Oefentoets Biologie: Voortplanting | HAVO 4/HAVO 5 | variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

Het verschil tussen een koningin en een werkster.

Een bijenvolk bestaat uit vrouwelijke bijen (werksters), mannelijke bijen (darren) en één grote vrouwelijke bij (de koningin).
Uit een bevruchte eicel kan een koningin of een werkster ontstaan. Dit is afhankelijk van het voedsel dat de larve krijgt. Een dar ontstaat uit een onbevruchte eicel.

Is er bij het verschil tussen een koningin en een werkster sprake van een modificatie?
En bij het verschil tussen een koningin en een dar?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Ontwikkeling bij insecten.
Zie figuur B 355 van de bijlage.

Op de bijlage staat een tekening van een insect in een bepaald stadium van zijn ontwikkeling.

Treden in dit stadium vervellingen op?
Kan het insect in dit stadium voortplantingscellen produceren?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Voorkomen van zwangerschap bij honden.

Twee honden worden behandeld om bij hen zwangerschap te voorkomen.

Bij teef 1 worden beide eierstokken verwijderd.
Bij teef 2 worden de beide eileiders onderbroken.

Zal bij teef 1 nog verdikking van het baarmoederslijmvlies optreden?
En bij teef 2?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Soort vruchten bij tomaten.

Bij tomaten is het allel voor gladde vruchten (E) dominant over dat voor geribde vruchten (e). Er wordt een stukje stengel afgesneden van een tomatenplant die homozygoot is voor gladde vruchten. Dit stukje stengel (de ent) wordt op het onderste deel (de onderstam) van een andere afgesneden tomatenplant bevestigd. De plant waarvan de onderstam afkomstig is, is homozygoot voor geribde vruchten. De ent gaat bloeien en er ontwikkelen zich stuifmeelkorrels.

Welk allel komt of welke allelen komen in deze stuifmeelkorrels voor, als mutaties uitgesloten worden?

Voortplanting

Tulpen met nieuwe kleuren.
Zie figuur B 1093 van de bijlage.

Tulpen zijn bolgewassen die in het voorjaar bloeien. In Nederland worden veel tulpebollen gekweekt voor de verkoop. In de figuur is een bloeiende tulp weergegeven. Om nieuwe kleuren van de bloemen te krijgen worden tulpen geslachtelijk vermenigvuldigd. Als een bepaalde kleur een kweker eenmaal aanstaat, vermeerdert hij de tulpen ongeslachtelijk.

Waarom past een kweker eerst geslachtelijke en daarna ongeslachtelijke voortplanting toe?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Een geraniumplant met bonte bladeren.

Men heeft een geraniumplant met bonte bladeren.
Het allel voor bonte bladeren is dominant over dat voor egaal groene bladeren.
Men wil meer van deze bont gekleurde geraniums kweken.

Bij welke van onderstaande methoden is de kans het grootst dat de nieuwe planten zulke bont gekleurde bladeren zullen hebben?

1. stekken van deze plant.
2. zelfbestuiving met een andere plant met bonte bladeren.
3. kruisbestuiving met een andere plant met bonte bladeren.

De grootste kans op planten met bonte bladeren geeft/geven

Voortplanting

Versmelting van cellen van tabaksplanten.

In 1972 lukte het Carlson en medewerkers twee bladcellen van twee verschillende variëteiten tabaksplanten met elkaar te laten versmelten. Daartoe hadden ze eerst de celwand van deze bladcellen verwijderd. Vervolgens konden zij het cytoplasma en de kern van de ene variëteit (de ene ouderplant) laten versmelten met het cytoplasma en de kern van de andere variëteit (de andere ouderplant). Een cel, die op deze wijze is ontstaan, wordt P genoemd.

Twee leerlingen vergelijken een cel die op de beschreven wijze is ontstaan (P), met een zygote (Q) die door normale kruising van de beide ouderplanten is ontstaan. Zij doen beiden een bewering naar aanleiding van deze vergelijking.

Leerling 1 zegt dat zowel cel P als cel Q alle erfelijke informatie van beide ouderplanten bevatten.
Leerling 2 zegt dat zowel cel P als cel Q slechts een deel van de erfelijke informatie van beide ouderplanten bevatten.

Welke van deze leerlingen doet of welke doen een juiste bewering?

Voortplanting

Bouw van een bloem.

Bloemen bestaan van buiten naar binnen veelal uit achtereenvolgens:

Voortplanting

Gepelde pinda's.

Welke plantendelen eet iemand die gepelde pinda's eet?

Voortplanting

Planten met zowel vrouwelijke als mannelijke bloemen.
Zie figuur B 610 van de bijlage.

Er zijn planten waarop zowel vrouwelijke als mannelijke bloemen voorkomen.
Eén van deze typen bloemen is schematisch weergegeven in figuur P.

