Assimilatie_dissimilatie
3/3 Met of zonder bladgroen.
Leven deze organismen autotroof of heterotroof of zijn beide levenswijzen mogelijk?
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
3/3 Met of zonder bladgroen.
Leven deze organismen autotroof of heterotroof of zijn beide levenswijzen mogelijk?
1/2 Een proef met bladeren.
Zie figuur B 887 van de bijlage.
Een plant met bladgroen heeft 48 uur in het donker gestaan. Daarna wordt deze plant in een proefopstelling gezet, zoals in de afbeelding is weergegeven.
Blad P bevindt zich in een luchtdicht afgesloten glazen kolf. Onder in de kolf bevindt zich een vloeistof die alle koolstofdioxide uit de lucht in de kolf wegneemt. De opstelling staat 48 uur in het licht.
Zal tijdens de proef in blad P verbranding plaatsvinden?
En in blad Q?
afbeelding
2/2 Een proef met bladeren.
Is na afloop van de proef met behulp van jodium zetmeel aan te tonen in blad P?
En in blad Q?
afbeelding
1/3 Eencelligen.
Bepaalde eencelligen kunnen bladgroen vormen als ze aan het licht worden blootgesteld. Met behulp van dit bladgroen kunnen ze dan voedsel produceren. Als deze organismen in het donker leven, verdwijnt na enige tijd het bladgroen en moeten ze voedsel uit hun omgeving opnemen.
Onder welke omstandigheden zullen deze eencelligen zeker organische stoffen uit hun omgeving moeten opnemen?
2/3 Eencelligen.
Wanneer kunnen deze organismen zuurstof produceren?
3/3 Eencelligen.
Onder welke omstandigheden wordt in deze organismen energie vrijgemaakt door verbranding?
1/3 Fotosynthese in een draadwier.
Zie figuur B 1565 van de bijlage.
Een draadwier is een klein draadvormig waterplantje. Een onderzoeker maakt een microscopisch preparaat van zo'n draadwier in water. Hij voegt aan het preparaat bacteriën toe die een plaats opzoeken waar veel zuurstof aanwezig is. Vervolgens laat hij vier verschillende kleuren licht naast elkaar op het preparaat vallen: rood, oranje geel en groen licht. In de afbeelding is weergegeven welk beeld hij na verloop van tijd ziet.
Bij welke kleur licht vindt de meeste fotosynthese plaats?
afbeelding
2/3 Fotosynthese in een draadwier.
De bacteriën nemen zuurstof op in hun cellen.
Noem een proces in de bacteriën waarbij ze de opgenomen zuurstof verbruiken.
3/3 Fotosynthese in een draadwier.
Om een duidelijk resultaat van de proef te kunnen zien, moet het preparaat met het draadwier en de bacteriën eerst enige uren in het donker worden bewaard. Daarna wordt het preparaat belicht zoals hiervoor is beschreven. Dit bewaren in het donker heeft tot gevolg dat het resultaat van de proef beter zichtbaar is.
Leg uit waardoor na het bewaren in het donker het resultaat beter zichtbaar is.
1/2 Gaswisseling bij bonen en planten.
Zie figuur B 1949 van de bijlage.
Iemand onderzoekt de gaswisseling van kiemende bonen en bonenplanten. Hij plaatst de kiemende bonen en de bonenplanten in afgesloten glazen bakken met lucht, zoals in de afbeelding is aangegeven. De temperatuur is 20°C. De proef duurt 24 uur.
In welke bak zal het zuurstofgehalte het laagst zijn na afloop van de bij de afbeelding beschreven proef?
afbeelding
2/2 Gaswisseling bij bonen en planten.
In welke bak zal het koolstofdioxidegehalte het laagst zijn na afloop van de bij de afbeelding beschreven proef?
afbeelding
1/2 Geraniums en champignons.
Zie figuur B 1877 van de bijlage.
