep 2 was dit niet het geval.

Schrijf een conclusie uit de resultaten van het onderzoek op.

Ademhaling

2/4 Luchtwegklachten.

Tijdens een astmatische aanval speelt de dikte van de slijmlaag in de luchtwegen een rol, evenals de kringspieren in de wand van de luchtwegen.

Zijn de kringspieren in de wand van de luchtwegen tijdens zo'n aanval ontspannen of samengetrokken? Leg je antwoord uit.

Ademhaling

3/4 Luchtwegklachten.

Iemand die een aanval van astma krijgt, heeft moeite met uitademen.
Hij gaat dan actief dieper uitademen.

Worden bij dit diepe uitademen de middenrifspieren samengetrokken?
En worden de buikspieren samengetrokken?

Ademhaling

4/4 Luchtwegklachten.

Wat is een functie van de slijmlaag in de luchtwegen?

Ademhaling

1/2 Neuspoliepen.

Neuspoliepen zijn plaatselijke zwellingen van het slijmvlies in de neus. Neuspoliepen kunnen hinderlijk zijn, vooral als ze wat groter worden of in een groepje bij elkaar liggen. Dan wordt de ademhaling door de neus belemmerd en moet men door de mond ademhalen.

Noem twee redenen waarom neusademhaling beter is dan mondademhaling.

Ademhaling

2/2 Neuspoliepen.
Zie figuur B 2905 van de bijlage.

In de afbeelding is een doorsnede van een deel van het hoofd weergegeven.

Tijdens het slikken en bewegen de huig en het strotklepje.

Komt bij de persoon uit de afbeelding bij het slikken de huig tegen de neuspoliep?
En komt het strotklepje tegen de neuspoliep?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Klaplong.
Zie figuur B 2398 van de bijlage.

Bij een klaplong is er sprake van een gaatje of scheurtje in het longweefsel. Dit weefsel trekt zich vervolgens door elasticiteit samen. Er stroomt lucht vanuit de long in de ruimte tussen longvlies en borstvlies.
Iemand heeft een klaplong. De andere long is normaal. Tijdens de inademing wordt aan de kant van de klaplong de druk in de ruimte tussen longvlies en borstvlies vergeleken met de druk in de klaplong.

Is er tijdens de inademing een verschil in druk? Zo ja, waar is de druk het laagst?

afbeeldingafbeelding