Oefentoets Biologie: Assimilatie | VWO 5/VWO 6 | variant 6

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

textEntryInteraction

2/2 Stofwisseling.
Zie figuur B 3871 van de bijlage.

De afbeelding geeft een schema van de donkerreacties en de voortgezette assimilatie. Daarin zijn vier fasen te onderscheiden. In de afbeelding zijn deze fasen aangegeven met de Romeinse cijfers I, II, III en IV.

Hieronder volgen in willekeurige volgorde de namen met bijbehorende omschrijvingen van de fasen I, II, III en IV uit de afbeelding:
- regeneratiefase: in deze fase wordt de C5-verbinding aangemaakt die in de cel aanwezig is voor de binding van CO2 ;
- carboxylatiefase: deze fase bestaat uit een reactie waarbij CO2 gebonden wordt aan een C5-verbinding; daarbij wordt een C3-verbinding gevormd;
- product-synthesefase: in deze fase wordt een begin gemaakt met het omzetten van de geproduceerde C3-verbinding in de eindproducten;
- reductiefase: deze fase bestaat uit een reactie waarbij door reductie een C-verbinding met een lage energie-inhoud wordt omgezet in een C-verbinding met hoge energie-inhoud.

Zet de nummers van de fasen I, II, III en IV onder elkaar en vul voor iedere fase de bijbehorende naam in.

1: [invulveld]
2: [invulveld]
3: [invulveld]
4: [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

1/3 Mougeotia.
Zie figuur B 3929 van de bijlage.

De draadvormige groene alg Mougeotia bezit per cel slechts één enkele langwerpige, afgeplatte chloroplast, die tussen twee vacuolen ligt. De chloroplast kan om de lengte-as draaien als reactie op licht.
In de afbeelding is een cel van de alg Mougeotia weergegeven bij een vergroting van 500x. In tekening 1 is de smalle kant van de chloroplast getekend en in tekening 2 de brede kant van de chloroplast.

Een leerling stelt zich met behulp van de gegevens van afbeelding B 3929 voor hoe de dwarsdoorsnede door een cel van Mougeotia eruit zal zien en maakt daarvan een aantal schematische tekeningen.

Zie figuur B 3930 van de bijlage.

Welke van de vier afgebeelde tekeningen is juist?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Assimilatie

2/3 Mougeotia.
Zie figuur B 3931 van de bijlage.

afbeeldingafbeelding

Het draaien van de bladgroenkorrel gebeurt onder invloed van de lichtsterkte en de golflengte van het licht. Dit proces wordt mogelijk gemaakt door de activiteit van een lichtabsorberend molecuul, het fytochroom. Van dit fytochroom bestaan twee vormen, fytochroom "rood" (Pr) en fytochroom "ver-rood" (Pfr).
Fytochroom Pr gaat door absorptie van licht met een golflengte van 666 nm over in fytochroom Pfr en fytochroom Pfr gaat door absorptie van licht met een golflengte van 730 nm over in fytochroom Pr (zie afbeelding B 3931).

Zie volgende scherm

Assimilatie

3/3 Mougeotia.
Zie figuur B 3932 van de bijlage.

De invloed van het type licht op het draaien van de bladgroenkorrel bij Mougeotia is uitvoerig onderzocht. Bij hoge lichtsterkte of belichting met verrood licht draait de bladgroenkorrel zich parallel aan het invallende licht. Dit effect is ongedaan te maken door zwakke belichting of belichting met rood licht.
Dan draait de bladgroenkorrel loodrecht ten opzichte van het invallende licht.
Een cel van Mougeotia wordt tegelijkertijd belicht met twee lichtbundels, 1 en 2, loodrecht op elkaar (zie afbeelding B 3932). Na korte tijd beweegt de chloroplast in de aangegeven richting tot de positie is bereikt die met de stippellijn is aangegeven.

Welke golflengte heeft lichtbundel 1 en welke heeft lichtbundel 2?
Welk type fytochroom is na enige tijd in de belichte delen van de cel aan te treffen, of zijn beide aanwezig?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Een fotosynthese-experiment.
Zie figuur B 4839 van de bijlage.