De tekeningen geven een proefopstelling weer. Hiermee onderzoekt iemand de stofwisseling van geraniums (planten met bladgroen) en champignons (paddestoelen) in het licht en in het donker.
In welke van de organismen in deze proefopstelling vindt verbranding plaats?
afbeelding
2/2 Geraniums en champignons.
In welk of welke van de organismen in deze proefopstelling vindt fotosynthese plaats?
afbeelding
1/3 Glucose-stofwisseling.
De volgende drie processen kunnen in planten plaatsvinden:
1. Koolstofdioxide en water worden omgezet in glucose en zuurstof: daarvoor is energie nodig.
2. Glucose en zuurstof worden omgezet in koolstofdioxide en water; daarbij komt energie vrij.
3. Glucose wordt omgezet in zetmeel.
Welk proces wordt verbranding genoemd?
2/3 Glucose-stofwisseling.
De volgende drie processen kunnen in planten plaatsvinden:
1. Koolstofdioxide en water worden omgezet in glucose en zuurstof: daarvoor is energie nodig.
2. Glucose en zuurstof worden omgezet in koolstofdioxide en water; daarbij komt energie vrij.
3. Glucose wordt omgezet in zetmeel.
Zie figuur B 2038 van de bijlage.
De afbeelding geeft een aantal cellen van een plant weer. Deze plant staat in het zonlicht. Cel P bevat bladgroen, cel Q niet.
Vindt proces 1 plaats in cel P?
En in cel Q?
afbeelding
3/3 Glucose-stofwisseling.
De volgende drie processen kunnen in planten plaatsvinden:
1. Koolstofdioxide en water worden omgezet in glucose en zuurstof: daarvoor is energie nodig.
2. Glucose en zuurstof worden omgezet in koolstofdioxide en water; daarbij komt energie vrij.
3. Glucose wordt omgezet in zetmeel.
Komt proces 2 voor bij autotrofe organismen?
En bij heterotrofe organismen?
1/3 Glucose-stofwisseling.
De volgende drie processen kunnen in planten plaatsvinden:
1. Koolstofdioxide en water worden omgezet in glucose en zuurstof; daarvoor is energie nodig.
2. Glucose en zuurstof worden omgezet in koolstofdioxide en water; daarbij komt energie vrij.
3. Glucose wordt omgezet in zetmeel.
Welk proces heet fotosynthese?
2/3 Glucose-stofwisseling.
Zie figuur B 1957 van de bijlage.
De afbeelding geeft een aantal cellen van een plant weer. Enkele cellen bevatten bladgroen.
De plant bevindt zich in het zonlicht.
De volgende drie processen kunnen in planten plaatsvinden:
1. Koolstofdioxide en water worden omgezet in glucose en zuurstof; daarvoor is energie nodig.
2. Glucose en zuurstof worden omgezet in koolstofdioxide en water; daarbij komt energie vrij.
3. Glucose wordt omgezet in zetmeel.
Vindt proces 2 plaats in cel P?
En in cel Q?
afbeelding
afbeelding
3/3 Glucose-stofwisseling.
De volgende drie processen kunnen in planten plaatsvinden:
1. Koolstofdioxide en water worden omgezet in glucose en zuurstof; daarvoor is energie nodig.
2. Glucose en zuurstof worden omgezet in koolstofdioxide en water; daarbij komt energie vrij.
3. Glucose wordt omgezet in zetmeel.
Komt proces 3 voor bij een eik?
En bij een mens?
Juist of onjuist.
De activiteit van een enzym is afhankelijk van de zuurgraad. [invulveld]
Planten met bladgroen zijn in staat koolhydraten te vormen uit anorganische stoffen. Voor dit proces zijn kooldioxide en zuurstof nodig. [invulveld]
Glucose levert de planten de energie die voor dit proces nodig is. [invulveld]
Dit proces kan voorkomen in landplanten en ook in waterplanten. [invulveld]
Dit proces is een verbrandingsproces. [invulveld]