Oefentoets Biologie: Spijsvertering | HAVO 4/HAVO 5 | variant 8

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Spijsvertering

7/8 Bolletjesslikkers.

Onder de letale concentratie van een stof wordt verstaan de concentratie in mg per milliliter bloed die voor de meeste mensen dodelijk is.
Voor de meeste mensen, die gemiddeld 5 liter bloed hebben, is 200 milligram fataal.

Bereken wat voor de meeste mensen de letale concentratie van cocaïne in mg per milliliter is.

Spijsvertering

8/8 Bolletjesslikkers.

Leg uit waarom in de tekst staat "voor de meeste mensen is 200 mg fataal" en niet "voor mensen is 200 mg fataal".

Spijsvertering

1/6 Jeugddiabetes.

Tekst:
Bij jeugddiabetes valt het afweersysteem van de patiënt de eigen zogeheten bètacellen van de eilandjes van Langerhans aan.
Deze cellen, die het hormoon insuline produceren, sterven langzaam af. Hierdoor kan de glucoseconcentratie te veel gaan schommelen. Om de effecten daarvan tegen te gaan zijn insuline-injecties noodzakelijk. Op den duur kunnen de bloedvaten aangetast worden, wat onder andere complicaties kan geven voor de nieren. Dit maakt dialyse en niertransplantatie noodzakelijk.

Een van de problemen na transplantatie is dat de donornieren naderhand ook weer achteruitgaan door de diabetes.
Daarom wordt bij diabetespatiënten een niertransplantatie sinds 1986 gecombineerd met een alvleeskliertransplantatie.
In de meeste gevallen zijn de patiënten dan niet meer afhankelijk van insuline-injecties en dialyse. Een aantal van de patiënten verliest echter na enige tijd de alvleesklier doordat het lichaam het vreemde orgaan afstoot.
Deze patiënten waren beter af geweest als alleen de eilandjes van Langerhans getransplanteerd waren.
De eilandjes van Langerhans maken namelijk slechts één procent uit van het totale gewicht van de alvleesklier.
Bij een transplantatie van de gehele alvleesklier wordt dus in feite 99 procent teveel getransplanteerd.

Het isoleren van de eilandjes van Langerhans gebeurt met verteringsenzymen die de eilandjes losmaken van het omringende alvleesklierweefsel.
Daarna worden ze gezuiverd en ten slotte onder plaatselijke verdoving in de poortader geïnjecteerd.
Ze blijven steken in de kleine bloedvaten van de lever. Hebben ze zich daar eenmaal genesteld, dan kunnen ze insuline afgeven aan het bloed.

bewerkt naar: Kreutzer, Biologie voor de bovenbouw, 5H, 1994

Wat is voor de eilandjes van Langerhans de prikkel voor het afgeven van insuline aan het bloed?




-

Spijsvertering

2/6 Jeugddiabetes.

De alvleesklier heeft behalve het produceren van hormonen nog een andere belangrijke functie.

Noem deze functie.

Spijsvertering

3/6 Jeugddiabetes.

Gelet op de functie van de eilandjes van Langerhans is injectie van deze eilandjes in de poortader efficiënter dan in enig ander bloedvat.

Leg dit uit.

Spijsvertering

4/6 Jeugddiabetes.
Zie figuur A 839 van de bijlage.

Als de nieren niet goed meer werken, kan dialyse een oplossing zijn. Hierbij wordt het bloed van de patiënt door een kunstnier geleid.

De afbeelding A 839 toont een schema van de werking van een kunstnier.
In de kunstnier stroomt het bloed door honderden heel dunne buisjes.
De wanden van deze buisjes bestaan uit een zeer dun vlies dat sommige stoffen doorlaat en andere niet.
De buisjes zijn omgeven door spoelvloeistof.
Deze vloeistof neemt de afvalstoffen uit het bloed op.
Een dialysebehandeling duurt een aantal uren.

Wat is de biologische term voor een zeer dun vlies dat sommige stoffen wel doorlaat en andere niet?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

5/6 Jeugddiabetes.
Zie figuur A 839 en figuur B 3625 van de bijlage.

In de afbeelding met het schema van de werking van een kunstnier is te zien dat de stroomrichting van de spoelvloeistof tegengesteld is aan die van het bloed (dit heet het tegenstroomprincipe).

In de afbeelding B 3625 wordt de afgelegde weg van de bloedstroom en de vloeistofstroom aangegeven met een lijn met pijlen. De concentratie van afvalstoffen is verticaal uitgezet.

Welke afbeelding is juist?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Spijsvertering

6/6 Jeugddiabetes.
Zie figuur A 839 van de bijlage.

Tot voor kort ging men bij dialyse als volgt te werk: Circa zes weken voordat een patiënt voor het eerst gedialyseerd wordt, wordt in een arm tussen een slagader en een ader een verbinding gemaakt (zie schema van de werking van een kunstnier nummer 9).
Hierdoor wordt de bloeddruk in die ader aanzienlijk hoger dan normaal.
Voor dialyse worden injectienaalden bevestigd aan P en Q.
Via deze naalden wordt de verbinding met de bloedbaan gemaakt.
Het bloed stroomt vervolgens in de richting van de pijlen door de kunstnier.

Welk bloedvat moet of welke bloedvaten moeten met de naalden P en Q aangeprikt worden?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

1/2 Brandend maagzuur.

Sommige mensen hebben last van brandend maagzuur.
Brandend maagzuur ontstaat doordat te veel maagzuur wordt geproduceerd, dat ook in de slokdarm terecht kan komen.
Typische symptomen hiervan zijn:

- maagpijn en/of maagkrampen;
- een brandend gevoel in de maagstreek en/of achter het borstbeen;
- zure oprispingen.

Maagzuur stimuleert de vertering van bepaalde voedselbestanddelen en maagzuur doodt bacteriën.
Normaal gesproken veroorzaakt dit zuur geen problemen.

naar folder: Zantac 75, tegen zuurbranden en zure oprispingen

Leg uit waardoor het zuur in de maag vertering bevordert.

Spijsvertering

2/2 Brandend maagzuur.

Waar komt het zuur vandaan dat in de maag een rol speelt bij de vertering?

Spijsvertering

1/4 Een darmziekte.

FAP (Familiaire Polyposis Coli) is een darmziekte waarbij al op jonge leeftijd in de dikke darm en de endeldarm honderden tot duizenden weefseluitstulpingen (poliepen) voorkomen die zich kunnen ontwikkelen tot dikke-darmkanker.
FAP is een erfelijke aandoening die berust op een afwijkend gen. Dit afwijkende gen is dominant over het normale gen.
De ziekte heeft niet altijd hetzelfde verloop.
Soms is het nodig zowel de dikke darm als de endeldarm van een patiënt te verwijderen.
In andere gevallen wordt alleen de dikke darm weggehaald. De dunne darm wordt dan aangesloten op de endeldarm.
Dit noemt men een endeldarmsparende operatie.

Een patiënt met de eerste ziekteverschijnselen van FAP wordt onderzocht. Informatie over de plaats van de afwijking in het gen kan worden verkregen door onderzoek van cellen van deze patiënt. Met deze informatie kan een prognose van het verloop van de ziekte worden gegeven.

Welk onderzoek van cellen wordt dan uitgevoerd?

Spijsvertering

2/4 Een darmziekte.

Welke cellen van de mens kunnen voor dit onderzoek worden gebruikt?

Spijsvertering

3/4 Een darmziekte.
Zie figuur B 2588 van de bijlage.

FAP (Familiaire Polyposis Coli) is een darmziekte waarbij al op jonge leeftijd in de dikke darm en de endeldarm honderden tot duizenden weefseluitstulpingen (poliepen) voorkomen die zich kunnen ontwikkelen tot dikke-darmkanker.
FAP is een erfelijke aandoening die berust op een afwijkend gen. Dit afwijkende gen is dominant over het normale gen.

In de afbeelding zijn de stambomen weergegeven van twee families waarin FAP voorkomt.
Vrouw II-4 en man II-5 willen samen een kind. Zij vragen zich af hoe groot de kans is dat zij een kind met FAP krijgen.

