Ademhaling
Een proef met ademen.
Zie figuur C 214 van de bijlage.
De aanwezigheid van waterdamp in lucht kan met behulp van de proefopstellingen van de afbeelding worden aangetoond. Door de lage temperatuur van het ijs blijft in de buizen water uit de lucht achter.
Via opstelling 1 wordt gedurende 15 minuten buitenlucht ingeademd. Uitademen gebeurt door de neus.
Via opstelling 2 wordt gedurende 15 minuten lucht uitgeademd. Inademen gebeurt door de neus.
Na het ademhalen is in de buis van opstelling 2 meer water achtergebleven dan in de buis van opstelling 1. Ook is bij de buis van opstelling 2 meer ijs gesmolten dan bij de buis van opstelling 1.
Op grond van deze resultaten zijn twee conclusies te trekken over het verschil tussen buitenlucht en uitgeademde lucht.
Schrijf deze twee conclusies op.
afbeelding











