Oefentoets Biologie: Voortplanting | HAVO 4/HAVO 5 | variant 17

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

8/8 Finse ballen.

Leg het verband uit tussen vis in de Botnische Golf en de afname van de vruchtbaarheid van mannen.

Voortplanting

1/4 Sperma-analyse.

Bij ongeveer 10% van de Nederlandse paren komt ongewenste kinderloosheid voor. Artsen geven er de voorkeur aan onderzoek naar ongewenste kinderloosheid te beginnen bij de man. De kwaliteit van sperma wordt als goed beschouwd als het aan de volgende voorwaarden voldoet:

1. hoeveelheid sperma per zaadlozing: meer dan 1 ml;
2. aantal spermacellen: meer dan 20 miljoen per ml;
3. meer dan 40% bewegende spermacellen (na ongeveer twee uur);
4. meer dan 75% normale kopvormen.

In de tabel hieronder zijn de gegevens van sperma van negen verschillende mannen weergegeven. Al deze mannen produceren een normale hoeveelheid sperma, maar zij en hun partners zijn ongewild kinderloos.

afbeeldingafbeelding

Zie volgende scherm

Voortplanting

2/4 Sperma-analyse.

Bij welke twee van deze mannen is in ieder geval vervolgonderzoek bij de vrouw nodig?

Voortplanting

3/4 Sperma-analyse.
Zie figuur B 2590 van de bijlage.

afbeeldingafbeelding

Bij man 9 komen geen spermacellen voor in het sperma. Bij deze man is uiterlijk geen afwijking te zien en de hormoonconcentraties in zijn bloed zijn normaal. Iemand noemt de volgende mogelijke oorzaken voor het ontbreken van spermacellen in het sperma:

1. afsluiting van de afvoergangen van de bijbal;
2. het ontbreken van spermavormende cellen;
3. uitval van de activiteit van de hypofyse.

Door welke van deze oorzaken kunnen spermacellen in het sperma van man 9 ontbreken?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

4/4 Sperma-analyse.

Wanneer de kwaliteit van het sperma van een man niet goed genoeg is voor een normale bevruchting, kan het soms wel worden gebruikt voor kunstmatige inseminatie. De spermacellen van de man worden dan gedurende enige tijd verzameld en vervolgens gelijktijdig ingebracht bij de vrouw.

afbeeldingafbeelding

Van welke van de mannen 1, 3, 4, 6 en 7 uit de tabel hierboven is de kans op succes bij deze vorm van inseminatie het grootst? Verklaar je antwoord.

Voortplanting

1/3 Seksualiteit en seksueel overdraagbare aandoeningen.

In de onderstaande tabellen staan gegevens over Seksueel Overdraagbare Aandoeningen (SOA) en seksualiteit bij jongeren.
afbeeldingafbeelding
afbeeldingafbeelding

Zie volgende scherm

Voortplanting

2/3 Seksualiteit en seksueel overdraagbare aandoeningen.

Leg uit dat een condoom de kans op een SOA wel verkleint.

Voortplanting

3/3 Seksualiteit en seksueel overdraagbare aandoeningen.

In sommige gevallen kan ongewenste kinderloosheid opgeheven worden door kunstmatige inseminatie en/of door in-vitrofertilisatie (IVF). Bij kunstmatige inseminatie kan het zaad van de eigen partner gebruikt worden (KI-E) of het zaad van een (anonieme) donor (KI-D).
Als gevolg van een Chlamydia-infectie zijn bij een vrouw de eileiders verstopt geraakt. Zij kan daardoor langs natuurlijke weg niet zwanger worden. Zij en haar partner willen toch graag kinderen.

Welke methode komt of welke methoden komen in aanmerking om deze ongewenste kinderloosheid op te heffen?

Voortplanting

1/3 In de baarmoeder.
Zie figuur A 171 van de bijlage.

De afbeelding stelt schematisch een stadium voor van de ontwikkeling van een embryo in het baarmoederslijmvlies van een vrouw.

Wanneer in de ontwikkeling doet dit stadium zich voor?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/3 In de baarmoeder.
Zie figuur A 171 van de bijlage.

In deel 1 ontwikkelen zich bloedvaten.

Zullen deze bloedvaten bloed bevatten van het embryo, van de vrouw of van beiden?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

3/3 In de baarmoeder.
Zie figuur A 171 van de bijlage.

Wat bevindt zich op plaats 2?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/3 Het ongeboren kind.
Zie figuur A 136 van de bijlage.

De afbeelding toont een doorsnede van een deel van de placenta met een deel van de navelstreng bij een zwangere vrouw.
In het bloed in de bloedruimte komen onder andere de volgende stoffen voor:

1. aminozuren,
2. antistoffen,
3. hemoglobine.

Welke van deze stoffen kan of welke kunnen, door de wand van de bloedvaten heen, uit de bloedruimte worden opgenomen in het bloed van het ongeboren kind?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/3 Het ongeboren kind.

Welk koolhydraat wordt uit de bloedruimte opgenomen in het bloed van het ongeboren kind?

Voortplanting

3/3 Het ongeboren kind.

Is de zuurstofconcentratie van het bloed in de bloedruimte lager dan, gelijk aan of hoger dan die van het bloed in de navelstrengslagaders?

Voortplanting

1/3 Uitwisseling van stoffen in de placenta.
Zie figuur A 441 van de bijlage.

Een ongeboren kind is met de moeder verbonden door de navelstreng en placenta. De afbeelding geeft dit schematisch weer.

Welke van de stoffen aminozuren, eiwitten, hormonen, calciumionen, ureum en zuurstof bevinden zich in het bloed in een navelstrengader?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/3 Uitwisseling van stoffen in de placenta.

Men vergelijkt de hoeveelheid voedingsstoffen in het bloed in verschillende bloedvaten in de navelstreng.

Is het gehalte aan voedingsstoffen in het bloed van een navelstrengslagader lager dan, gelijk aan of hoger dan dat in het bloed van de navelstrengader?

Voortplanting

3/3 Uitwisseling van stoffen in de placenta.
Zie figuur A 441 van de bijlage.

Als een vrouw tijdens haar zwangerschap medicijnen gebruikt, kunnen deze een negatieve invloed hebben op de ontwikkeling van het kind.

Op welke van de in de afbeelding aangegeven plaatsen Q, R, S of T vindt opname plaats van deze medicijnen in het bloed van het kind?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/2 Ontwikkeling bij de mens.
Zie de figuren B 2117 en B 2118 van de bijlage.

Na de bevruchting vindt de ontwikkeling van het embryo plaats. In de afbeelding B 2117 is een gedeelte van deze ontwikkeling weergegen.

De afbeelding B 2118 geeft de voortplantingsorganen van de vrouw weer.

In welk van deze voortplantingsorganen vindt de in de afbeelding weergegeven ontwikkeling plaats?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 Ontwikkeling bij de mens.
Zie figuur A 390 van de bijlage.

In de afbeelding A 390 zijn veranderingen in het baarmoederslijmvlies schematisch weergegeven in samenhang met de gebeurtenissen in een eierstok (ovarium). In de weergegeven periode vindt innesteling van een embryo plaats. Dit is niet in de afbeelding weergegeven.

Rond welk van de momenten P, Q, R of S (zie de afbeelding) vindt de innesteling van een embryo plaats?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

De afkorting AIDS.

Geef de betekenis van de letters van de afkorting AIDS?