Hoe ziet het andere type bloem eruit?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Een bloemdiagram.
Zie figuur A 188 van de bijlage.

In tekening P zijn de delen van een bloem schematisch weergegeven. Zo'n tekening heet een bloemdiagram. De bloem die in tekening P is weergegeven, is tweeslachtig. Bij deze soort komen ook éénslachtige bloemen voor.

Welke van de gegeven tekeningen is het diagram van een mannelijke bloem van deze soort?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Het voorkomen van zelfbevruchting.

Veel plantensoorten hebben een voorziening die bevruchting als gevolg van zelfbestuiving tegengaat.
Over het geslacht Petunia en over de familie van de Grassen is het volgende bekend:

Petunia: De doorgang van stuifmeelbuizen door de stijlen wordt geblokkeerd door bepaalde stoffen. Stuifmeelbuizen van stuifmeelkorrels die afkomstig zijn van een ander individu vormen enzymen die de blokkade kunnen afbreken. De stuifmeelbuizen van stuifmeelkorrels afkomstig van hetzelfde individu vormen die enzymen niet.
Grassen: De kleine bloemen, waarin zich stampers en meeldraden bevinden, zijn onopvallend van kleur en staan in aren bij elkaar. De stampers staan rechtop en de meeldraden hangen buiten de bloempjes. Het stuifmeel kan gemakkelijk door de wind worden meegenomen.

Bij welke van deze planten wordt een eigenschap beschreven waardoor bevruchting als gevolg van zelfbestuiving wordt tegengegaan?

Voortplanting

Een bloem en ontwikkeling tot zaad.
Zie figuur B 563 van de bijlage.

De tekening stelt een bloem voor.

Welk van de aangegeven delen kan zich tot een zaad ontwikkelen?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Een bloem en ontwikkeling tot zaad.
Zie figuur B 555 van de bijlage.

De tekening stelt een doormidden gesneden bloem voor.

Welk deel kan of welke delen kunnen uitgroeien tot een zaad?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Een doorsnede van een helmknop.
Zie figuur B 305 van de bijlage.

De tekening is een doorsnede van een helmknop.
Gegeven is dat de kernen in de bladcellen van de plant waaraan deze helmknop voorkomt, ieder 20 chromosomen bevatten.

Hoeveel chromosomen bevatten de kernen in de cellen bij 1 (de wand van het helmhokje), 2 (stuifmeelmoedercel) en 3 (stuifmeelkorrel) bij deze plant dan?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Het aantal chromosomen bij het voortplantingproces van een bloem.

Van een bedektzadige plant bevat een kern in een bladcel 16 chromosomen.

Hoeveel chromosomen kan men bij deze plant verwachten in de hieronder genoemde kernen?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Het aantal chromosomen in rijpe stuifmeelkorrels.

Uit een stuifmeelmoedercel, met in de kern 20 chromosomen, ontstaan vier stuifmeelkorrels.

Hoeveel chromosomen bevatten rijpe stuifmeelkorrels per kern?

Voortplanting

Allelen in de zaadhuid en in de zaadlobben.

Een bepaalde plant bezit voor een eigenschap twee recessieve allelen (rr).
Bloemen van deze plant worden bestoven met stuifmeel van een plant die voor deze eigenschap twee dominante allelen bezit (RR). Er ontstaan hierdoor zaden.

Welke allelen kunnen worden aangetroffen in een kern van een cel van de zaadhuid en welke in een kern van een cel van de zaadlobben?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Het aantal chromosomen na een een fout bij de meiose.

Een plant heeft in een wortelcel 18 chromosomen.
Door een fout bij de meiose (reductiedeling) ontstaan stuifmeelkorrels met 1 chromosoom minder dan normaal. Eén van deze stuifmeelkorrels bevrucht een normale eicel. Tengevolge daarvan wordt een zaad gevormd.

Hoe groot is het aantal chromosomen in een cel van een kiemworteltje in dat zaad?

Voortplanting

Bestuiving bij sleutelbloemen.
Zie figuur B 446 van de bijlage.

Bij een sleutelbloemsoort komen twee typen planten voor. De bloemen van planten van type 1 hebben andere stempels, een andere stijl en andere stuifmeelkorrels dan de bloemen van type 2.
De stempels en stuifmeelkorrels zijn sterk vergroot schematisch weergegeven. Het verschil in bouw van de bloemen heeft invloed op de bestuiving. De kleine stuifmeelkorrels van type 2 passen tussen de uitsteeksels van de stempels van type 1 en 2, de grote stuifmeelkorrels van type 1 passen alleen tussen de uitsteeksels van een stempel van type 2.
De kernen in de cellen van de kroonbladeren van deze planten bevatten ieder 22 chromosomen.

Hoeveel chromosomen bevat een kern van een stuifmeelkorrel en een kern van een cel van de stempel?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding