Oefentoets Biologie: Zenuwstelsel - centraal_algemeen | HAVO 4/HAVO 5
Deze digitale toets over het zenuwstelsel richt zich op leerlingen die zich voorbereiden op hun examen en behandelt onderwerpen zoals geluidbewustwording, waarneming, en de rol van verschillende hersencentra. De toets bevat vragen die inzicht geven in de functies van het zenuwstelsel en de impact van slaap op geheugen. - 32 vragen
Aantal vragen
32
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
HAVO 4, HAVO 5
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Bewustwording van geluid in het zenuwstelsel
Het centrale zenuwstelsel. Zie figuur B 1353 van de bijlage.
In de afbeelding is een zijaanzicht van een deel van het centrale zenuwstelsel van de mens getekend. Vier delen zijn aangegeven, met P, Q, R en S. Iemand hoort een bepaald geluid.
In welk of in welke van de delen P, Q, R en S vindt de bewustwording van dit geluid plaats?
afbeelding
Waarneming van gelijkenis en verschil
Portret vergeleken. Zie figuur B 1110 van de bijlage.
De afbeelding toont twee portretten van dezelfde persoon. Op de kop afgedrukt lijken de portretten sterk op elkaar en nemen we 'normale' beelden waar. Als we het papier nu omdraaien, ontstaat een heel vreemd effect en blijken de portretten geheel verschillend te zijn (zie de tweede figuur bij deze vraag). Vier lichaamsdelen die bij dit waarnemen een rol spelen, zijn: de grote hersenen, de kleine hersenen, de kruising van de oogzenuwen en de zintuigcellen van het netvlies van de ogen.
Door de werking van welk van de genoemde delen nemen wij eerst een grote gelijkenis waar en na omdraaien van het papier een groot verschil?
afbeeldingafbeelding
Locatie van grijze stof in zenuwstelsel
Grijze stof in het zenuwstelsel.
Bij de centrale delen van het zenuwstelsel worden witte en grijze stof onderscheiden.
Waar bevindt zich de grijze stof in de grote hersenen en waar in het ruggenmerg?
afbeelding
Betrokken zenuwstelseldelen bij schrijven
Schrijven.
Aan leerlingen die een proefwerk gaan maken, wordt gevraagd hun naam boven hun proefwerk te schrijven. Als de leerlingen aan het schrijven zijn, is daarbij een aantal delen van het zenuwstelsel betrokken. Delen van het zenuwstelsel zijn:
1. kleine hersenen, 2. motorische centra in de hersenschors, 3. sensorische centra in de hersenschors, 4. ruggenmerg.
Welke van deze delen zijn betrokken bij het schrijven van de naam boven het proefwerk?
Verbindingen tussen hersencentra
Hersencentra.
Centra in de hersenen zijn onder andere:
1. coördinatiecentra in de kleine hersenen, 2. motorische centra in de grote hersenen, 3. sensorische centra in de grote hersenen.
Bestaan er door middel van (uitlopers van) zenuwcellen verbindingen tussen 1 en 2? En tussen 2 en 3?
Geleiding van Impulsen in het Zenuwstelsel
Impulsen.
Wanneer het lichaam van de mens reageert op prikkels uit de omgeving, vindt geleiding van impulsen in het zenuwstelsel plaats. Drie situaties waarin dit optreedt, zijn:
1. Iemand betreedt een sauna en begint in deze warme ruimte zeer sterk te zweten. 2. Iemand raakt met een hand een heet voorwerp aan en trekt in een reflex zijn hand terug. 3. Een hongerige persoon ruikt voedsel en begint direct daarna te watertanden (speeksel af te scheiden).
In welke van deze situaties lopen de impulsen die de genoemde reacties tot gevolg hebben, via de hersenstam?
De rol van de hersenstam in processen
De rol van de hersenstam.
In het lichaam van de mens vinden onder andere de volgende processen plaats:
1. pupilreflex, 2. ademhaling tijdens de slaap, 3. constant houden van het temperatuur van het bloed.
Bij welk van deze processen speelt de hersenstam een belangrijke rol?
Gevolgen van beschadiging kleine hersenen
Beschadiging van de kleine hersenen.
Wat zal het directe gevolg zijn van beschadiging van de kleine hersenen bij een zoogdier?
Coördinatie van beenspieren en hersenen
Nauwkeurige coördinatie van de beenspieren.
Welk deel van hersenen van de mens zorgt voor de nauwkeurige coördinatie van de werking van de beenspieren?
Pijngewaarwording en zenuwcellen
Impulsen bij de pijngewaarwording.
Iemand snijdt zich in een vinger en voelt pijn.
Verlopen de impulsen die de pijngewaarwording tot gevolg hebben via uitlopers van motorische of via uitlopers van sensorische zenuwcellen? Behoren deze cellen tot het animale of tot het autonome (vegetatieve) zenuwstelsel?
afbeelding
Bijniermerg en het autonome zenuwstelsel
Bijniermerg en het autonome zenuwstelsel.
