Deze oefentoets bevat 41 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting bij bloemen.
Van een bepaalde plantensoort komen planten voor met gele bloemen en planten met witte bloemen. De factor voor gele bloemkleur is dominant over die voor witte bloemkleur. Er kan zowel geslachtelijke als ongeslachtelijke voortplanting plaatsvinden. In een gesloten kas stonden in 1978 alleen planten met gele bloemen. In 1979 staan er zowel planten met gele bloemen als planten met witte bloemen.
Kunnen de planten met gele bloemen van 1979 ontstaan zijn als gevolg van ongeslachtelijke voortplanting? En de planten met witte bloemen?
afbeelding
Voortplanting
De levenscyclus van Judaspenning. Zie figuur A 317 van de bijlage.
In de afbeelding is de levenscyclus van judaspenning weergegeven.
Behoort een judaspenning tot de éénjarige, tot de tweejarige of tot de overblijvende planten?
afbeelding
Voortplanting
De levenscyclus van radijs. Zie figuur A 327 van de bijlage.
In de afbeelding is de levenscyclus van een radijs weergegeven.
Komt in de levenscyclus van een radijsplant volgens de afbeelding geslachtelijke voortplanting voor? En ongeslachtelijke?
afbeelding
Voortplanting
Bloemen zonder meeldraden.
Er zijn bloemen die geen meeldraden bevatten maar wel stampers.
Welk type voortplantingscellen produceren deze bloemen? Kunnen deze bloemen bestoven worden?
afbeelding
Voortplanting
Verspreiding en groei. Zie figuur B 3455 van de bijlage.
I. De zaden van een walnoot (zie de afbeelding) worden door de wind verspreid. II. Bij planten vindt groei plaats door reductiedelingen.
afbeelding
Voortplanting
Voortplanting van kruidachtige planten.
Drie beweringen die verband houden met de voortplanting van kruidachtige planten zijn:
1. eicellen worden geproduceerd in stempels, 2. stampers zijn altijd kleiner dan meeldraden, 3. stuifmeelkorrels worden geproduceerd in helmknoppen.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
Voortplanting
Windbestuiving en geslachtelijke voortplanting.
I. Bloemen met windbestuiving hebben vaak grote, zware en kleverige stuifmeelkorrels. II. Bij zaadplanten komt alleen geslachtelijke voortplanting voor.
Voortplanting
De levenscyclus van een bonenplant. Zie figuur B 1696 van de bijlage.
Het schema geeft de levenscyclus van een bonenplant in een aantal stadia (I t/m III) weer.
De juiste volgorde van de diverse ontwikkelstadia is
afbeelding
afbeelding
Voortplanting
Ontwikkeling en groei van Echte kamille. Zie figuur B 7141 van de bijlage.
Echte kamille is een eenjarige plant. Enkele processen bij de groei en ontwikkeling van eenjarige planten zijn:
In welke volgorde treden deze processen op gedurende het leven van Echte kamille?
afbeelding
Voortplanting
Bestuiving en ontwikkeling bij maïs. Zie figuur B 3456 van de bijlage.
De afbeelding stelt het bovenste deel van een maïsplant met bloemen voor. Enkele delen zijn vergroot weergegeven. Maïsplanten hebben twee typen bloeiwijzen, mannelijke en vrouwelijke. De zaden (maïskorrels) ontwikkelen zich in maïskolven.
I. In deel P ontwikkelen zich zaden. II. Bestuiving bij maïs vindt hoofdzakelijk plaats door insecten.
afbeelding
Voortplanting
Bestuiving en ontwikkeling bij maïs. Zie figuur B 3456 van de bijlage.
De afbeelding stelt het bovenste deel van een maïsplant met bloemen voor. Enkele delen zijn vergroot weergegeven. Maïsplanten hebben twee typen bloeiwijzen, mannelijke en vrouwelijke. De zaden (maïskorrels) ontwikkelen zich in maïskolven.
