Oefentoets Biologie: Bloed | Omloop | HAVO 4/HAVO 5 | variant 1

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Bloed

4/4 Bloedsomloop.

Bepaalde receptoren in de aorta en halsslagaders zijn gevoelig voor de zuurstofdruk (pO2 ) in het bloed. Ten gevolge van een lagere pO2 verandert de hartslagfrequentie.

Welke verandering van de hartslagfrequentie is te verwachten? Leg je antwoord uit.

Bloed

1/5 Hydrostatisch model van de bloedsomloop.
Zie figuur A 747 van de bijlage.

Bij het oefenen van technisch-instrumentele vaardigheden houden twee leerlingen zich bezig met een opstelling om de stroming in het bloedvatenstelsel te bestuderen. Ze willen onderzoeken hoe een schoksgewijze uitstroom van het bloed uit het hart wordt omgezet in een continue stroom van bloed door de bloedvaten.
Zij bouwen een opstelling zoals is getekend in de afbeelding.

In de opstelling zijn twee kleppen opgenomen, klep 1 en klep 2.

Met welke kleppen in de bloedsomloop komen deze kleppen overeen?

afbeeldingafbeelding

Bloed

2/5 Hydrostatisch model van de bloedsomloop.
Zie figuur A 747 van de bijlage.

Een onderdeel van de opstelling is de drukkamer. Deze is deels gevuld met lucht.

Waarmee komt de werking van de drukkamer in deze proefopstelling het meest overeen?

afbeeldingafbeelding

Bloed

3/5 Hydrostatisch model van de bloedsomloop.
Zie figuur A 747 van de bijlage.

Met welk deel van het bloedvatenstelsel komt het deel dat aangegeven is met 'variabele weerstanden' het meest overeen?

afbeeldingafbeelding

Bloed

4/5 Hydrostatisch model van de bloedsomloop.

Door welk deel van het zenuwstelsel wordt de doorstroming van het lichaam met bloed geregeld?

Bloed

5/5 Hydrostatisch model van de bloedsomloop.
Zie figuur A 747 van de bijlage.

De proefopstelling blijkt bruikbaar te zijn om de bloedstroom van een deel van de bloedsomloop te demonstreren.

Welk deel is of welke delen zijn dit?

afbeeldingafbeelding

Bloed

1/2 Bloedsomloop.
Zie figuur B 1285 van de bijlage.

De afbeelding stelt schematisch de lever, de alvleesklier, de darm en een nier van de mens voor met bloedvaten en afvoerbuizen.
Verschillende plaatsen in de bloedvaten zijn aangegeven met cijfers.

Op welke van de aangegeven plaatsen kan bloed met vrijwel dezelfde samenstelling worden aangetroffen?

afbeeldingafbeelding

Bloed

2/2 Bloedsomloop.
Zie figuur B 1285 van de bijlage.

Op welke van de plaatsen 2, 4 en 7 is de ureumconcentratie in het bloed het laagst?

afbeeldingafbeelding

Bloed

Een Siamese tweeling.

In welk van onderstaande bloedvaten komt bloed uit een hersenader het eerst?

Bloed

1/3 Geschiedenis van de biologie.

In 1628 publiceerde William Harvey het boek 'De motu cordis'. Hij beschreef hierin het bestaan van een (dubbele) bloedsomloop. Vóór die tijd dacht men dat het bloed in het lichaam heen en weer golfde. In alle bloedvaten die verbonden zijn met de rechter harthelft zou het bloed naar het hart toe stromen. Deze bloedvaten noemde men aders. In alle bloedvaten die verbonden zijn met de linker harthelft zou het bloed van het hart af stromen. Deze bloedvaten noemde men slagaders.

Noem twee met het hart verbonden bloedvaten die bij de beschrijving van Harvey een andere naam dan ze nu hebben, kregen.

Bloed

2/3 Geschiedenis van de biologie.
Zie figuur C 348 van de bijlage.

Fabricius had al in 1603 de kleppen in de aders ontdekt. In de afbeelding staan drie tekeningen uit 'De motu cordis', behorende bij een experiment waarmee die aderkleppen konden worden aangetoond.

Hieronder staat een beschrijving van dit experiment. In de tekst zijn twee woorden weggelaten.

"Een opgezwollen armader wordt met een vinger dicht gedrukt. Vervolgens wordt die ader in de richting van de 1 leeg gedrukt. Als vervolgens de vinger aan de 2 kant de ader loslaat, zal die ader zich niet opnieuw met bloed vullen, doordat de kleppen in de ader dit verhinderen."

Welke woorden, hand of schouder, moeten op plaatsen 1 en 2 worden ingevuld?

afbeeldingafbeelding

Bloed

3/3 Geschiedenis van de biologie.

Volgens de theorie van Galenus (130-200 na Christus) verplaatst het bloed zich door kleine onzichtbare openingen van de rechter- naar de linker harthelft. Tegenwoordig is bekend dat er verschillen zijn in de samenstelling tussen het bloed in de rechter- en linker harthelft.

Noem twee verschillen in de samenstelling tussen het bloed in de rechter- en linker harthelft die met de theorie van Galenus niet verklaard kunnen worden.

Bloed

Lichaamstemperatuur.
Zie figuur A 856 van de bijlage.

