Definitie van de beroepsbevolking volgens ILO
1. Wat wordt verstaan onder de beroepsbevolking volgens de internationale definitie (ILO)?
Deze digitale toets over de definitie van de beroepsbevolking volgens de ILO en het CBS richt zich op studenten en professionals die hun kennis over werkgelegenheid en werkloosheid in Nederland willen toetsen en verdiepen. Test je begrip van belangrijke termen en groepen binnen de beroepsbevolking met deze informatieve vragen. - 15 vragen
15
Aardrijkskunde
VO Kerndoel 38: Geografische basiskennis
HAVO 3, VMBO theoretische leerweg, 4, VWO 2
ODD
cc-by-sa-40
1. Wat wordt verstaan onder de beroepsbevolking volgens de internationale definitie (ILO)?
2. In Nederland wordt de beroepsbevolking door het CBS gedefinieerd als?
3. Welke groep valt onder de werkzame beroepsbevolking?
4. Wie behoren tot de werkloze beroepsbevolking?
5. Wie behoren tot de niet-beroepsbevolking in Nederland?
6. Wie behoren tot de afhankelijke beroepsbevolking?
7. Wat geeft de bruto arbeidsparticipatie weer?
8. Wat geeft de netto arbeidsparticipatie weer?
9. Welke groepen behoren tot de niet-beroepsbevolking? (Meerdere juiste antwoorden)
10. Uit welke delen bestaat de beroepsbevolking? (Meerdere juiste antwoorden)
11. In Nederland wordt de beroepsbevolking gedefinieerd als personen tussen de leeftijd van 15 en ___ jaar.
[invulveld]
12. De beroepsbevolking bestaat uitsluitend uit mensen die op dit moment een baan hebben.
13. Zelfstandige ondernemers en freelancers maken deel uit van de werkzame beroepsbevolking.
14. Koppel de begrippen aan de juiste omschrijving.
15. Zet de groepen in logische volgorde van groot naar klein in Nederland.