I. Deel Q ontwikkelt zich uit een vrouwelijke bloeiwijze. II. Alle maïskorrels in een maïskolf hebben hetzelfde genotype.
afbeelding
Voortplanting
Krokussen. Zie figuur B 3453 van de bijlage.
In de afbeelding is een krokusknol met enkele scheuten getekend. Deze scheuten kunnen van de knol worden gehaald en verder groeien als afzonderlijke planten.
I. Deze jonge krokussen ontstaan door geslachtelijke voortplanting. II. De krokus is een zaadplant.
afbeelding
Voortplanting
De levenscyclus van zaadplanten.
Enkele processen uit de levenscyclus van zaadplanten zijn:
Welke van deze processen vinden bij een tweejarige plant plaats in het tweede jaar?
Voortplanting
De levenscyclus van Oost-Indische kers. Zie figuur B 3457 van de bijlage.
In de afbeelding is de levenscyclus van Oost-Indische kers weergegeven.
Is een Oost-Indische kers een éénjarige, een tweejarige of een overblijvende plant?
afbeelding
Voortplanting
Telen van asperges.
Asperges kunnen alleen op lichte, droge grond worden geteeld. In april moeten de jonge aspergeplanten worden uitgeplant. Hiervoor moet de grond worden gespit en moet een geul worden gegraven van 25 cm diep. De plantjes moeten 40 cm uit elkaar worden geplant. Oogsten van asperges kan pas in het derde jaar van eind april tot eind mei. Na de oogst de planten tot november groen laten vormen boven de grond.
Is een aspergeplant een éénjarige, een tweejarige of een overblijvende plant?
Voortplanting
Ontkieming van een zaad van een bonenplant. Zie figuur B 775 van de bijlage.
In de tekeningen zijn vier stadia van de ontkieming van een zaad van een bonenplant weergegeven. De zaadlobben in de stadia 1, 2 en 3 bevatten zetmeel. De bladeren in de stadia 3 en 4 bevatten bladgroen.
Heeft het zaad water nodig voor de ontkieming? En zuurstof?
afbeelding
afbeelding
Voortplanting
Bananen Zie figuur B 3382 van de bijlage.
Als bananen worden geoogst, zijn ze nog groen. Na de oogst worden de groene bananen langzamerhand geel en rijp. Bananen produceren etheen. Dit gas bevordert de rijping. Gele bananen produceren meer etheen dan groene bananen. Bij een praktische opdracht wordt een proef gedaan om te onderzoeken hoe je groene bananen het snelst rijp kunt laten worden (zie de afbeelding).
In welke zak wordt een groene banaan het snelst rijp: in zak P of in zak Q? Of maakt het geen verschil? Leg je antwoord uit.
afbeelding
Voortplanting
1/2 Gerst. Zie figuur B 4497 van de bijlage.
Voor het maken van bier wordt meestal gerst gebruikt. Deze graansoort wordt op grote akkers verbouwd. In de afbeelding is de bloem van een gersteplant weergegeven. Zo'n bloem is klein en groen en wordt door de wind bestoven.
Noem nog twee andere kenmerken uit de afbeelding waaraan te zien is dat de bloem door de wind wordt bestoven.
afbeelding
Voortplanting
2/2 Gerst. Zie figuur A 985 van de bijlage.
Bij het maken van bier worden de zaden van de gersteplant, de gerstekorrels, bewerkt. Er wordt een zogenaamd brouwsel gemaakt dat koolhydraten uit de gerstekorrels bevat. In dit brouwsel zetten gistcellen koolhydraten om in alcohol. Tijdens dit proces wordt regelmatig de hoeveelheid koolhydraten gemeten.
Welke van de afgebeelde diagrammen geeft de resultaten van die metingen juist weer?
afbeelding
Voortplanting
1/4 Tulpen. Zie figuur B 4405 van de bijlage.
