Oefentoets Biologie: Ademhaling - Algemeen | HAVO 1/HAVO 2

Deze oefentoets bevat 26 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

26

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 1, HAVO 2

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ademhaling

Een proef met ademen.
Zie figuur C 214 van de bijlage.

De aanwezigheid van waterdamp in lucht kan met behulp van de proefopstellingen van de afbeelding worden aangetoond. Door de lage temperatuur van het ijs blijft in de buizen water uit de lucht achter.

Via opstelling 1 wordt gedurende 15 minuten buitenlucht ingeademd. Uitademen gebeurt door de neus.
Via opstelling 2 wordt gedurende 15 minuten lucht uitgeademd. Inademen gebeurt door de neus.
Na het ademhalen is in de buis van opstelling 2 meer water achtergebleven dan in de buis van opstelling 1. Ook is bij de buis van opstelling 2 meer ijs gesmolten dan bij de buis van opstelling 1.

Op grond van deze resultaten zijn twee conclusies te trekken over het verschil tussen buitenlucht en uitgeademde lucht.

Schrijf deze twee conclusies op.

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

2/2 De huig.

Wat is daarbij de functie van de huig?

Ademhaling

Ademhalingsspieren.

Bij de mens spelen bij de ademhaling de volgende spieren een rol:

- spieren tussen de ribben,
- spieren van het middenrif
- spieren van de buikwand.

Welke van deze spieren trekt zich samen bij een zeer krachtige uitademing?

Ademhaling

Spieren bij de ademhaling.

Bij de ademhaling van de mens is een aantal spiergroepen betrokken zoals de spieren van de buikwand, middenrifspieren en twee groepen tussenribspieren.

Trekken bij zo diep mogelijke uitademing één of meer van de genoemde spiergroepen zich samen en zo ja, welke?

Ademhaling

Uitademing.

Bij de ademhaling spelen onder andere een rol:

1. de luchtdruk in de longen als deze hoger is dan buiten het lichaam.
2. het samentrekken van de spieren van het middenrif.
3. het uitrekken van de wand van de longblaasjes.

Welke van deze verschijnselen treedt op bij uitademing?

Ademhaling

Inademing.

Bij de ademhaling spelen onder andere een rol:

1. de luchtdruk in de longen, als deze hoger is dan buiten het lichaam,
2. het samentrekken van de spieren van het middenrif,
3. het uitrekken van de wand van de longblaasjes.

Welke van deze verschijnselen treden op bij inademing?

Ademhaling

Inademing.

Bij de mens spelen bij de ademhaling de volgende spieren een rol:

- spieren tussen de ribben,
- spieren van het middenrif,
- spieren van de buikwand.

Welke van deze spieren trekt zich samen bij een zeer krachtige inademing?

Ademhaling

In- en uitademing.
Zie figuur B 2490 van de bijlage.

De tekeningen stellen voor de borstkas van de mens na een diepe uitademing en na een diepe inademing.

Welke van de spieren, die een rol spelen bij de ademhaling, worden gewoonlijk samengetrokken bij de overgang van 1 naar 2?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Ademhaling bij de mens.

Hieronder volgen vier beweringen die verband houden met de ademhaling van de mens.

1. Slijmvlies in de neus vangt stofdeeltjes op.
2. Trilharen in de luchtpijp dienen voor verwarming van de binnenstromende lucht.
3. Kraakbeen om de luchtpijp dient voor het openhouden ervan.
4. Via de wand van de longblaasjes vindt gaswisseling plaats.

Welke van deze beweringen zijn juist?

Ademhaling

Ademhaling.

Bevinden zich bij de mens de spieren die ademhalingsbewegingen veroorzaken in de longblaasjes?
Vindt er bij gaswisseling uitscheiding plaats van overtollige en/of schadelijke stoffen?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Gaswisseling.

Bij alle organismen komt gaswisseling voor.

Zijn er organismen die de huid en de longen tegelijk kunnen gebruiken voor de gaswisseling?
Zijn er organismen die zuurstof kunnen opnemen zonder ademhalingsbewegingen te maken?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

De longen.

Drie beweringen over de longen van de mens zijn:

1. via de longen wordt koolstofdioxide afgegeven,
2. via de longen wordt waterdamp afgegeven,
3. de cellen van de longen verbruiken zuurstof.

Welke van deze beweringen zijn juist?