Hoe groot is die kans, aangenomen dat er geen mutaties optreden?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

4/4 Een darmziekte.

De ontlasting van een gezonde persoon wordt vergeleken met de ontlasting van een persoon met FAP bij wie een endeldarmsparende operatie is uitgevoerd.

Bestanddelen van de ontlasting zijn bacteriën, onverteerde resten en water.

Van welk of van welke van deze bestanddelen is de hoeveelheid per gram ontlasting bij de persoon met FAP lager?

Spijsvertering

1/5 Dunne-darmtransplantatie.

Vanaf medio 2001 worden in Nederland dunne darmtransplantaties uitgevoerd. Patiënten met een stilliggende darm die in aanmerking komen voor een donordarm hebben soms al jarenlang niet meer met hun familie aan tafel gegeten. Een aantal kinderen heeft zelfs nog nooit de smaak van voedsel geproefd. Ze zijn permanent afhankelijk van voedsel via een infuus. Andere kinderen met een stilliggende darm of een te
korte darm vertonen vermageringsverschijnselen en groeistoornissen.
'Een stilliggende darm' is een darm waarin geen transport van de voedselbrij plaatsvindt.

Hoe noemt men de beweging die een stilliggende darm niet uitvoert?

Spijsvertering

2/5 Dunne-darmtransplantatie.

Bij kinderen kan een te korte darm tot verminderde groei leiden.

Verklaar waardoor een te korte dunne darm leidt tot een groeiachterstand.

Spijsvertering

3/5 Dunne-darmtransplantatie.
Zie figuur A 1000 van de bijlage.

Infuusvoeding wordt via een ader toegediend.
Soms kan dit niet meer door stolselvorming of andere complicaties.
Dan komen patiënten in aanmerking voor een dunne darmtransplantatie.
Zo'n nieuwe darm wordt vlak onder de maag aan het resterende deel van de eigen dunne darm bevestigd.
Als een geplooid gordijn wordt de darm in de buikholte geplaatst en met diverse bloedvaten verbonden.
Vervolgens krijgt de patiënt een kunstmatige uitgang, een stoma (zie de afbeelding).
Deze stoma wordt met name gebruikt voor controles na de transplantatie.
Ook bij patiënten waarbij de endeldarm ontbreekt kan een stoma noodzakelijk zijn.
De aansluitingsplek van deze stoma verschilt van de aansluitingsplek van de stoma uit de afbeelding.

Wat is een opvallend verschil in samenstelling van de 'ontlasting' bij de stoma uit de afbeelding en bij een stoma van een patiënt zonder endeldarm? Leg uit waardoor dit verschil veroorzaakt wordt.

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

4/5 Dunne-darmtransplantatie.

Op de verpakkingen van infuusvoeding komen de volgende gegevens voor:
afbeeldingafbeelding

De minimale energiebehoefte van een volwassen persoon is 25 kcal per kg lichaamsgewicht per dag.

Bereken op één decimaal nauwkeurig hoeveel liter infuusvoeding een volwassen persoon van 75 kg per dag toegediend krijgt.

Spijsvertering

5/5 Dunne-darmtransplantatie.

Een verpakking van 2½ liter bevat dezelfde concentraties aan opgeloste stoffen als een verpakking van 2 liter.
afbeeldingafbeelding

Leg uit wat voor probleem er in het bloed optreedt als de hoeveelheid van de in de tabel vermelde bestanddelen uit de 2½ liter in 2 liter wordt opgelost en middels een infuus wordt toegediend.

Spijsvertering

1/2 Helicobacter.

De bacterie Helicobacter pylori is de laatste jaren regelmatig in het nieuws omdat deze betrokken is bij het ontstaan van maagzweren.
Een maagzweer is een beschadiging van de binnenkant van de maagwand.
De bacterie beschikt over een enzym, urease, dat ureum omzet in koolstofdioxide (CO2 ) en ammonium (NH4 + ).

Ureum is het product van een bepaald stofwisselingsproces in ons lichaam.

In welk orgaan wordt ureum gevormd?

In de/het [invulveld].