In het voorjaar bloeien in veel tuinen en plantsoenen tulpen. Deze zijn meestal opgegroeid uit bollen die in het najaar in de grond zijn gestopt. In zo'n bol is reservevoedsel opgeslagen. In het voorjaar worden voedingsstoffen uit de bol gebruikt voor de groei van enkele groene bladeren en een bloem.
Van welke voedingsstof is vooral veel in een tulpenbol opgeslagen?
afbeelding
Voortplanting
2/4 Tulpen.
In tulpen kunnen na bestuiving door insecten zaden worden gevormd.
Geef twee kenmerken van tulpen waaruit afgeleid kan worden dat ze door insecten worden bestoven.
Voortplanting
3/4 Tulpen. Zie figuur B 4405 van de bijlage.
Welke letter uit de afbeelding geeft het deel aan waarin zaden gevormd worden?
afbeelding
Voortplanting
4/4 Tulpen.
Kan een tulp zich geslachtelijk voortplanten? En kan een tulp zich ongeslachtelijk voortplanten?
Voortplanting
1/3 De duindoorn. Zie figuur B 4337 van de bijlage.
De duindoorn is een struik die op veel plaatsen langs de Noordzeekust voorkomt. Een duindoornstruik is mannelijk of vrouwelijk: één enkele struik draagt òf alleen mannelijke, òf alleen vrouwelijke bloemen. De bloemen zijn klein en onopvallend (zie de afbeelding). De bessen, die in het najaar rijp zijn, vallen door hun fel-oranje kleur op.
Uit welk type bloem uit de afbeelding kan zich een bes ontwikkelen, uit bloem P of uit bloem Q? Leg je antwoord uit.
afbeelding
Voortplanting
2/3 De duindoorn.
Een duindoornstruik vormt ondergrondse uitlopers, waaruit zich nieuwe struiken kunnen ontwikkelen. Daardoor staan de struiken vaak in een groep bij elkaar.
Uit een vrouwelijke struik heeft zich door uitlopers een groep struiken ontwikkeld.
Bestaat deze groep alleen uit mannelijke struiken, alleen uit vrouwelijke struiken of uit struiken van beide geslachten? Leg je antwoord uit.
Voortplanting
3/3 De duindoorn.
De bessen van de duindoorn worden gegeten door vogels zoals kraaien, lijsters en spreeuwen. De uitwerpselen van deze vogels zitten vol duindoornzaden. Duindoornzaden uit uitwerpselen kiemen beter dan zaden uit bessen die niet eerst gegeten zijn. Marlies vermoedt dat maagzuur van vogels de kieming van de zaden bevordert. Ze wil een onderzoek opzetten om na te gaan of een behandeling met zoutzuur de kieming van duindoornzaden bevordert.
Maak een werkplan waarmee Marlies dit zou kunnen onderzoeken.
Voortplanting van planten
1/7 De kikkererwt. Zie figuur A 1021 van de bijlage.
De kikkererwtenplant wordt in het Midden-Oosten al meer dan 8000 jaar geteeld. De bloemen zijn wit of paars. Uit een bloem groeit een vrucht, de zogenaamde peul, die twee of drie eetbare kikkererwten bevat.
In een peul van de plant bevinden zich erwten.
Uit welk deel van een bloem is een peul gegroeid?
afbeelding
Voortplanting van planten
2/7 De kikkererwt.
Worden de bloemen van de kikkererwtenplant bestoven door de wind of worden ze bestoven door insecten? Noem twee kenmerken van de bloem waaruit dit afgeleid kan worden. Gebruik daarbij bovenstaande informatie.
Voortplanting van planten
3/7 De kikkererwt.
Uit een bepaalde bloem ontwikkelt zich een peul met drie kikkererwten.
Hoeveel stuifmeelkorrels zijn er ten minste in de bloem terechtgekomen om deze peul te kunnen vormen?
Tenminste [invulveld]
Voortplanting van planten
4/7 De kikkererwt.
