Oefentoets Biologie: Bloed - bloedstolling | VWO 5/VWO 6

Deze digitale toets over bloedstolling en de rol van Ca2+-ionen is gericht op studenten in de biologie en geneeskunde, en behandelt belangrijke concepten zoals stollingsfactoren, enzymen en de effecten van aspirine. Ontdek de mechanismen achter bloedstolling en de implicaties voor de gezondheid tijdens zwangerschap en bij medicijngebruik. - 11 vragen

Aantal vragen

11

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Bloedstolling en Ca2+-ionen relatie

Bloedstolling.
Zie figuur B 8 van de bijlage.

Stremmen van bloed is een gevolg van de omzetting van fibrinogeen in fibrine. Door Ca2+ -ionen aan het bloed te onttrekken wordt deze omzetting verhinderd.
Indien aan reageerbuisjes met onstrembaar gemaakt bloed weer Ca2+ -ionen worden toegevoegd, blijkt het verband tussen de hoeveelheid toegevoegde Ca2+ -ionen en de stremmingstijd te zijn zoals weergegeven in het diagram.

Bij de gedeelten 1 en 2 van de grafiek zullen de volgende factoren beperkend kunnen werken op de stremming:

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Factoren die bloeddstolling voorkomen

Bloeddstolling.

Bloed stolt normaliter niet in het bloedvaatstelsel van de mens.

Door welke van de onderstaande factoren wordt voorkomen dat het bloed stolt?

1. de constante lichaamstemperatuur.
2. de verhouding tussen zuurstof- en kooldioxidegehalte van het bloed.
3. de aanwezigheid van witte bloedcellen in het bloed.
4. het feit dat verschillende stollingsfactoren in inactieve toestand aanwezig zijn.

Welke factor(en) is (zijn) juist?

Bloedstollingsproces en betrokken stoffen

Bloedstolling.
Zie figuur B 2697 van de bijlage.

Indien het afgebeelde schema wordt benut om het bloedstollingsproces weer te geven, dan is:

afbeeldingafbeelding

Bloedstolling in Serum en Bloedplasma

Een proef met bloed.

Reageerbuis I is gevuld met 2 mL serum en reageerbuis II met 2 mL bloedplasma, verkregen door het centrifugeren van oxalaatbloed.
Aan beide buizen wordt een overmaat CaCl2 -oplossing toegevoegd. Ze worden in een waterbad van 37ºC geplaatst.

Welk resultaat zie je na ongeveer 20 minuten?

Fibrinogeen en bloedstolling

Fibrinogeen.
Zie figuur B 4982 van de bijlage.

Peter vangt vers zoogdierbloed, dat verder niet is behandeld, op in een bekerglas. Op vast tijdstippen bepaalt hij het percentage fibrinogeen dat aanwezig is. Deze metingen verwerkt hij in de grafiek hiernaast. Op tijdstip t wordt in een isotonische oplossing een bepaalde stof aan het bloed toegevoegd.

Welke stof is dat?

Dat is .

afbeeldingafbeelding

Positieve terugkoppeling bij bloedstolling

Bloedstolling.

Op de plaats waar de binnenwand van een bloedvat beschadigd is komen stoffen vrij waardoor bloedplaatjes vastplakken. Hierdoor worden deze plaatjes geactiveerd en komen nieuwe stoffen vrij waardoor ook andere bloedplaatjes hechten en er uiteindelijk een stolsel ontstaat.

Hoe noemt men zo’n zichzelf versterkend proces?

Dat noemt men .

Aspirine en het risico op herseninfarct

1/4 Aspirine, een oeroude pijnstiller met een nieuwe toepassing.

Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw is duidelijk geworden dat aspirine nog een ander effect heeft. Het blijkt in lage dosering de samenklontering (agglutinatie) van bloedplaatjes te remmen.
Mensen die risico lopen op een hart- of herseninfarct wordt daarom aangeraden om dagelijks aspirine in een lage dosering te gebruiken.

Leg uit dat bij risico op een herseninfarct het slikken van aspirine zinvol is.

Bloedplaatjes en enzymvorming na aspirinegebruik

2/4 Aspirine, een oeroude pijnstiller met een nieuwe toepassing.

Een epitheelcel waarin, ten gevolge van een keer slikken van aspirine, de prostaglandinesynthasen buiten werking zijn gesteld, kan door vorming van nieuwe enzymmoleculen de effecten van aspirine ongedaan maken. Het duurt enige dagen voordat er weer voldoende van deze enzymmoleculen zijn.
De nieuwvorming van prostaglandinesynthasen is in bloedplaatjes niet mogelijk.

Leg uit waardoor in bloedplaatjes geen nieuwvorming van deze enzymen mogelijk is.

Effecten van Aspirine op de Maaggezondheid

3/4 Aspirine, een oeroude pijnstiller met een nieuwe toepassing.

Herhaaldelijk gebruik van aspirine kan in eerste instantie leiden tot maagwandbeschadiging en kan vervolgens gemakkelijk maagbloedingen veroorzaken.

Leg dit uit.

Functie en rol van COX-1 en COX-2

4/4 Aspirine, een oeroude pijnstiller met een nieuwe toepassing.

Prostaglandinesynthase bestaat in twee vormen, COX-1 en COX-2.
Thromboxanen worden gevormd door activiteit van het COX-1 eiwit.
Prostacyclinen ontstaan alleen door de activiteit van COX-1 in combinatie met COX-2. COX-1 is in alle cellen aanwezig en actief; COX-2 wordt in de meeste cellen alleen geactiveerd als er sprake is van bijvoorbeeld een ontsteking.

- Leg uit dat het voor de functie van COX-1 van belang is dat het altijd actief is.
- Leg uit dat het voor de functie van COX-2 van belang is dat het geactiveerd moet worden.

Effecten van bloedstolling tijdens zwangerschap

Een zwangerschap.

Aan het eind van de zwangerschap verandert de concentratie van een aantal stollingsfactoren in het bloed waardoor het bloed van de vrouw sneller stolt.

Noem een nadelig effect van deze snellere stolling in de laatste fase van de zwangerschap en een gunstig effect daarvan tijdens en direct na de bevalling.