Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
VMBO theoretische leerweg, 4
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Assimilatie_dissimilatie
2/3 Zuurstof.
In een goed verlichte afgesloten ruimte bevindt zich een aantal verschillende levende organismen. In deze ruimte wordt het zuurstofgehalte van de lucht regelmatig gemeten gedurende een periode van tien uur.
In deze ruimte bevinden zich in ieder geval planten met bladgroen.
Is het mogelijk dat er bovendien dieren in deze ruimte aanwezig zijn? Is het mogelijk dat er bovendien planten zonder bladgroen in deze ruimte aanwezig zijn?
Assimilatie_dissimilatie
3/3 Zuurstof.
In een goed verlichte afgesloten ruimte bevindt zich een aantal verschillende levende organismen. In deze ruimte wordt het zuurstofgehalte van de lucht regelmatig gemeten gedurende een periode van tien uur.
In de ruimte gaat na de periode van tien uur het licht uit.
Zal het zuurstofgehalte dan dalen, gelijk blijven of stijgen?
Assimilatie_dissimilatie
Wijn.
De meeste druiven uit de Elzas in Noord-Frankrijk worden gebruikt om wijn van te maken. Na een zomer met veel zon ontstaat meer alcohol dan na een zomer met weinig zon.
Leg in twee stappen het verband uit tussen veel zon in de zomer en veel alcohol in de wijn.
Assimilatie en dissimilatie
Vier beweringen over het vrijkomen van energie.
Er worden de volgende vier beweringen over het vrijkomen van energie gedaan:
1. bij de omzetting van suiker en zuurstof in water en koolstofdioxide komt energie vrij. 2. bij de omzetting van water en koolstofdioxide in suiker en zuurstof komt energie vrij. 3. in spiercellen kan energie vrijkomen. 4. in cellen met bladgroen kan energie vrijkomen.
Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?
Assimilatie en dissimilatie
Een proef. Zie figuur B 3208 van de bijlage. Zie figuur A 1014 van de bijlage.
Bij een proef worden twee vissen en een waterplant in een aquarium gedaan. Regelmatig wordt de hoeveelheid koolstofdioxide in het water bepaald. De resultaten zijn weergegeven in het diagram (A 1014).
Wat moet op het stippellijntje bij de y-as van het diagram staan?
afbeeldingafbeelding
Assimilatie en dissimilatie
1/2 Een proef. Zie figuur B 3169 van de bijlage.
Sommige kamerplanten hebben bladeren met witte en groene strepen. Irene zet zo'n kamerplant twee dagen in het licht. Een andere plant van deze soort zet zij twee dagen in het donker. Beide planten staan bij kamertemperatuur.
Zie figuur B 3170 van de bijlage.
Hierna onderzoekt Irene of in bladeren van beide planten zetmeel aanwezig is. Ze gebruikt een bepaalde oplossing om zetmeel aan te tonen. De resultaten van deze proef zijn hieronder weergegeven.
Welke oplossing gebruikte Irene om zetmeel aan te tonen?
afbeeldingafbeelding
Assimilatie en dissimilatie
2/2 Een proef.
Welke conclusie is het meest juist op grond van de resultaten van deze proef?
Assimilatie en dissimilatie
1/3 Een experiment. Zie figuur B 1184 van de bijlage.
Leerlingen doen een experiment met een waterplant. Een takje waterpest wordt afgesneden en omgekeerd in een reageerbuis met slootwater voor het raam gezet. Iedere ochtend om 10 uur doen ze een waarneming. Vanuit het plantje stijgen gasbelletjes op.
Uit welk gas bestaan de belletjes vooral?
afbeelding
Assimilatie en dissimilatie
2/3 Een experiment.
Op vier achtereenvolgende dagen tellen de leerlingen 's morgens om 10 uur het aantal gasbelletjes dat per minuut opstijgt. Ze noteren ook de weersomstandigheden. De temperatuur in het lokaal is steeds 20°C. De resultaten staan weergegeven in onderstaande tabel. afbeelding
Zie figuur B 2908 van de bijlage.
