Bloed
Bloedvaten.
De holle aders eindigen in
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 1, VWO 2
NVON
cc-by-sa-40
Bloedvaten.
De holle aders eindigen in
Hart.
Van de rechterhelft van het hart is het volgende te zeggen:
Harten.
Zie figuur B 3842 van de bijlage.
Bij alle diersoorten heeft het hart dezelfde taak. Toch is de bouw van het hart bij verschillende diersoorten anders.
De onderstaande tabel kun je gebruiken om te bepalen van welke diersoort een hart afkomstig is.
afbeelding
Zie figuur B 3842 van de bijlage.
Van welk dier is het afgebeelde hart afkomstig?
Gebruik de bovenstaande tabel.
afbeelding
Hart.
Zie figuur B 699 van de bijlage.
De tekening geeft het hart van een mens weer met aansluitende bloedvaten.
Via welk bloedvat verlaat zuurstofarm bloed het hart?
afbeelding
Hart.
In welke ruimten van het hart van een mens is het bloed zuurstofrijk?
Bloedsomloop.
Het bloed stroomt van een kuitspier via de longen weer terug naar dezelfde kuitspier.
Het bloed gaat daarbij minstens tweemaal door het hart.
De weg die het bloed hierbij door het hart aflegt, is achtereenvolgens
Hartslagregeling.
De hartslagfrequentie wordt bij de mens mede bepaald door een regelcentrum in de hersenstam.
Dit regelcentrum wordt rechtstreeks beïnvloed door
Hart.
Het hart van de mens bestaat uit twee boezems en twee kamers.
In welke van deze ruimten bevindt zich bloed dat arm is aan koolstofdioxide?
Voeding van het hart.
De hartspier krijgt zuurstof vanuit
Zuurstofgehalte in de slagaders.
De linkerkamer van het hart van de mens pompt bloed weg.
Wordt dit bloed in de aorta of in de longslagaders gepompt?
Is dit bloed zuurstofarm of zuurstofrijk?
Het bloed wordt gepompt in de
Een dwarsdoorsnede door het hart.
Zie figuur B 393 van de bijlage.
In de figuur staat een dwarsdoorsnede door het hart, ter hoogte van de hartkamers.
Welke opmerking over de ruimtes A en B is juist?
afbeelding
Twee onderdelen van het hart.
Zie figuur B 1917 van de bijlage.
De afbeelding is een schematische doorsnede van het hart van de mens met aansluitende bloedvaten, van voren gezien.
Welk cijfer geeft het deel van het hart aan dat het bloed onder andere naar het hoofd pompt?
En welk cijfer geeft een holle ader aan?
afbeelding
afbeelding
Twee onderdelen van het hart.
Zie figuur B 1917 van de bijlage.
De afbeelding is een schematische doorsnede van het hart van de mens met aansluitende bloedvaten, van voren gezien.
Als de linkerkamer is samengetrokken, welk van de delen 5, 6, 7 en 8 is dan ook samengetrokken?
In welk van de delen 3, 4 en 6 is de druk het hoogst als de linkerkamer zich samentrekt?
afbeelding
afbeelding
Onderzoek naar de hartslag.
Tijdens een practicumles onderzoeken leerlingen de invloed van inspanning op de frequentie van de hartslag.
De volgende onderzoeken worden gedaan:
1. Direct nadat een proefpersoon tien diepe kniebuigingen heeft gemaakt wordt bij hem het aantal hartslagen geteld.
2. Twee minuten nadat een proefpersoon tien diepe kniebuigingen heeft gemaakt wordt bij hem het aantal hartslagen geteld.
3. Bij een proefpersoon wordt het aantal hartslagen geteld vlak voor en direct nadat hij tien diepe kniebuigingen heeft gemaakt.
4. Bij alle leerlingen van de groep wordt direct nadat zij tien diepe kniebuigingen hebben gemaakt, het aantal hartslagen per minuut geteld. Hieruit wordt een gemiddelde berekend.
Bij welke van de vier onderzoeken is de invloed van inspanning op de frequentie van de hartslag het beste te bepalen?
Onderzoek naar de hartslag.
Zie figuur B 700 van de bijlage.
De inspanning van een proefpersoon was gedurende een uur niet steeds dezelfde.
Tijdens dit uur werd bij de proefpersoon het aantal hartslagen per minuut bepaald.
De resultaten zijn uitgezet in het diagram.
In welk kwartier nam de lichamelijke inspanning zeker toe?
afbeelding
Hartslagen per minuut na inspanning.
Zie figuur B 700 van de bijlage.
Gedurende vijf kwartier werd bij een proefpersoon het aantal hartslagen per minuut bepaald.
De resultaten zijn uitgezet in het diagram.
Op een bepaald moment stopte de proefpersoon met een zware lichamelijke inspanning.
In welk kwartier stopte hij waarschijnlijk daarmee?
afbeelding
Het openen van de hartkleppen.
Tussen de linkerkamer van het hart en de aorta bevinden zich kleppen. Bij het kloppen van het hart is een aantal fasen te onderscheiden:
1. de hartpauze.
2. het samentrekken van de kamers.
In de hartpauze zijn de wanden van de boezems en de kamers ontspannen.
Tijdens welk fase of fasen worden de kleppen aan het begin van de aorta geopend?
De stand van de hartkleppen.
Zie figuur B 390 van de bijlage.
In de figuur staat viermaal een hart getekend (plaatjes 1 t/m 4).
P en Q geven kleppen aan.
De stand van de kleppen (open of dicht) is juist weergegeven
afbeelding
afbeelding
De stand van de hartkleppen.
Wanneer zijn zowel de hartkleppen tussen boezems en kamers als de kleppen aan het begin van de grote slagaders open (bij een normaal werkend hart)?
Hartkleppen en pezen aan de kleppen.
Als de kleppen aan het begin van de aorta worden gesloten, gaan dan vervolgens de kleppen tussen linkerboezem en linkerkamer open of dicht?
Worden de pezen aan de kleppen tussen linkerboezem en linkerkamer dan wel of niet gespannen?
afbeelding