Oefentoets Biologie: Osmose_diffusie - Osmose_diffusie | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Deze oefentoets bevat 17 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

17

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Osmose

Reactie van aardappelweefsel op NaCl-oplossing.
Zie figuur B 1723 van de bijlage.

Bij een onderzoek naar de reactie van aardappelweefsel op verschillende concentraties van een NaCl-oplossing kwam een onderzoeker tot het afgebeelde diagram.
De grafieken I t/m III hebben respectievelijk betrekking op de osmotische waarde van het celvocht, de zuigspanning en de wanddruk.

Uit de grafieken valt op te maken dat het celmembraan zal loslaten van de celwand (grensplasmolyse) zodra het celvolume minder wordt dan

afbeeldingafbeelding

Osmose

Samenhang osmotische waarde & turgor.

Als een zoetwaterplant wordt overspoeld door zeewater, stijgt de osmotische waarde van de cellen en daalt de turgor.

Wat is de samenhang tussen de stijging van de osmotische waarde en de daling van de turgor?

Osmose

Een plantencel in 0,8% keukenzoutoplossing.

Een plantencel wordt 24 uur in zuiver water gelegd.
De osmotische waarde van het vacuolevocht komt daarna overeen met die van een 0,8% keukenzoutoplossing.
Vervolgens wordt deze cel overgebracht naar een oplossing die 0,8% keukenzout bevat.

Hoe zullen (enkele minuten hierna) de osmotische waarde van het vacuolevocht en de turgor van deze cel veranderd zijn?

afbeeldingafbeelding

Osmose

Verdwijnende turgor.

Het is mogelijk in bladweefsel de turgor te doen verdwijnen door

Osmose

Turgor bij de strekking van cellen.

Tijdens de strekking van cellen van een plantenwortel nemen deze cellen veel water op.
Bovendien worden stoffen, zoals glucose, gebruikt bij de synthese van celwandmateriaal. Op grond hiervan zou kunnen worden verwacht dat de osmotische waarde afneemt en als gevolg hiervan de turgor van de zich strekkende cel verdwijnt.
Toch behouden de cellen hun turgor.

Wat kan hiervoor een verklaring zijn?

Osmose

Gebarsten kersen.
Zie figuur B 479 van de bijlage.

Bij rijpe kersen komt het verschijnsel voor dat tijdens een flinke regenbui de parenchymcellen van het vrucht vlees meer water opnemen dan de epidermiscellen. Als gevolg hiervan barsten de kersen aan de boom open (zie de afbeelding).

Waardoor nemen de parenchymcellen meer water op dan de epidermiscellen?

afbeeldingafbeelding

Osmose

Een turgescente plantencel.

Een turgescente plantencel wordt in een oplossing gelegd, die dezelfde opgeloste stoffen beval als de vacuole.
De plant blijft dezelfde turgor behouden.

Is de concentratie van opgeloste deeltjes in deze oplossing gelijk aan, hoger of lager dan die in het vacuolevocht?
Verandert de hoeveelheid water in de cel?

afbeeldingafbeelding

Osmose

Veranderende turgor.

Vier gelijke plantencellen uit hetzelfde weefsel bevinden zich ieder een kwartier in een bepaalde oplossing.
Cel 1 bevindt zich in een oplossing van 0,1 mol C6 H12 O6 per liter water.
Cel 2 bevindt zich in een oplossing van 0,05 mol C6 H12 O6 per liter water.
Cel 3 bevindt zich in een oplossing van 0,1 mol KNO3 per liter water.
Cel 4 bevindt zich in een oplossing van 0,05 mol KNO3 per liter water.

In welke cel is na dat kwartier de turgor het hoogst?

Osmose

Aardappelstukjes in verschillende oplossingen.

Twee gelijkwaardige stukjes aardappel worden in verschillende oplossingen gelegd:

- stukje 1 in een oplossing van 1 gram glucose per liter,
- stukje 2 in een oplossing van 1 gram zetmeel per liter.

Na vier uur zijn beide stukjes steviger geworden.

Hebben de stukjes water opgenomen of afgestaan?
Welk stukje heeft het meeste water opgenomen of afgestaan?

afbeeldingafbeelding

Osmose

Turgor van de sluitcellen van de huidmondjes.
Zie figuur B 318 van de bijlage.

Bij een experiment staat een plant met zijn wortels in een voedingsoplossing. Op een bepaald tijdstip Q wordt deze plant overgebracht naar een oplossing waarin de concentratie van opgeloste deeltjes hoger is dan die in de eerste voedingsoplossing. De overige omstandigheden blijven gelijk. De opname en de verdamping van water vóór en ná  tijdstip Q zijn in het afgebeelde diagram weergegeven.

Op welk van de aangegeven tijdstippen P, R, S of T is de turgor van de sluitcellen van de huidmondjes van deze plant het hoogst?

afbeeldingafbeelding

Osmose

Bloemstelen van een paardenbloem.
Zie figuur A 353 van de bijlage.

Korte stukjes bloemstelen van een paardenbloem (1), waarvan bij la een deel vergroot is afgebeeld, worden aan één uiteinde gedeeltelijk in de lengte ingesneden (2).
Drie afzonderlijke stukjes worden gedurende 20 minuten in verschillende vloeistoffen gelegd.
De resultaten zijn in figuur 3 t/m 5 afgebeeld.

Welke van onderstaande beweringen zou met betrekking tot de waarnemingen juist kunnen zijn?

afbeeldingafbeelding

Osmose

Veranderende turgor.

Een plantencel met turgor bevindt zich in een oplossing Q die 1% KNO3 bevat. De cel is in evenwicht met oplossing Q; het volume van de cel verandert niet. Dan wordt deze cel in een KNO3 -oplossing met een andere concentratie overgebracht, oplossing R. Na het overbrengen in oplossing R ontstaat opnieuw een evenwichtstoestand. In deze evenwichtstoestand heeft het vacuolevocht van de cel een osmotische waarde die overeenkomt met die van oplossing Q. Er wordt van uitgegaan dat de opname van K+ en NO3 - door de plantencel te verwaarlozen is.

Is de turgor van deze plantencel na het overbrengen in oplossing R afgenomen, gelijk gebleven of toegenomen of is dat niet uit de gegevens af te leiden?

Osmose

Een plantencel.
Zie figuur B 1685 & B 1686 van de bijlage.

Een plantencel bevindt zich in een oplossing met een bepaalde concentratie van opgeloste deeltjes. De cel bevindt zich in een evenwichtstoestand waarin de concentratie van opgeloste deeltjes binnen en buiten de cel gelijk is. Op tijdstip 0 wordt de cel (zie de afbeelding) in een andere oplossing gebracht. Na 60 minuten ziet de cel er bij dezelfde vergroting uit zoals is weergegeven in de afbeelding.
Twee leerlingen geven in diagrammen weer wat er volgens hen met de turgor van de cel en met de concentratie van opgeloste deeltjes in de cel tussen de tijdstippen 0 en 60 minuten is gebeurd.

In de afbeelding B 1686 zijn hun diagrammen weergegeven. Diagrammen 1 en 2 geven het mogelijk verloop van de turgor van de cel weer; diagrammen 3 en 4 geven het mogelijke verloop van de concentratie van opgeloste deeltjes in de cel weer.

In welk van de diagrammen 1 en 2 kan het verloop van de turgor van de cel juist zijn weergegeven?
In welk van de diagrammen 3 en 4 kan het verloop van de concentratie van opgeloste deeltjes in de cel juist zijn weergegeven?

afbeeldingafbeelding


-

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Osmose

De zoutconcentratie in de omgeving van een plant.

Stel dat de zoutconcentratie in de omgeving van een plant toeneemt, bijv. door sterke bemesting.

Welke veranderingen zullen dan optreden in de wateropname door de wortels en in samenhang daarmee in de turgor van de sluitcellen van de huidmondjes?

afbeeldingafbeelding

Osmose

Plantencellen in drie verschillende keukenzoutoplossingen.
Zie figuur B 2624 van de bijlage.

Een bepaalde cel wordt achtereenvolgens in drie verschillende keukenzoutoplossingen gelegd en bij dezelfde vergroting getekend (zie de afbeelding). Hierbij blijft de cel levend.

In welke figuur heeft de getekende cel de grootste stevigheid?

afbeeldingafbeelding

Osmose

Een turgescente plantencel.

Een turgescente plantencel verkeert in evenwicht met zijn hypotonische omgeving. Deze cel wordt nu overgebracht naar een isotonische omgeving.

Wat gebeurt er met de cel?

Osmose

Buiten en binnen de cel.
Zie figuur B 1641 van de bijlage.

Een aantal reageerbuizen wordt gevuld met 9 ml NaCl-oplossing van verschillende concentraties en 1 ml bloed van de mens. Hierna wordt de inhoud van elke buis gecentrifugeerd. Door het centrifugeren kan in een buis een neerslag van celfragmenten en/of intacte cellen ontstaan. Van elke buis wordt het volume van het neerslag bepaald. In het diagram van de afbeelding is het verband weergegeven tussen het volume van het neerslag en de NaCl-concentratie van de gebruikte oplossing.

Bij welke van de concentraties 0,3, 0,4, 0,9 en 1,0 g/100 ml NaCl hebben de intacte bloedcellen het kleinste celvolume?

afbeeldingafbeelding