Ademhaling

Kalkwater.

In twee reageerbuizen bevindt zich helder kalkwater. Door het kalkwater in buis 1 wordt zuurstof geleid; door het kalkwater in buis 2 wordt uitgeademde lucht geleid.

Zal het kalkwater in buis 1 troebel worden?
En het kalkwater in buis 2?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Kalkwater.
Zie figuur B 382 van de bijlage.

Kamerlucht en uitgeademde lucht worden elk door kalkwater geleid.

In welke opstelling wordt het kalkwater het eerst troebel?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Kalkwater.

In drie reageerbuizen bevindt zich helder kalkwater.

Door het kalkwater in buis 1 wordt uitgeademde lucht geleid.
Door het kalkwater in buis 2 wordt zuurstof geleid.
Door het kalkwater in buis 3 wordt koolstofdioxide geleid.

In welke buis of buizen zal het kalkwater troebel worden?

Ademhaling

Kalkwater.
Zie figuur B 1893 van de bijlage.

De afbeelding stelt een proef voor waarbij lucht door kalkwater wordt geblazen. Als men de lucht met een fietspomp door kalkwater blaast, blijft het kalkwater lange tijd helder (tekening 1). Als men lucht met de mond door kalkwater blaast, wordt het kalkwater snel troebel (tekening 2).

Welke van de onderstaande conclusies uit deze proef is juist?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Gassen in cellen.
Zie figuur B 1897 van de bijlage.

In de afbeelding stellen de schema's 1 en 3 de opname van een gas in een cel voor. De schema's 2 en 4 stellen de afgifte van een gas uit een cel voor.

Welke twee schema's geven samen de gaswisseling bij verbranding in een cel weer?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Koolstofdioxide.

Bij de verbranding van glucose in de lichaamscellen van de mens ontstaat onder andere koolstofdioxide.

Deze koolstofdioxide verlaat het lichaam vooral via

Ademhaling

Vier muizen in een bak.
Zie figuur B 381 van de bijlage.

Vier even grote muizen bevinden zich in afgesloten bakken met lucht. Muizen hebben energie nodig om hun lichaamstemperatuur constant te houden.
De temperatuur in de bakken 1 en 3 is 5°C.
De temperatuur in de bakken 2 en 4 is 20°C.
De muizen in de bakken 1 en 2 slapen.
De muis in de bak 3 is net zo actief als die in bak 4.

In welke bak neemt waarschijnlijk het zuurstofgehalte het snelst af?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Ademhaling.

Een zittende volwassene blijkt 12 maal per minuut adem te halen.
Onder drie verschillende omstandigheden heeft men geteld hoe vaak deze persoon ademhaalt:

in situatie 1 : 6 maal per minuut;
in situatie 2 : 12 maal per minuut;
in situatie 3 : 24 maal per minuut.

Welke omstandigheden horen bij deze situaties?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

1/6 Ademhalingsstelsel.
Zie figuur B 3165 van de bijlage.

In de afbeelding is onder andere een deel van het ademhalingsstelsel weergegeven.

Wat stroomt via buis Q afwisselend een long in en uit?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

2/6 Ademhalingsstelsel.
Zie figuur B 3165 van de bijlage.

Stroomt door bloedvat P zuurstofrijk of zuurstofarm bloed? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

3/6 Ademhalingsstelsel.
Zie figuur B 3165 van de bijlage.

Het bloed in bloedvat R stroomt naar het hart toe.

In welk deel van het hart komt dit bloed als eerste terecht?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

4/6 Ademhalingsstelsel.

In de wand van de luchtpijp bevinden zich ringen.

Uit welk type weefsel zijn deze ringen voornamelijk opgebouwd?

Ademhaling

5/6 Ademhalingsstelsel.
Zie figuur B 3166 van de bijlage.

De binnenzijde van de luchtpijp is bedekt met slijmvlies.

Wat is de functie van de trilharen in dit slijmvlies?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

6/6 Ademhalingsstelsel.
Zie figuur B 3167 van de bijlage.

Bij een proefpersoon wordt de samenstelling van de ingeademde en de uitgeademde lucht vergeleken. Voor drie gassen: koolstofdioxide, stikstof en zuurstof, zijn de resultaten in een willekeurige volgorde weergegeven in het staafdiagram.

Van welk gas geven de staven bij Q het resultaat weer? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding