Oefentoets Biologie: Voeding - ziektes | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 5

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voeding

1/4 Koolhydraten.

Koolhydraten zijn een belangrijke bron van energie in de voeding. In de tabel staat hoeveel van de met de voeding opgenomen energie in Nederland gemiddeld wordt geleverd door koolhydraten. Voedingsdeskundigen raden een andere verdeling van de energiebijdrage in de voeding aan (zie de tabel).

afbeeldingafbeelding

In de tabel worden 'andere energierijke stoffen' genoemd.

Welke stoffen kunnen dit zijn?

Voeding

2/4 Koolhydraten.
Zie figuur A 953 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding

Zet op de uitwerkbijlage A 953 de gegevens van de tabel uit in een diagram met twee staven.

afbeeldingafbeelding

Voeding

3/4 Koolhydraten.
Zie figuur B 4411 van de bijlage.

De afbeelding geeft de verschillen weer tussen een gemiddeld menu in de noordelijke helft en in de zuidelijke helft van de wereld. Op elke lijn staat voor een bepaalde groep voedingsmiddelen aangegeven hoe groot de afwijking is van het wereldgemiddelde.

Welke groep voedingsmiddelen uit de afbeelding bevat veel zetmeel?

afbeeldingafbeelding

Voeding

4/4 Koolhydraten.
Zie figuur B 4411 van de bijlage.

Noem twee groepen voedingsmiddelen waarvan volgens de afbeelding in de noordelijke helft van de wereld minder gegeten wordt dan het wereldgemiddelde.

afbeeldingafbeelding

Voeding

1/4 Lasagne.

In de afbeelding hieronder zijn twee etiketten weergegeven. Beide producten worden gebruikt om het gerecht lasagne te bereiden. Lasagne is een pastaproduct.
Etiket 1 hoort bij de mix voor lasagnesaus.
Etiket 2 hoort bij de lasagnebladen.
afbeeldingafbeelding

Van welke plant worden lasagnebladen gemaakt?

Van [invulveld]




-

Voeding

2/4 Lasagne.

In onderstaande afbeelding is de voedingwijzer weergegeven.
afbeeldingafbeelding

In welke groep van de voedingwijzer horen lasagnebladen thuis?

Voeding

3/4 Lasagne.
Zie de afbeelding hiernaast.

Lasagnemix bevat 4,2 gram vet per 100 gram. Lasagnebladen bevatten 2,0 gram vet per 100 gram.

Door welke twee ingrediënten van de lasagnemix is het vetgehalte hoger? Gebruik de informatie van de bijlage.

afbeeldingafbeelding

Voeding

4/4 Lasagne.
Zie de afbeelding hiernaast.

Erik maakt lasagne van 100 gram lasagnemix en 200 gram lasagnebladen.

Bereken hoeveel energie (in kJ) dit gerecht levert. Gebruik de informatie van de bijlage.
Doe het zó:
100 gram lasagnemix levert: [invulveld] kJ
200 gram lasagnebladen levert: [invulveld] x [invulveld] = [invulveld] kJ
Totaal: [invulveld] kJ + [invulveld] kJ = [invulveld] kJ

afbeeldingafbeelding

Voeding

1/2 Voeding.

Om de samenstelling van enkele voedingsmiddelen te vergelijken, wordt eerst al het water uit die voedingsmiddelen gehaald. Het gewicht van zo'n voedingsmiddel zonder water noemt men het drooggewicht.
De verhoudingen van de hoeveelheden energierijke stoffen in 100 g drooggewicht van deze voedingsmiddelen worden daarna vergeleken (zie de tabel).
afbeeldingafbeelding

Welke groep uit de tabel heeft gemiddeld het hoogste percentage eiwitten per 100 gram drooggewicht?





-

Voeding

1/4 Zonnen of eten?

In de negentiende eeuw leden veel arbeiders in de grote steden aan Engelse ziekte. Door de industrialisatie kwamen die arbeiders nauwelijks buiten. Als ze buiten kwamen, liepen ze door de vervuilde lucht naar hun bedompte woningen in smalle stegen. Engelse ziekte is het gevolg van een tekort aan vitamine D. Botten en spieren blijven hierdoor achter in groei en ontwikkeling. Vitamine D kan op twee manieren aangevuld worden: door aanmaak in de huid onder invloed van zonlicht en met voeding.

bewerkt naar: Marc van den Broek, 'Meer in de zon', de Volkskrant, 3 november 2001

In Nederland komt Engelse ziekte de laatste decennia weer voor, met name onder gesluierde allochtone vrouwen. Naast de vrijwel permanente huidbedekking speelt hier ook de huidskleur een rol.

