Oefentoets Biologie: Uitscheiding - algemeen | HAVO 4/HAVO 5 | variant 1

Deze oefentoets bevat 16 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

16

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Uitscheiding

Afgifte van stoffen.

Organismen geven stoffen aan hun milieu af. Enkele stoffen zijn: koolstofdioxide, melkzuur en water.

Welke van deze stoffen kunnen zowel door planten met bladgroen als door een mens aan het externe milieu worden afgegeven?

Uitscheiding

Een orgaan.
Zie figuur B 360 van de bijlage.

In de tekening is een deel van de bloedsomloop van de mens weergegeven.
De temperatuur van bloed in bloedvat 1 wordt vergeleken met die van bloed in bloedvat 2. Hetzelfde gebeurt met het kooldioxidegehalte.

Waar is de temperatuur het hoogst?
En waar het kooldioxidegehalte?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

Waterverlies.

De concentratie van opgeloste stoffen in het bloed van de mens wordt door verschillende processen binnen nauwe grenzen gehouden. Waterverlies uit het lichaam komt in allerlei vormen voor, onder andere door:

1. diffusie via de huid,
2. transpiratie,
3. vorming van urine,
4. verdamping in de luchtwegen.

Welke van de genoemde vormen van waterverlies staan rechtstreeks onder controle van het hormoon- of het zenuwstelsel?

Uitscheiding

Een nier.

Bij de vorming van voorurine verlaten per etmaal grote hoeveelheden water en daarin opgeloste stoffen de bloedvaten. Een deel hiervan wordt daarna weer opgenomen in de bloedvaten. Drie delen van een nier van de mens zijn het nierbekken, het niermerg en de nierschors.

In welk of in welke van deze delen verlaten per etmaal grote hoeveelheden water en de daarin opgeloste stoffen de bloedvaten?

Uitscheiding

Uitscheiding.

Uitscheiding wordt meestal gedefinieerd als de verwijdering van overtollige en schadelijke stoffen uit het organisme. Het afgeven van stoffen door een organisme is dus niet altijd op te vatten als uitscheiding.

Bij welk van de volgende processen die bij de mens plaatsvinden, is er op grond van deze definitie geen sprake van uitscheiding?

Uitscheiding

1/6 Behandeling van prostaatklachten.
Zie figuur B 3009 van de bijlage.

Sommige oudere mannen hebben plasproblemen. Deze problemen worden dikwijls veroorzaakt door een vergrote prostaat. Operatief verwijderen van (een deel van) de prostaat was tot voor kort in zo'n geval de enige oplossing.
Er bestaan tegenwoordig andere behandelingsmethoden. Eén daarvan is thermotherapie. Met thermotherapie wordt prostaatweefsel verhit via een in de urinebuis gebrachte katheter die microgolven uitzendt. Thermotherapie gebeurt poliklinisch onder plaatselijke verdoving en duurt een uur.
Na operatief verwijderen is er een verbetering van de plasstraalkracht van 150 procent tegen 75 procent na thermotherapie. Na operatief verwijderen zegt één op de drie patiënten problemen te hebben met de erectie en de meeste patiënten hebben geen normale zaadlozing meer. Bij thermotherapie heeft 17 procent problemen met de erectie en meldt ongeveer 30 procent geen normale zaadlozing meer te hebben.

Bron: Volkskrant, mei 1998

Zijn in de afbeelding primaire geslachtskenmerken weergegeven?
En secundaire?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

2/6 Behandeling van prostaatklachten.

Noem een functie van de zaadblaasjes.
Noem een functie van de bijballen.

Uitscheiding

3/6 Behandeling van prostaatklachten.

Leg uit waardoor een vergrote prostaat kan leiden tot plasproblemen.

Uitscheiding

4/6 Behandeling van prostaatklachten.

Thermotherapie gebeurt onder plaatselijke verdoving. Bij plaatselijke verdoving wordt een stof ingespoten die de activiteit van een bepaald type cellen beïnvloedt, waardoor een deel van het lichaam verdoofd wordt.

Op welk type cellen werkt deze stof in?

Uitscheiding

5/6 Behandeling van prostaatklachten.

Er zijn klieren die hun product via een afvoerbuisje afgeven. Een voorbeeld daarvan is een speekselklier. Er zijn ook klieren die geen afvoerbuisje hebben. Dit zijn de hormoonklieren die hun product rechtstreeks afgeven aan het bloed. Een voorbeeld daarvan is de schildklier.
Er zijn ook gemengde klieren zoals de alvleesklier. Deze produceert hormonen en daarnaast worden verteringssappen aan de darm afgegeven. Ook de prostaat is een klier.

Met welke klier komt de prostaat het meest overeen?

Uitscheiding

6/6 Behandeling van prostaatklachten.

Tijdens een erectie wordt de penis hard, doordat de hoeveelheid bloed in de penis toeneemt. Dit komt door verandering in de diameter van bloedvaten van de penis.

Welke veranderingen veroorzaken de erectie?

Uitscheiding

1/3 Uitscheiding.
Zie figuur B 2589 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch de kop van een zeevogel weer. Deze vogel drinkt voornamelijk zeewater.
Boven op de snavel bevindt zich de uitmonding van een zoutklier die dient voor de uitscheiding van overtollige zouten.

De mens bezit geen zoutklier zoals deze zeevogel. Wel raakt de mens via de zweetklieren zouten kwijt. Voor de uitscheiding van overtollige zouten heeft de mens een speciaal paar organen.

Welke organen zijn dit? Dit zijn de [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

2/3 Uitscheiding.

Als deze zeevogel de overtollige zouten niet via de zoutklier uitscheidt, wordt de zoutconcentratie in het bloedplasma te hoog. Als gevolg daarvan treedt waterverplaatsing binnen het lichaam van de zeevogel op waardoor het watergehalte van de cellen verandert.

Hoe noemt men deze waterverplaatsing?
En wordt door deze waterverplaatsing het watergehalte van de cellen lager of hoger?

Uitscheiding

3/3 Uitscheiding.

Een van de stoffen die de mens uitscheidt, is ureum. Ureum wordt gevormd bij de afbraak van bepaalde organische stoffen.

Noem het orgaan waarin de vorming van ureum plaatsvindt.
Bij afbraak van welke groep organische stoffen wordt ureum gevormd?

Uitscheiding

Excretie.

In welk van de volgende gevallen is er geen sprake van excretie?

Uitscheiding

A dog called Wanda.

In de 19e eeuw werd het ziektebeeld acromegalie bij de mens beschreven. Bij dit ziektebeeld hoort onder andere het vrijkomen van grote hoeveelheden groeihormoon. Groeihormoon wordt door de hypofyse gemaakt. Kaken, handen en voeten worden door de hoge concentratie groeihormoon in het bloed sterk vergroot. Een tumor in de hypofyse kan dit ziektebeeld veroorzaken.
In 1964 toonde de dierenarts Joannes Juda Groen aan dat dit ziektebeeld ook bij honden voorkomt. Hij beschreef de geschiedenis van een herdershond waarbij zich na een loopsheid diabetes (suikerziekte) had ontwikkeld. De hond had dikke poten en een kop met grote kaken.

Welke stof als gevolg van diabetes vond Groen in de urine van deze hond?