Niet alle gewervelde dieren hebben eenzelfde bloedsomloop (bloedvatenstelsel). In de loop van de tijd is de bloedsomloop volgens evolutiebiologen geëvolueerd tot een steeds ingewikkelder organenstelsel. Uit de enkelvoudige bloedsomloop van een vis ontwikkelde zich de dubbele bloedsomloop van de zoogdieren.
In de afbeelding is de bloedsomloop van een kikker schematisch getekend. In de legenda zie je welke delen van bloedsomloop zuurstofarm bloed bevatten. Niet alle bloedvaten zijn weergegeven.

Welke letter geeft in deze afbeelding bloedvaten naar de huid aan, die betrokken zijn bij de huidademhaling?

afbeeldingafbeelding

Bloed

Hormoon belemmert vermageren via dieet.

Noteer in de juiste volgorde de bloedvaten en de delen van het hart die een groeihormoonmolecuul passeert als het via de kortste weg van de hypofyse naar de lever gaat.

Bloed

Bacteriën, vaccins en antistoffen.
Zie figuur A 584 van de bijlage.

Bepaalde bacteriën, zoals pneumokokken, zijn in ontwikkelingslanden een belangrijke oorzaak van ernstige longontstekingen. Nogal wat jonge kinderen sterven eraan.
Pasgeborenen zijn bij infectie met deze bacteriën volledig afhankelijk van de antistoffen die ze van hun moeder via de placenta hebben meegekregen, omdat hun eigen afweersysteem nog niet volledig ontwikkeld is.

Antistoffen komen vanuit het moederlijke bloed in het bloed van de foetus.

Zie figuur A 584 van de bijlage.

In de afbeelding zijn zeven delen genummerd.

Geef met behulp van de nummers, in de juiste volgorde, de kortste route aan die antistoffen uit een haarvat van
de moeder afleggen naar de foetus. Gebruik hiervoor vijf van de zeven nummers.

afbeeldingafbeelding

Bloed

Weefseltransplantatie.
Zie figuur C 389 van de bijlage.

In 2003 is in het Academisch Ziekenhuis Groningen voor het eerst succesvol een transplantatie uitgevoerd van eilandjes van Langerhans die van de patiënt zelf afkomstig waren. De patiënt had een zeer ernstige ontsteking van de alvleesklier. Dit orgaan werd verwijderd, waarna de nog intact zijnde eilandjes van Langerhans uit de alvleesklier werden geïsoleerd. Na zuivering zijn ze via een bloedvat in de lever van de patiënt gebracht. En daar produceerden ze na korte tijd voldoende insuline (zie de afbeelding).

Via welke weg verlaat insuline, dat na de transplantatie gemaakt wordt, de lever?

afbeeldingafbeelding

Bloed

Geneesmiddel per pleister.
Zie figuur B 1592 van de bijlage.

In de afbeelding zijn delen weergegeven van de bijsluiter bij een pleister die wordt gebruikt voor de toediening van oestradiol (ook wel estradiol genoemd). Deze pleister kan door een arts worden voorgeschreven ter voorkoming of vermindering van klachten die kunnen optreden bij de menopauze. De menopauze is het ophouden van de maandelijkse ovulaties doordat er geen follikels meer in de eierstok aanwezig zijn. In de afbeelding in deze bijsluiter is de gelaagde opbouw van de pleister schematisch weergegeven.

De werkzame stof:
Estradiol is het natuurlijke vrouwelijke geslachtshormoon, dat door de eierstokken geproduceerd wordt tot het ogenblik waarop de menopauze intreedt. Bij veel vrouwen leidt het ophouden van de estradiolproductie na de menopauze tot de welbekende verschijnselen, die aan deze verandering van levensfase verbonden zijn, bijvoorbeeld plotselinge roodheid van gezicht en hals, gepaard gaande met warmtestuwing, of slaapstoornissen, of schede- en blaasklachten. Deze verschijnselen kunnen worden opgeheven door een behandeling waarbij het niet langer door het lichaam geproduceerde hormoon wordt toegediend. Door de pleister wordt het estradiol zeer gelijkmatig en nauwkeurig gecontroleerd afgegeven; het komt door de huid heen in het bloed. Als u het estradiol in de vorm van een pil zou moeten innemen, zou het grootste deel van de werkzame stof in de lever worden afgebroken vóór het bloed bereikt zou worden.

De zinsnede "vóór het bloed bereikt zou worden" (regel 10) in deze bijsluiter is biologisch onjuist.

Geef aan waarom deze zinsnede onjuist is.

afbeeldingafbeelding

Bloed

Platina tegen kanker.

Bij chemotherapie met een platinaverbinding brengen artsen deze meestal rechtstreeks in in het bloed, bijvoorbeeld in de rechterarmader. Stel dat een molecuul van deze verbinding via de kortste weg van de rechterarmader naar een tumor in de linkerzaadbal gaat.

Noem alle bloedvaten en de vier delen van het hart waar dit molecuul dan achtereenvolgens doorheen gaat.

Bloed

Hardlopen.

Een ongetrainde loper krijgt na enige tijd hardlopen pijn in zijn zij. Opgehoopt gas wordt wel als verklaring voor het ontstaan van deze pijn genoemd. Dit gas wordt door bacteriën gevormd en door het hardlopen hoopt het zich op in een bepaald deel van het spijsverteringskanaal. Normaal wordt het gevormde gas via het bloed afgevoerd. Bij hardlopen is de doorbloeding van het spijsverteringskanaal geringer dan normaal.

Wanneer een molecuul van het opgehoopte gas langs de kortste weg via de wand van het spijsverteringskanaal wordt afgevoerd naar de longen, passeert dit molecuul dan het hart?
Zo ja, hoeveel keer minimaal?