Oefentoets Biologie: Plantenanatomie - Plantenanatomie | VWO 1/VWO 2/VWO 3

Deze oefentoets bevat 12 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

12

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenfysiologie

Experiment met plant.
Zie figuur B 1012 van de bijlage.

De proefopstelling zoals die is afgebeeld, kan men gebruiken om aan te tonen dat deze afgesneden plant

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Experiment met plant.
Zie figuur B 1035 van de bijlage.

Er wordt een plastic zak om stengel en bladeren van een groene plant gedaan. De temperatuur blijft constant.
Na enkele uren verschijnen er waterdruppeltjes aan de binnenzijde van de plastic zak.

Welke van de volgende conclusies uit dit experiment is juist?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Experiment met stengels van een plant.
Zie figuur A 230 van de bijlage.

Drie stengels van dezelfde plant, een met veel, een met weinig en een zonder bladeren worden elk in een glas met 100 mL water gezet.
Op het water komt een olielaagje.
Na enkele dagen is de waterhoogte zoals in de figuur getekend is.
Ook blijkt dat het gewicht van elke opstelling verminderd is.

Hier volgen vier mogelijke verklaringen naar aanleiding van deze proef:

1. Verdamping vindt plaats via bladeren en/of stengels.
2. Een stengel met bladeren verdampt meer water naarmate er meer bladeren aan zitten.
3. Er vindt in stengels watertransport door de houtvaten plaats.
4. Water verlaat de bladeren via de huidmondjes.

Welke van deze beweringen wordt (worden) bevestigd door deze proef?




-

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Wateropname door plant.

Van vier even grote planten van dezelfde soort wordt gedurende een bepaalde periode de opname van water gemeten.

Plant 1 staat in een kamer en wordt normaal belicht.
Plant 2 staat onder een glazen stolp en wordt normaal belicht.
Plant 3 staat in een kamer en wordt sterk belicht.
Plant 4 staat onder een glazen stolp en wordt sterk belicht.

De beschikbare hoeveelheid water is voor alle planten dezelfde en ruim voldoende.

Welke plant zal tijdens de proefperiode de grootste hoeveelheid water opnemen?

Plantenfysiologie

Water en bladeren.

Water bereikt de bladeren van een plant met bladgroen vooral via de houtvaten.
Drie beweringen over dit water in bladeren zijn:

1. het kan verdampen,
2. het kan verbruikt worden bij fotosynthese,
3. het kan gebruikt worden bij het transport van suikers door de bastvaten.

Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?

Plantenfysiologie

Experiment met plant op weegschaal.
Zie figuur B 827 van de bijlage.

Een plant met bladgroen wordt in een proefopstelling (zie tekening) in het licht gebracht. Ruimte R is luchtdicht van de omgeving afgesloten.
Gedurende een dag wordt regelmatig de weegschaal afgelezen. Het blijkt dat het gewicht afneemt.

Waardoor wordt dit veroorzaakt?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Experiment met planten.
Zie figuur B 772 van de bijlage.

In de tekeningen zijn vier proefopstellingen weergegeven.
Bij het begin van de proef wegen ze alle vier evenveel.
Om de hele plant of om een gedeelte ervan is een plastic zak gedaan.
De opstellingen worden 24 uur in het licht geplaatst en daarna opnieuw gewogen.

Welke opstelling zal zeker in gewicht gelijk gebleven zijn?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Experiment met bebladerde stengels.
Zie figuur B 1874 van de bijlage.

Vier bekerglazen worden gevuld zoals in de afbeelding is aangegeven. Ze worden onder gelijke omstandigheden in het licht opgesteld.

In welke opstelling zal na een week het vloeistofniveau het meest gedaald zijn?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Waterverbruik door bebladerde stengel.
Zie figuur B 922 van de bijlage.

In een klas wordt het volgende experiment uitgevoerd. Twee reageerbuizen (1 en 2) worden tot hetzelfde niveau met water gevuld. In buis 2 wordt een takje met enkele bladeren geplaatst.
Direct daarna wordt in beide buizen olie op het water gegoten. Deze opstelling blijft een dag en een nacht zo staan. Daarna blijkt dat in buis 1 het vloeistofniveau niet is gedaald en in buis 2 wel (zie de afbeelding).
Vier leerlingen trekken hieruit een conclusie :

Leerling 1: het takje heeft water opgenomen.
Leerling 2: het takje heeft water opgenomen en dit allemaal gebruikt voor de celstrekking.
Leerling 3: het takje heeft water opgenomen en dit allemaal verbruikt bij de fotosynthese.
Leerling 4: het takje heeft water opgenomen en dit allemaal verbruikt bij de verbranding.

Welke leerling trok de juiste conclusie uit dit experiment?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Experiment met geraniumblad.
Zie figuur B 1814 van de bijlage.

In de tekening is een proefopstelling weergegeven.

Kan met deze proefopstelling worden aangetoond dat het blad water afgeeft?
Kan met deze opstelling worden aangetoond dat het blad water opneemt?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Bonsai.
Zie figuur B 5787 van de bijlage.

Bonsai-boompjes hebben water nodig met een laag kalkgehalte.

Welk water kan worden gebruikt voor deze boompjes?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Fotosynthese.

Planten hebben CO2 uit de lucht nodig voor hun fotosynthese. Voor de opname van dit gas moeten de huidmondjes van de planten open gaan.
De planten hebben ook water nodig voor hun fotosynthese, dit water halen ze vooral met hun wortels uit de bodem waarin ze staan.
Bij meer CO2 in de lucht gaan de huidmondjes minder ver open.

Zal de bodem sneller verdrogen, of juist niet als de hoeveelheid CO2 toeneemt?