In het bijniermerg van de mens bevinden zich de uiteinden van bepaalde neuronen van het autonome zenuwstelsel. Impulsen die via deze neuronen het bijniermerg bereiken, hebben tot gevolg dat het bijniermerg een hormoon gaat afgeven. Dit hormoon zorgt voor een verhoging van het glucosegehalte van het bloed. De afgifte van dit hormoon kan heel snel gebeuren, bijvoorbeeld wanneer iemand schrikt.
Behoren de betrokken neuronen tot het parasympatische of tot het (ortho)sympathische deel van het zenuwstelsel? Welk hormoon wordt er gevormd ten gevolge van impulsen langs deze neuronen?
afbeelding
Impulsen bij de honkbalwerper
1/4 Honkbal. Zie figuur C 12 van de bijlage.
Een honkbalwerper staat klaar voor het aangooien van de bal. Hij bekijkt goed welke slagman tegenover hem staat en welke tekens de achtervanger (catcher) hem geeft. Aan de hand van deze gegevens beslist hij hoe hij de bal zal gooien. Vervolgens gooit hij de bal met een mooie boog naar de catcher. De slagman mist de bal voor de derde keer en is uit! Ondanks de geringe lichamelijke inspanning merkt de werper dat zijn hartslagfrequentie sterk is toegenomen.
Waar worden bij de werper het eerst impulsen opgewekt door de lichtprikkels uit zijn omgeving?
afbeelding
Beslissingen bij het honkbalgooien
2/4 Honkbal. Zie figuur C 12 van de bijlage.
In welk deel van de hersenen van de werper vinden de processen plaats die leiden tot de beslissing hoe hij de bal wil gooien?
afbeelding
Impulsen in het Ruggenmerg
3/4 Honkbal. Zie figuur C 12 van de bijlage.
Er komen impulsen uit de hersenen die de activiteit van spieren beïnvloeden.
Gaan deze impulsen alleen door grijze stof van het ruggenmerg of alleen door witte stof van het ruggenmerg of door grijze en witte stof beide?
afbeelding
Hartslagfrequentie van de honkbalwerper
4/4 Honkbal. Zie figuur C 12 van de bijlage.
Waardoor is de hartslagfrequentie van de werper na de worp sterk toegenomen?
afbeelding
Zenuwstelsel en strafschop bij voetbal
1/4 Voetballen.
Tijdens een voetbalwedstrijd wordt een strafschop genomen. Degene die de strafschop neemt, maakt een beweging naar links, maar de bal komt rechts terecht. De keeper duikt naar de goede hoek en stopt de bal.
Via welke delen van het centrale zenuwstelsel verlopen impulsen bij de speler die de strafschop neemt?
Impulsen bij de keeper tijdens het voetballen
2/4 Voetballen.
Verlopen bij de keeper tijdens het stoppen van de bal impulsen in motorische centra van zijn grote hersenen, in sensorische centra of in beide typen centra?
Motorische en sensorische centra in de hersenen
3/4 Voetballen.
Bevinden de motorische centra zich in het merg of in de schors van de grote hersenen? En de sensorische centra?
Zenuwcellen bij voetbalbewegingen
4/4 Voetballen.
Tijdens dezelfde wedstrijd plukt de keeper de bal net voor het doel uit de lucht. Na eenmaal stuiteren gooit hij de bal weer uit.
Wat voor zenuwcellen zijn betrokken bij deze bewegingen?
Invloed van slaap op geheugen
1/5 Slapen en geheugen. Zie figuur B 3630 van de bijlage.
Tekst: Voor eindexamenkandidaten interessant om te weten: tot in de kleine uurtjes doorleren heeft geen zin. Het is veel beter om op tijd naar bed te gaan en acht uur achter elkaar te slapen. Slapen is goed voor het geheugen. Dit is onlangs door Amerikaanse onderzoekers aangetoond. Er zijn twee verschillende soorten slaap: de diepe slaap of SW-slaap (‘slow wave') en de REM-slaap (‘rapid eye movement'). Tijdens de REM-slaap gaan de ogen achter de gesloten oogleden snel heen en weer. De slaap volgt een vast patroon waarin diepe slaap en REM-slaap elkaar afwisselen. In de afbeelding is dit patroon weergegeven.
bewerkt naar: Slapen en dromen, Multifactor seminar 1994, Studium generale, KUN; Suzanne Baart, ‘Finale maakt de slaper slim', de Volkskrant, 29 april 2000.
Tijdens de vierde en laatste REM-slaap wordt informatie opgeslagen in het lange-termijngeheugen.
Met proefpersonen wordt een experiment uitgevoerd om de invloed van de duur van de slaap op het geheugen te onderzoeken. De groep proefpersonen wordt in twee gelijke subgroepen verdeeld. Personen van subgroep 1 kunnen ongestoord acht uur slapen. Personen van subgroep 2 worden, na een bepaald aantal uren slaap, wakker gemaakt.
Hoeveel uur mogen personen van subgroep 2 maximaal slapen om een meetbaar verschil in geheugentest te vinden met personen van subgroep 1?
afbeelding
Transport van eiwitten in zenuwcellen
2/5 Slapen en geheugen.
Tijdens de diepe slaap worden eiwitten in zenuwcellen aangemaakt. De concentratie van het groeihormoon in het bloed is verhoogd. Dit is belangrijk voor de vorming van nieuwe verbindingen tussen zenuwcellen in de hersenen en om bestaande verbindingen tussen zenuwcellen te versterken. Dit proces wordt in gang gezet tijdens de diepe slaap en wordt afgemaakt tijdens de laatste REM-slaap.
Welk organel zorgt of welke organellen zorgen voor transport van deze eiwitten in een zenuwcel?
Hersenen en de rol van slapen
3/5 Slapen en geheugen.
In welk deel van de hersenen worden deze nieuwe verbindingen tussen zenuwcellen aangelegd?
Groeihormoon: Afgifte en Transportmethoden
4/5 Slapen en geheugen.
Het groeihormoon is een eiwit dat wordt afgegeven door de hypofyse.
Op welke manier komt dit hormoon vanuit de hypofyse in het bloed?
Bloedvaten en groeihormoontransport
5/5 Slapen en geheugen.
Bloedvaten in het lichaam van de mens zijn onder andere: aorta, bovenste holle ader, hoofdslagader, hypofyse-ader, hypofyseslagader, longader, longhaarvat, longslagader, onderste holle ader.
Noteer in de juiste volgorde in welke van de genoemde bloedvaten een molecuul groeihormoon zich achtereenvolgens bevindt, wanneer het via de kortste weg van de hypofyse naar de hersenen gaat.
Hersengebieden en taalverwerking
1/3 Hersengebieden.
De PET-scantechniek maakt het mogelijk de doorbloeding van verschillende hersengebieden in beeld te brengen. De doorbloeding wordt beschouwd als een maat voor de activiteit. In de hersenen zijn het centrum van Broca en het centrum van Wernicke betrokken bij het spreken en luisteren. Als je zelf praat, worden vooral vanuit het centrum van Broca impulsen gestuurd naar stembanden, lippen en tong. Als er tegen je wordt gepraat, word je je hiervan bewust en vindt de herkenning van de stem vooral plaats in het centrum van Wernicke.
Is op grond van deze gegevens het centrum van Broca vooral motorisch of vooral sensorisch te noemen? En het centrum van Wernicke?
afbeelding
Veranderingen in het centrum van Wernicke
2/3 Hersengebieden.
Als iemand tegen je praat vinden op dat moment, als gevolg daarvan, veranderingen plaats in het centrum van Wernicke. Hierover worden drie beweringen gedaan:
1. Het aantal synapsen tussen zenuwcellen neemt daar dan toe. 2. Het aantal impulsen per tijdseenheid neemt daar dan toe. 3. Het verbruik van glucose in de zenuwcellen neemt daar dan toe.
Welke van deze beweringen is of zijn juist?
Zuurstofrijk bloed en hersengebieden
3/3 Hersengebieden. Zie figuur A 444 van de bijlage.
Het bloed dat een bepaald hersengebied verlaat, is zuurstofarm.
In welk van de volgende bloedvaten is dit bloed voor het eerst weer zuurstofrijk?
afbeelding
Verdeling van grijze en witte stof
Verdeling van stof in het centrale zenuwstelsel.
In het centrale zenuwstelsel ligt
Gevolgen van beschadiging aan de kleine hersenen
Kleine hersenen.
Wat kan het gevolg zijn van een beschadiging aan de kleine hersenen?
Regulatie van Bloeddruk en Ademfrequentie
Regulatie.
De regulatie van de bloeddruk en de ademfrequentie vindt bij de mens plaats in
.
Regeling van de hartslagfrequentie
Hartritmestoornissen.
Als het hart te snel gaat kloppen, dreigt de bloeddruk in de bloedvaten te hoog te worden. Zintuigen in de wand van de aorta en de halsslagaders registreren de toename van de bloeddruk en sturen impulsen naar een regelcentrum in de hersenen. Via het autonome zenuwstelsel wordt de hartslagfrequentie dan verlaagd.
In welk deel van de hersenen ligt het centrum dat de hartslagfrequentie regelt en via welk deel van het autonome zenuwstelsel wordt het hartritme verlaagd?
afbeelding
Reflexen en impulsen bij een strafschop
Een strafschop. Zie figuur B 2119 van de bijlage.
Tijdens een voetbalwedstrijd schiet een speler bij het nemen van een strafschop de bal keihard in de richting van het doel. De keeper reageert bliksemsnel en plukt de bal met een snoekduik uit de lucht (zie de afbeelding). Na de duik weet hij zo neer te komen dat hij zich niet bezeert.
In de tekst staat dat de keeper na de snoekduik op de grond valt zonder zich te bezeren.
Spelen hierbij reflexen die via het ruggenmerg verlopen een rol? En spelen hierbij impulsen die via de kleine hersenen verlopen een rol?