Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
VWO 4, VWO 5, VWO 6
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Uitscheiding
3/3 Vloeistofverplaatsing. Zie figuur B 374 van de bijlage.
Bij een haarvat S-T in een voet heersen ook een buitenwaarts en een binnenwaarts gerichte kracht. In de afbeelding zijn drie diagrammen getekend. Op de horizontale as zijn de plaatsen in het haarvat aangegeven. Het bloed stroomt van S naar T. Op de verticale as is de buitenwaarts gerichte kracht uitgezet.
In welk van deze diagrammen is het verloop van de buitenwaarts gerichte kracht schematisch juist weergegeven?
afbeelding
Uitscheiding
1/5 Candiru. Zie figuur A 1394 van de bijlage.
Lees onderstaand fragment uit ‘Tussen Orinoco en Amazone’ van Redmond O’Hanlon. Redmond O'Hanlon (1947) is een reisschrijver. Hij heeft een heel plastische schrijfstijl. Hieronder volgt een fragment uit zijn boek 'Tussen Orinoco en Amazone'.
1 Wat echter het hardnekkigst in onrustige nachten door mijn dromen zwom was de 2 candiru, de tandenstokervis - een minieme meerval die een parasitair bestaan leidt in 3 kieuwen en cloaca van grotere vissen. Toen ik op Borneo in longhouses verbleef, had ik 4 geleerd dat het gepast is wanneer je vroeg in de ochtend naar de rivier gaat - je 5 weet dat je in het sociaal aanvaarde stuk modderrivier zwemt wanneer de vissen met 6 hun neus tegen je broek duwen, omdat ze willen dat je die uittrekt en hun ontbijt 7 produceert. In het Amazonegebied daarentegen zou elke dakloze candiru, gesteld dat 8 je te veel gedronken hebt en zo onverstandig bent om onder het zwemmen te 9 urineren, je door die geur aanzien voor een grote vis en opgewonden tegen je stroom 10 urinezuur opzwemmen, je urethra binnendringen als een worm in zijn holletje, en hij 11 zou, door zijn kieuwdeksels op te zetten, een krans van naar beneden gerichte 12 stekels vormen. Er kan niets tegen worden gedaan. De pijn schijnt opzienbarend te 13 zijn. Je moet naar een ziekenhuis voordat je blaas springt; je moet een chirurg 14 verzoeken je penis af te snijden.
De auteur legt een relatie tussen urethra (regel 10), blaas (regel13) en penis (regel 14).
Wat is bij een staande man in rust de ligging van de urethra ten opzichte van deze beide andere organen?
afbeelding
Uitscheiding
4/5 Candiru.
Lees onderstaand fragment uit ‘Tussen Orinoco en Amazone’ van Redmond O’Hanlon. Redmond O'Hanlon (1947) is een reisschrijver. Hij heeft een heel plastische schrijfstijl. Hieronder volgt een fragment uit zijn boek 'Tussen Orinoco en Amazone'.
1 Wat echter het hardnekkigst in onrustige nachten door mijn dromen zwom was de 2 candiru, de tandenstokervis - een minieme meerval die een parasitair bestaan leidt in 3 kieuwen en cloaca van grotere vissen. Toen ik op Borneo in longhouses verbleef, had ik 4 geleerd dat het gepast is wanneer je vroeg in de ochtend naar de rivier gaat - je 5 weet dat je in het sociaal aanvaarde stuk modderrivier zwemt wanneer de vissen met 6 hun neus tegen je broek duwen, omdat ze willen dat je die uittrekt en hun ontbijt 7 produceert. In het Amazonegebied daarentegen zou elke dakloze candiru, gesteld dat 8 je te veel gedronken hebt en zo onverstandig bent om onder het zwemmen te 9 urineren, je door die geur aanzien voor een grote vis en opgewonden tegen je stroom 10 urinezuur opzwemmen, je urethra binnendringen als een worm in zijn holletje, en hij 11 zou, door zijn kieuwdeksels op te zetten, een krans van naar beneden gerichte 12 stekels vormen. Er kan niets tegen worden gedaan. De pijn schijnt opzienbarend te 13 zijn. Je moet naar een ziekenhuis voordat je blaas springt; je moet een chirurg 14 verzoeken je penis af te snijden.
Wat bedoelt Redmond O’Hanlon met 'een parasitair bestaan [...] in kieuwen en cloaca van grotere vissen’ (regel 2-3)?
Uitscheiding
1/4 Emily Dickinson. Zie figuur B 5737 van de bijlage.
Bij de beroemde Amerikaanse dichteres Emily Dickinson (1830-1886) was waarschijnlijk sprake van een ontsteking aan de urinewegen die haar vrijwel haar hele leven aan huis kluisterde: glomerulonephritis of pyelonephritis. Bij glomerulonephritis lekken bloedcellen en eiwitten door de nierkapsels naar de urineleider.
Leg uit dat hierdoor oedeem kan ontstaan.
afbeelding
Uitscheiding
2/4 Emily Dickinson.
Bij pyelonephritis is er sprake van nierbekkenontsteking, vaak als gevolg van herhaalde blaasontstekingen.
Leg uit dat blaasontstekingen meer bij vrouwen dan bij mannen voorkomen.
Uitscheiding
3/4 Emily Dickinson.
Emily Dickinson had altijd sterk geurende bosjes bloemen in haar nabijheid, vermoedelijk om een scherpe lichaamsgeur te camoufleren. Die geur kan het gevolg zijn van de afbraak van ureum door bacteriën in haar urinewegen.
Welke scherp geurende stof ontstaat er dan?
Dat is [invulveld]
Uitscheiding
4/4 Emily Dickinson.
Tegenwoordig kunnen blaasontstekingen veel beter bestreden worden dan in de tijd van Dickinson.
Met behulp van welk type medicijnen gebeurt dat?
Met [invulveld]
Uitscheiding
Ureum.
Na welke van de volgende maaltijden kun je verwachten dat een mens grote hoeveelheden ureum zal produceren? Na een maaltijd bestaande uit
Uitscheiding
Vloeistofanalyse.
Hieronder zijn de analyses te zien van bloedplasma, rode bloedcellen, urine en zweet van de mens.
afbeelding
Zet de namen van de begrippen in de rechter kolom bij de juiste nummers in de linker kolom.
Uitscheiding
Nefron. Zie figuur B 5739 van de bijlage.
In de tekening hiernaast is een nefron (lichaampje van Malpighi) afgebeeld.
In de met cijfer I aangeduide ruimte bevinden zich bij een gezonde persoon, behalve water, glucose en ureum ook
afbeelding
Uitscheiding
1/3 Een nefron. Zie figuur A 1212 van de bijlage. afbeelding In figuur is de functionele anatomie van een nefron (niereenheid) weergegeven.
1: distale tubulus; gekronkeld deel 2: distale tubulus; verbindend deel 3: nierkapsel 4: Lis van Henle; dikke opstijgende tak 5: verzamelbuis 6: Lis van Henle; dunne opstijgende tak 7: Lis van Henle; dalende tak 8: adertje 9: proximale tubulus 10: afvoerend slagadertje 11: aanvoerend slagadertje