Oefentoets Biologie: Dierfysiologie | VWO 1/VWO 2/VWO 3 | variant 1

Deze oefentoets bevat 21 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

21

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Dierfysiologie

Lichamelijke inspanning.

Er worden drie beweringen gedaan over de effecten van lichamelijke inspanning:

1. de warmteproductie neemt toe,
2. de longventilatie neemt af,
3. de warmte-afgifte wordt geremd.

Welke van deze drie beweringen is(zijn) juist?

Dierfysiologie

1/4 Kamelensoorten.
Zie figuur B 3588 van de bijlage.

Op de wereld komen verschillende soorten kamelen voor. In Afrika leven kamelen met één bult: de dromedarissen. Ze worden vaak als rijdier gebruikt, maar ook voor wol en vlees.
In Zuid-Amerika zijn kamelen zónder bult: de lama's. Ook dit zijn rijdieren en ze leveren ook wol en vlees.

In de afbeelding zijn - bij dezelfde vergroting - de koppen van een dromedaris en een lama weergegeven.
Een dromedaris heeft één bult. Een lama heeft geen bulten.

Noem nog twee verschillen in bouw tussen een dromedaris en een lama. Gebruik hierbij de afbeelding.

afbeeldingafbeelding

Dierfysiologie

2/4 Kamelensoorten.
Zie figuur B 3589 van de bijlage.

In koude streken in Midden-Azië leeft de tweebultige kameel. Opvallende kenmerken van deze soort zijn de twee bulten en de dikke vacht.

Leg uit waarvoor dit dier een dikke vacht nodig heeft.

afbeeldingafbeelding

Dierfysiologie

3/4 Kamelensoorten.

Alle kamelensoorten eten alleen maar plantaardig voedsel.

Welk type kiezen hebben kamelen?

Dierfysiologie

4/4 Kamelensoorten.

Veel mensen denken dat in de bult van kamelen water zit. Dat is niet waar.
De bult van een kameel is een opslagplaats van vet.

Waarvoor gebruikt een kameel dit vet?

Dierfysiologie

1/4 Zeehonden.
Zie figuur B 3371 van de bijlage.

Zeehonden zijn aangepast aan het leven in zee. Ze kunnen zich soepel door het water bewegen. Daarbij halen ze snelheden van wel 35 kilometer per uur. Zo jagen ze bijvoorbeeld op hun voedsel.

In de afbeelding B 3371 zijn enkele voedselrelaties weergegeven. Daar is te zien dat een zeehond onder andere haring eet.

Welke twee andere soorten voedsel eet een zeehond volgens de afbeelding?

afbeeldingafbeelding

Dierfysiologie

2/4 Zeehonden.

Doordat het bloed van een zeehond veel bloeddeeltjes bevat die zuurstof transporteren, kan het dier lang onder water blijven.

Welke bloeddeeltjes worden hier bedoeld?

Dierfysiologie

3/4 Zeehonden.
Zie figuur B 3372 van de bijlage.

In een verslag is te lezen hoeveel zeehonden in verschillende jaren in een bepaald gebied zijn geteld. Deze resultaten zijn in de grafiek van de afbeelding weergegeven.
In de jaren 70 van de vorige eeuw hadden zeehonden veel te lijden onder milieuvervuiling. Doordat bepaalde maatregelen werden genomen, verbeterde de situatie.

In welke periode bleek dat de genomen maatregelen succesvol waren?

afbeeldingafbeelding

Stofwisseling dieren

2/2 De galago.

Het omzetten van stoffen, zoals bij het eten, is een levenskenmerk.

Geef twee andere levenskenmerken die bij galago's kunnen voorkomen.

Dieren

1/4 Jachtluipaarden.

In een boek staat het volgende:
"Een antilope staat rustig gras te eten. Een jachtluipaard rent naar de antilope. Als hij de antilope gevangen heeft, eet hij hem op."

Welke voedselketen wordt in de informatie beschreven?

Dieren

2/4 Jachtluipaarden.

Een jachtluipaard is een vleeseter.

Welk type kiezen heeft een jachtluipaard?

Dieren

3/4 Jachtluipaarden.
Zie figuur B 4609 van de bijlage.

In de afbeelding is een orgaanstelsel van een jachtluipaard te zien.

Welk type orgaanstelsel toont de afbeelding?

afbeeldingafbeelding

Dieren

4/4 Jachtluipaarden.
Zie figuur B 4610 van de bijlage.

Een jachtluipaard heeft ogen die lijken op de ogen van een kat.
In een kattenoog en in een mensenoog is eenzelfde deel aangegeven met de letter P.

Wat is de naam van het deel dat is aangegeven met de letter P?

afbeeldingafbeelding

Dierfysiologie

Giraffen drinken.

Hoe drinken giraffen zonder dat water hun neus uit loopt?

Dierfysiologie

Vijf dieren.

De tabel hieronder toont van 5 dieren de lichaamstemperatuur, de hartslag en de maximale snelheid waarmee ze zich kunnen voortbewegen.
De nummers komen overeen met de volgende dieren: karper, mens, muis, olifant, en vleermuis.

afbeeldingafbeelding

Zet de dieren in de rechter kolom bij het juiste nummer in de linker kolom.

  • karper
  • muis
  • vleermuis
  • olifant
  • mens
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Dierfysiologie

5/5 Duikeenden en Aalscholvers.
Zie figuur B 5084 van de bijlage.

Aalscholvers zie je vaak afgebeeld met wijd gespreide vleugels (zie afbeelding hiernaast). Die houding nemen ze aan na het vissen.

Waartoe dient die houding?

afbeeldingafbeelding

Dierfysiologie

Zuurstofopname.

Een kubusvormig organisme met een ribbe van 1 cm kan per uur door zijn buitenoppervlak maximaal 1 ml zuurstof uit de omgeving opnemen. Het organisme heeft geen andere gaswisselingsmogelijkheid. Na enkele weken is het lichaam gegroeid en is de ribbe van dit kubusvormige organisme 2 cm.

Als alle andere omstandigheden gelijk zijn gebleven, hoeveel ml zuurstof kan het grotere organisme nu maximaal (door diffusie) via zijn buitenoppervlak opnemen?

Dat is [invulveld] ml.

Dierfysiologie

Landslakken.
Zie figuur B 5086 van de bijlage.

Bij veel soorten landslakken vindt gaswisseling plaats door de wand van de ademholte (een soort long). Deze ademholte staat via de ademopening in verbinding met de buitenlucht.
Het grootste deel van de tijd is deze ademopening gesloten.

De belangrijkste functie van het gesloten houden van de ademopening is, dat op deze wijze

afbeeldingafbeelding

Dierfysiologie

Schollen.

Schollen zijn platvissen. Je vindt een schol met twee ogen aan de linker zijde van de kop. Tijdens de groei is het rechteroog steeds meer naar de linkerkant gekomen. Als de vis volwassen is zwemt hij vlak boven de zeebodem.

Op welke zijde zwom de gevonden schol over de zeebodem?

Dierfysiologie

Baby’s en volwassenen.

Het gewicht en het lichaamsoppervlak van een pasgeboren baby worden vergeleken met die van een volwassene. Het gewicht van de baby is ongeveer 1/20 van het gewicht van de volwassene en het lichaamsoppervlak van de baby is ongeveer 1/9 van dat van de volwassene.
Drie andere verschillen tussen een volwassene en een baby staan in de tabel hieronder.

afbeeldingafbeelding

Welk van de genoemde verschillen tussen een volwassene en een baby wordt of welke verschillen worden vooral veroorzaakt door het verschil in lichaamsoppervlak per kilogram lichaamsgewicht?