Oefentoets Biologie: Voortplanting | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 25

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

1/2 Mensen vergelijken.
Zie figuur B 1551 van de bijlage.

In de afbeelding zijn de chromosomen uit lichaamscellen van twee mensen schematisch weergegeven.

Hoeveel chromosomenparen komen op tekening 1 van de afbeelding voor?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 Mensen vergelijken.
Zie figuur B 1551 van de bijlage.

Over de twee mensen van wie in de afbeelding de chromosomen zijn weergegeven, worden de volgende beweringen gedaan:

I. Beide mensen hebben hetzelfde genotype.
II. Deze mensen verschillen in fenotype.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/2 Dikte van de baarmoederwand.
Zie figuur B 1546 van de bijlage.

In de afbeelding is van een bepaalde vrouw de verandering van de dikte van het slijmvlies van de baarmoederwand weergegeven.

Wat gebeurde er met het slijmvlies van de baarmoeder in de periode van 11 tot en met 15 april?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 Dikte van de baarmoederwand.
Zie figuur B 1546 van de bijlage.

In de afbeelding is de periode van één cyclus weergegeven.

Omstreeks welke datum heeft de ovulatie waarschijnlijk plaats gevonden?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/2 Joke.

Joke is dertig jaar. Zij heeft problemen gekregen met haar menstruatiecyclus. Deze wordt steeds onregelmatiger.
Soms duurt het wel drie maanden voor ze weer menstrueert.

Kan de verstoring van de menstruatiecyclus een gevolg zijn van een afwijkende werking van haar eierstokken?
En een gevolg van een afwijkende werking van haar hypofyse?

Voortplanting

2/2 Joke.

Eén van de secundaire geslachtskenmerken van Joke is dat zij in haar lichaam in verhouding meer vet heeft opgeslagen dan haar man. Vooral rond haar heupen is het verschil duidelijk te zien.

Noem drie andere secundaire geslachtskenmerken van Joke.

1. [invulveld]
2. [invulveld]
3. [invulveld]

Voortplanting

1/3 Menstruatie.

Tijdens de menstruatie wordt een deel van het slijmvlies dat de baarmoeder bekleedt, afgestoten. Dit gebeurt echter alleen als in de vruchtbare periode ervoor geen innesteling heeft plaatsgevonden.
Tijdens de menstruatie treedt ook bloedverlies vanuit de baarmoederwand op. Om dit bloed goed af te kunnen voeren, wordt vanuit de baarmoeder een enzym toegevoegd dat de stolling van dit bloed grotendeels verhindert.

Iemand heeft een regelmatige menstruatiecyclus van 28 dagen.

Wanneer valt bij deze vrouw de vruchtbare periode?

Voortplanting

2/3 Menstruatie.

Wat is de functie van de bloedvaten in het slijmvlies van de baarmoeder?

Voortplanting

3/3 Menstruatie.

Het speciale enzym dat door de baarmoeder aan het menstruatiebloed wordt toegevoegd, gaat de stolling van het bloed tegen.

Welke deeltjes in het bloed zijn normaal betrokken bij de bloedstolling?

Voortplanting

1/2 Ochtendtemperatuur.
Zie figuur B 3680 van de bijlage.

Met een ochtendtemperatuurcurve kan een vrouw het moment bepalen van haar ovulatie. Ze moet dan elke ochtend op hetzelfde tijdstip haar lichaamstemperatuur opnemen. In de afbeelding zijn enkele gegevens van een vrouw gedurende een menstruatiecyclus schematisch weergegeven: de datum, de dag van de cyclus, de ochtendtemperatuur en de dikte van het baarmoederslijmvlies.
In de maand juni heeft deze vrouw geslachtsgemeenschap die tot bevruchting leidt.

Op welke dag ongeveer vindt innesteling plaats?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 Ochtendtemperatuur.

Hormonen beïnvloeden de dikte van het baarmoederslijmvlies.

Waar wordt het hormoon geproduceerd dat in de eerste helft van de menstruatiecyclus het dikker worden van het baarmoederslijmvlies bevordert?

Voortplanting

1/2 Vrouwelijke geslachtsorganen.
Zie figuur B 2247 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch een doorsnede van een gedeelte van de geslachtsorganen van een vrouw weer. Een aantal delen is met een cijfer aangegeven.

Produceert één van de aangegeven delen hormonen die de menstruatiecyclus beïnvloeden?
Zo ja, welk deel?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 Vrouwelijke geslachtsorganen.

De baarmoeder is ondermeer opgebouwd uit het baarmoederslijmvlies en een laag spieren.

Is er maandelijks een sterke verandering van de dikte van het baarmoederslijmvlies bij een 35-jarige vrouw die niet zwanger is?
En is er maandelijks een sterke verandering van de dikte van de spierlaag bij deze vrouw?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/4 Vrouwelijke geslachtsorganen.
Zie figuur B 2448 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch de geslachtsorganen van een vrouw weer. Een aantal plaatsen is met een cijfer aangegeven.
In de afbeelding wordt een deel van de geslachtsorganen aangewezen met cijfer 5.

Wat is de naam van dat deel?

Dit is de/het [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/4 Vrouwelijke geslachtsorganen.
Zie figuur B 2448 van de bijlage.

Op welke van de aangegeven plaatsen vindt meestal de bevruchting plaats?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

3/4 Vrouwelijke geslachtsorganen.
Zie figuur B 2448 van de bijlage.

De dikte van een bepaalde laag in de geslachtsorganen van een vrouw verandert sterk in de loop van de menstruatiecyclus. Tijdens de menstruatie wordt een groot deel van die laag afgestoten.

Met welk cijfer is in de afbeelding een plaats aangegeven waar deze laag zich bevindt?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

4/4 Vrouwelijke geslachtsorganen.

Een vrouw is zwanger van een tweeling. Zij denkt dat er twee manieren zijn waarop haar tweeling kan zijn ontstaan:

1. Na enkele delingen zijn uit één bevruchte eicel twee groepjes cellen ontstaan. De groepjes cellen hebben zich afzonderlijk ingenesteld.
2. Er zijn twee eicellen bevrucht, waaruit twee groepjes cellen zijn ontstaan. De groepjes cellen hebben zich afzonderlijk ingenesteld.

Welke van deze mogelijkheden kan of kunnen juist zijn?

Voortplanting

1/4 Een ongeboren kind.
Zie figuur B 917 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch een ongeboren kind weer met de navelstreng en een deel van de placenta.
Het bloed in bloedvat R stroomt van het kind af, het bloed in bloedvat S stroomt naar het kind toe.
De moeder is vier maanden zwanger.

Komt in deel Q bloed van het kind voor?
En bloed van de moeder?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/4 Een ongeboren kind.
Zie figuur B 917 van de bijlage.

Komt in bloedvat S bloed van het kind voor?
En bloed van de moeder?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

3/4 Een ongeboren kind.
Zie figuur B 917 van de bijlage.

Bevat het bloed in bloedvat R evenveel zuurstof als in bloedvat S?
Zo nee, waar bevat het bloed de meeste zuurstof?

afbeeldingafbeelding