Leg uit dat een donkere huidskleur de kans op Engelse ziekte kan vergroten.

Voeding

2/4 Zonnen of eten?

Vitamine D stimuleert de opname van calcium, een belangrijk bestanddeel van botten, vanuit het verteringsstelsel in het bloed.

Vanuit welk deel van het verteringsstelsel wordt vitamine D voornamelijk in het bloed opgenomen?

Voeding

3/4 Zonnen of eten?
Zie figuur A 744 van de bijlage.

In een aantal producten wordt extra vitamine D samen met extra calcium aangeboden. Een voorbeeld hiervan is de zogenaamde CalciumPlus-melk van Campina (zie de afbeelding).

De minimale dagelijkse behoefte aan calcium is door de gezondheidsraad voor jong volwassenen vastgesteld op 1,1 g per dag.
Deze aanbeveling wijkt af van de aanbeveling die je op het etiket kunt vinden.

Leg uit dat beide aanbevelingen toch niet met elkaar in tegenspraak hoeven te zijn.

afbeeldingafbeelding

Voeding

4/4 Zonnen of eten?

Bereken met behulp van nevenstaande gegevens, tot op één procent nauwkeurig, welk percentage van de door de gezondheidsraad aanbevolen calciumbehoefte een volwassene binnenkrijgt als hij twee glazen van elk 200 mL CalciumPlus-melk drinkt.

afbeeldingafbeelding

Voeding

1/5 Patates frites met biefstuk en sla.

Het Voorlichtingsbureau voor de Voeding adviseert voedingsmiddelen uit elk van de vier groepen van de maaltijdschijf te gebruiken. In een groep van de maaltijdschijf staan voedingsmiddelen bij elkaar omdat ze één of meer van dezelfde typen voedingsstoffen bevatten. Op grond van de aanwezigheid van een bepaalde voedingsstof staan aardappelen in dezelfde groep als brood.

Op grond van welke voedingsstof is dat?

Voeding

2/5 Patates frites met biefstuk en sla.

Van aardappelen kun je patates frites maken. De samenstelling van gekookte aardappelen, patates frites, sla en gebakken biefstuk is vermeld in de tabel hieronder.

afbeeldingafbeelding

Een diëtiste zegt tegen iemand die wil afvallen dat 100 gram patates frites meer energie leveren dan 100 gram gekookte aardappelen.

Leg uit waarom deze diëtiste gelijk heeft. Geef daarvoor drie argumenten en gebruik de gegevens uit de tabel.




-

Voeding

3/5 Patates frites met biefstuk en sla.

Een maaltijd bestaat uit 100 gram gebakken biefstuk, 100 gram sla en 200 gram patates frites.

afbeeldingafbeelding

Hoeveel gram eiwitten bevat deze maaltijd in totaal? Schrijf je berekening op.




-

Voeding

4/5 Patates frites met biefstuk en sla.

Een maaltijd bestaat uit 75 gram gebakken biefstuk, 50 gram sla en 250 gram patates frites.

afbeeldingafbeelding

Hoeveel gram eiwitten bevat deze maaltijd in totaal? Schrijf je berekening op.




-

Voeding

5/5 Patates frites met biefstuk en sla.

Aan het eind van het seizoen worden aardappelen gerooid. Zij worden dan enige tijd door aardappelhandelaren opgeslagen voordat ze onder andere geleverd worden aan fritesfabrikanten. Voor het bewaren worden ruimten gebruikt die droog en koel zijn. De handelaren verhinderen met chemische middelen dat de aardappelen uitlopers krijgen.

Leg uit dat 'droog en koel' omstandigheden zijn die verrotting van de aardappelen tegengaan.




-

Voeding

1/2 Salade.

In een kookboek worden de volgende bestanddelen voor een vleessalade genoemd:

afbeeldingafbeelding

Deze vleessalade bevat niet uit elk vak van de maaltijdschijf een voedingsmiddel.

Noem de naam van het vak of de namen van de vakken waaruit een voedingsmiddel bij deze vleessalade ontbreekt.




-