Met de hiernaast afgebeelde proefopstelling wordt een fotosynthese-experiment gedaan.
De plant, waarvan hier een tak wordt gebruikt, heeft 48 uur voorafgaand aan het experiment in het donker gestaan. De inhoud van het bakje P en de erlenmeyer R kan worden gevarieerd; alle overige omstandigheden zijn optimaal voor de fotosynthese.

Na enkele uren zal er in de bladeren van de plant zetmeel kunnen worden aangetoond, indien

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Waterpest.

Met zonlicht, CO2 en H2 O maken planten glucose en zuurstof.
In een afgesloten vat van 100L, voor de helft gevuld met water en voor de andere helft met CO2 , zweeft een kg waterpest onder het wateroppervlak.

Wat zie je in een 24-uursmeting?

Assimilatie

Led-lampjes.
Zie figuur B 4840 van de bijlage.

In een kas worden led-lampjes gehangen die ervoor moeten zorgen dat de tomaten beter groeien. Het zijn rode lampjes.

Is dat een verstandige keus?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Fotosynthese-experiment.

Een cultuur van eencellige groenalgen wordt enige tijd verlicht. Daarna wordt het licht uitgedaan en direct radioactief CO2 toegevoegd door dit 30 minuten lang door de cultuur te blazen (bubbelen). Hierna wordt direct de radioactiviteit in de cellen gemeten.

Wat is het verwachte resultaat met verklaring?

Assimilatie

Licht.

Welke primaire rol speelt het licht bij de fotosynthese?

Assimilatie

Stofwisselingsprocessen.

Drie stofwisselingsprocessen zijn:

1. Productie van organische stoffen waartoe andere organische stoffen uit het milieu worden opgenomen.
2. Productie van organische stoffen waartoe alleen anorganische stoffen uit het milieu worden opgenomen.
3. Productie van anorganische stoffen waartoe organische stoffen uit het milieu worden opgenomen.

Welk van deze processen komt (komen) wel bij planten met bladgroen voor en niet bij planteneters?

Assimilatie

1/3 Isotopen.
Zie figuur A 1071 van de bijlage.

Een groene plant wordt in een afgesloten ruimte geplaatst. Daarin bevindt zich, behalve 16 CO2 (het 'normale' CO2 ), ook 18 CO2 : CO2 met de radio-actieve isotoop 18 O.
In het diagram hiernaast zijn de veranderingen in de concentraties van beide vormen van CO2 gedurende een bepaalde tijd weergegeven.

Leg uit hoe het komt dat de concentratie 18 CO2 tijdens de perioden licht meer afneemt dan de concentratie 16 C16 O2 .

afbeeldingafbeelding

textEntryInteraction

2/3 Isotopen.
Zie figuur A 1071 van de bijlage.

In welk molecuul worden de 18 O-atomen tijdens de perioden licht opgenomen? In een .....................molecuul.

[invulveld]

afbeeldingafbeelding

extendedTextInteraction

3/3 Isotopen.
Zie figuur A 1071 van de bijlage.

Verklaar hoe het komt dat de concentratie 18 CO2 tijdens de perioden donker slechts weinig stijgt, terwijl de concentratie 16 CO2 veel sterker stijgt.

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Splitsen van water.

Het splitsen van water resulteert in drie producten: zuurstof, H+ en elektronen.

Welk van die producten wordt of welke worden gebruikt in de lichtreactie van de fotosynthese?

Assimilatie

Zwavelbacteriën.

Een reactie H2 S ® S vindt plaats in zowel kleurloze zwavelbacteriën als in purperzwavelbacteriën.
Hierover worden de volgende drie beweringen gedaan:

1. In kleurloze zwavelbacteriën dient de H2 S als energiedonor via oxidatie.
2. In purperzwavelbacteriën dient de oxidatie van H2 S als waterstofdonor.
3. Alleen de purperzwavelbacteriën zijn autotroof.

Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?