Oefentoets Biologie: Bloed - Bloedcellen | VWO 1/VWO 2 | variant 1

Deze digitale toets over bloeddeeltjes en hun functies is ontworpen voor studenten in de biologie en gezondheidswetenschappen. De toets behandelt onderwerpen zoals de locatie van het rode beenmerg, de identificatie van bloeddeeltjes en de gevolgen van bloedplaatjesarmoede. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Locatie van het rode beenmerg

1/2 Beenmerg.
Zie figuur B 3221 van de bijlage.

Bloeddeeltjes worden gevormd in het rode beenmerg. In de afbeelding is een lengtedoorsnede van een dijbeen weergegeven.

Welke letter geeft de plaats aan waar het rode beenmerg zich bevindt?

afbeeldingafbeelding

Afname van bloeddeeltjes in botten bij veroudering

2/2 Beenmerg.
Zie figuur B 3222 van de bijlage.

Het vermogen van het beenmerg om bloeddeeltjes te maken, neemt af naarmate je ouder wordt. De afname is in verschillende botten niet gelijk (zie de afbeelding).

In welk bot worden bij iemand die ouder is dan 25 jaar geen bloeddeeltjes meer gemaakt? Gebruik de gegevens uit het diagram.

In het/de

afbeeldingafbeelding

Deeltjes in het Bloed Identificeren

1/3 Deeltjes in het bloed.
Zie figuur B 1981 van de bijlage.

De afbeelding geeft een microscopisch beeld van bloed weer waarin verschillende onderdelen zijn te zien.

Geef bij elke letter de juiste naam van het deeltje.

P:
Q:

afbeeldingafbeelding

Stoffen buiten de bloeddeeltjes

2/3 Deeltjes in het bloed.

Hoe heet de stof die zich buiten de bloeddeeltjes bevindt?

Deze heet:

Bestanddelen van bloeddeeltjes

3/3 Deeltjes in het bloed.

Noem enkele bestanddelen van de stof uit de vorige vraag.

Identificatie van Bloedplaatjes

1/3 Bloedplaatjes.
Zie figuur B 2851 van de bijlage.

In de afbeelding zijn verschillende bloeddeeltjes weergegeven, zoals je die door een microscoop zou kunnen zien.

Welk van de bloeddeeltjes P, Q en R is een bloedplaatje?

afbeeldingafbeelding

Gevolgen van lage bloedplaatjes

2/3 Bloedplaatjes.

Bij Karin wordt vastgesteld dat het aantal bloedplaatjes per ml bloed veel lager is dan normaal. Over de directe gevolgen hiervan worden drie beweringen gedaan:

1. Het bloed van Karin vervoert minder zuurstof.
2. Het bloed van Karin doodt minder ziektekiemen.
3. Het bloed van Karin stolt minder snel.

Welke bewering is juist?

Functies van bloedplaatjes en zuurstoftransport

3/3 Bloedplaatjes.

1. Het bloed van Karin vervoert minder zuurstof.
2. Het bloed van Karin doodt minder ziektekiemen.
3. Het bloed van Karin stolt minder snel.

Welke bewering(en) is(zijn) juist?

Bloeddeeltjes en hun productieplaatsen

1/3 Bloeddeeltjes.
Zie figuur B 3107 van de bijlage.

In het beenmerg van bepaalde botten worden bloeddeeltjes gemaakt. In de afbeelding zijn enkele van deze botten met grijs aangegeven.
Ook is een bepaald type bloeddeeltjes te zien.

In welke botten worden volgens de bovenstaande informatie bloeddeeltjes gemaakt?

afbeeldingafbeelding

Bloeddeeltjes in afbeelding identificeren

2/3 Bloeddeeltjes.
Zie figuur B 3107 van de bijlage.

Welke bloeddeeltjes zijn in de afbeelding weergegeven?

afbeeldingafbeelding

Taken van bloeddeeltjes combineren

3/3 Bloeddeeltjes.

Bloeddeeltjes hebben bepaalde taken. In het schema staan drie taken.

afbeeldingafbeelding

Welke taak hoort bij welk bloeddeeltje? (combineer het nummer met de juiste letter)

  • C
  • A
  • B
  • het bestrijden van ziekteverwekkers
  • het laten stollen van bloed
  • het transporteren van zuurstof

Gevaren van bloedplaatjesarmoede

1/3 Bloedplaatjesarmoede.

Een patiënt met 'bloedplaatjesarmoede' heeft een zo groot tekort aan bloedplaatjes, dat dit levensgevaarlijk kan zijn.

Leg uit waardoor een tekort aan bloedplaatjes levensgevaarlijk kan zijn.

Bloedplaatjes in microscopisch beeld

2/3 Bloedplaatjesarmoede.
Zie figuur B 3272 van de bijlage.

In de afbeelding is een microscopisch beeld van bloed te zien.

Met welke letter wordt een bloedplaatje aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Bloedplaatjes en antistoffen in het lichaam

3/3 Bloedplaatjesarmoede.

Bloedplaatjesarmoede wordt meestal behandeld met een transfusie van bloedplaatjes van een donor. Zo'n transfusie heeft echter nadelen. Zo kunnen donorbloedplaatjes niet gezuiverd worden van ziektekiemen, zodat er gevaar bestaat voor overdracht van ziekten. Ook bestaat het risico dat in het lichaam van een ontvanger antistoffen gevormd worden tegen de donorbloedplaatjes.

Hoe heten de bloeddeeltjes die antistoffen maken?

Deze heten de

Identificatie van bloedplaatjes

1/2 Bloedplaatjes-armoede.
Zie figuur B 1453 van de bijlage.

Sommige mensen hebben te weinig bloedplaatjes in hun bloed. Dit wordt bloedplaatjes-armoede genoemd.
In de afbeelding zijn van gezond bloed drie verschillende bloeddeeltjes weergegeven.

Welk bloeddeeltje stelt een bloedplaatje voor?

afbeeldingafbeelding

Gevolgen van bloedplaatjes-armoede

2/2 Bloedplaatjes-armoede.

Wat is het gevolg van bloedplaatjes-armoede?

Afbraak van Rode Bloedcellen

1/2 Bloedcellen.

In welk orgaan worden rode bloedcellen afgebroken?

Productie van Bloedcellen in het Lichaam

2/2 Bloedcellen.

In welk orgaan worden bloedcellen gemaakt?

Bloeddeeltjes met een kern

Bloeddeeltjes met kern.

Welke bloeddeeltjes hebben een kern?

Bloedcellen en hun rol bij ontstekingen

Tandvleesontsteking.

Sommige mensen hebben problemen met hun tandvlees.
Door bacteriën in de mond kan het tandvlees ontstoken raken.
Bepaalde bloeddeeltjes bestrijden deze bacteriën.

Welke bloeddeeltjes zijn betrokken bij het bestrijden van deze bacteriën? En op welke twee manieren kunnen deze type bloedcellen bacterien uitschakelen als zij zich in het lichaam bevinden?