Maak op het uitwerkblad een staafdiagram van de resultaten.
afbeelding
Assimilatie en dissimilatie
3/3 Een experiment.
Schrijf een conclusie op uit de resultaten van dit experiment.
Assimilatie en dissimilatie
1/6 Een experiment.
In een plant kan zowel verbranding als fotosynthese optreden.
Is voor verbranding koolstofdioxide nodig? En is voor fotosynthese koolstofdioxide nodig?
Assimilatie en dissimilatie
2/6 Een experiment.
Bij een experiment wordt een indicator gebruikt die in kraanwater aangeeft of de hoeveelheid koolstofdioxide toeneemt of afneemt. In gewoon kraanwater is de kleur van de indicator oranje. In de tabel hieronder staat aangegeven hoe de kleur verandert als de hoeveelheid koolstofdioxide verandert.
afbeelding
Zie figuur B 3301 van de bijlage.
Drie reageerbuizen worden gevuld met kraanwater, waaraan wat van de indicator wordt toegevoegd. In twee buizen wordt ook een waterplantje gedaan. Eén van de buizen met een plantje wordt ingepakt, zodat er geen licht meer bij kan (zie de afbeelding). De buizen worden de hele dag voor het raam in de zon gezet.
Welke kleur zal het water in buis 1 na enkele uren hebben? Leg je antwoord uit.
afbeelding
Assimilatie en dissimilatie
3/6 Een experiment.
Treedt er fotosynthese op in het plantje in buis 2? En treedt er verbranding op in het plantje in buis 2?
afbeelding
Assimilatie en dissimilatie
4/6 Een experiment.
Leg uit wat de functie is van buis 3 tijdens het experiment.
afbeelding
Assimilatie en dissimilatie
5/6 Een experiment. Zie figuur B 3302 van de bijlage.
Bij een volgend experiment worden twee andere buizen gevuld met kraanwater en wat van dezelfde indicator: buis 4 en buis 5. In buis 4 worden enkele slakjes gedaan en in buis 5 enkele slakjes en een waterplantje (zie de afbeelding hiernaast). Beide buizen worden voor het raam in het licht gezet.
Wat zal de kleur van het water in buis 4 na enkele uren zijn? Leg je antwoord uit.
afbeelding
Assimilatie en dissimilatie
6/6 Een experiment.
De kleur in buis 5 verandert niet. Dit betekent dat de hoeveelheid koolstofdioxide in het water gelijk blijft.
Leg uit waardoor de hoeveelheid koolstofdioxide in het water van buis 5 gelijk blijft.
afbeelding
Assimilatie
Groot dooiermos.
Groot dooiermos is een opvallende soort korstmos. De kleur is meestal groen/geel. Groot dooiermos groeit op de schors van bomen, maar ook op stenen en dakpannen. In groot dooiermos kan onder andere fotosynthese plaatsvinden. Hierbij wordt glucose gemaakt.
Welke andere stof ontstaat hierbij?
Assimilatie en dissimilatie
Asperges. Zie figuur B 3277 van de bijlage.
De aspergeplant is bekend omdat de witte, jonge stengels eetbaar zijn. Deze groeien uit een wortelstok die diep in de grond zit. Zo worden de asperges lang en blijven ze wit.
Vindt in deze aspergestengels fotosynthese plaats? En vindt er verbranding plaats?
afbeelding
Assimilatie en Dissimilatie
1/2 Biosfere 2.
Bij een experiment in Amerika is een zeer grote kas gebouwd: Biosfere 2. Men heeft geprobeerd in Biosfere 2 de aarde in het klein na te bootsen. De kas is gevuld met buitenlucht en daarna luchtdicht afgesloten. Er leven veel verschillende soorten organismen in waaronder een aantal mensen. Enige maanden na het begin van het experiment is het gehalte aan zuurstof van de lucht in de kas gedaald. Men wilde deze daling tegengaan. In een gedeelte van de kas is een oerwoud nagebootst. Men overwoog 's nachts lampen boven dit 'oerwoud' aan te steken.
Leg uit hoe het 's nachts aansteken van de lampen invloed kan hebben op het zuurstofgehalte van de lucht in de kas.