De bloemen van de kikkererwtenplant zijn wit of paars. Het gen voor de paarse kleur is dominant. Een kweker heeft de beschikking over drie kikkererwtenplanten:
- plant 1: met witte bloemen - plant 2: homozygoot, met paarse bloemen - plant 3: met paarse bloemen en onbekend genotype.
Om te bepalen of plant 3 homozygoot of heterozygoot is, wil hij deze plant kruisen met één van de andere twee planten. Uit de fenotypen van een groot aantal nakomelingen wil hij dan een conclusie trekken over het genotype van plant 3.
Is het genotype van plant 3 te bepalen door zo'n kruising?
Voortplanting van planten
5/7 De kikkererwt.
Kikkererwten bevatten in vergelijking met andere gewassen veel van de stof tryptofaan. Dit is een belangrijk bestanddeel van bepaalde eiwitten. Onderzoekers denken dat mensen heel vroeger kikkererwten zijn gaan telen, omdat ze erg voedzaam waren. De boeren hebben vroeger waarschijnlijk voor het kruisen van de planten die zij gingen verbouwen, juist de planten met de meest voedzame erwten uitgekozen. Daardoor is het huidige ras met veel tryptofaan ontstaan.
Hoe wordt het genoemd als alleen planten met bepaalde eigenschappen worden uitgekozen om mee te kruisen?
Voortplanting van planten
7/7 De kikkererwt.
Men vermoedt dat de stof tryptofaan helpt om in slaap te vallen. (zie vraag 5/7) Om dit na te gaan, wordt een onderzoek gedaan met een grote groep mensen die moeite hebben om in slaap te vallen.
Schrijf een werkplan op voor zo'n onderzoek.
Voortplanting
1/3 Lelietje-van-dalen. Zie figuur A 944 van de bijlage.
Het lelietje-van-dalen komt onder andere voor in bossen. De plant bloeit in mei en juni met witte bloemen. De bloemen verspreiden een geur. De bladeren zijn leerachtig.
In de afbeelding is een deel van een bloem van het lelietje-van-dalen aangegeven met de letter P.
Wat is de naam van dit deel van de bloem?
afbeelding
Voortplanting
2/3 Lelietje-van-dalen.
Hoe worden de bloemen van het lelietje-van-dalen bestoven?
Voortplanting
3/3 Lelietje-van-dalen. Zie figuur B 4786 van de bijlage.
In de afbeelding is een schematische tekening van een cel te zien van een lelietje-van-dalen.
Wat is de naam van deel P?
afbeelding
Voortplanting
Een aardappelplant. Zie figuur B 1396 van de bijlage.
De afbeelding geeft een aardappelplant weer.
Is een aardappel een bol, een knol of een vrucht?
afbeelding
Voortplanting
1/2 Chrysanten.
De bloemen van chrysanten worden bestoven door insecten. Bloemen die door insecten worden bestoven, hebben andere kenmerken dan bloemen die windbestuiving hebben.
Noem twee kenmerken waaraan je bij bepaalde bloemen kunt zien dat ze door insecten worden bestoven, en niet met behulp van de wind.
Voortplanting
1/2 Hennep. Zie figuur B 2440 van de bijlage.
In Nederland verbouwt men van oudsher hennep. Van de hennepvezels worden touw en zakken gemaakt. Hennepplanten worden opgekweekt vanuit het zaad. Als de hennepplanten uitgegroeid zijn, gaan ze bloeien. Aan één hennepplant komen óf alleen mannelijke óf alleen vrouwelijke bloemen voor, maar nooit beide tegelijk. In de afbeelding zijn een takje met bloemen en een blad van een hennepplant weergegeven. Daarnaast staan de vergrote bloempjes P en Q.
Kunnen aan een plant met bloempjes zoals P vruchten komen? En aan een plant met bloempjes zoals Q?
afbeelding
Voortplanting
Kenmerken van organismen. Zie figuur B 1975 van de bijlage.
Welk van deze organismen kan of welke kunnen zaden vormen?