Oefentoets Biologie: Voeding - algemeen | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voeding

Plantaardig of dierlijk.

Een bepaald voedingsmiddel bevat per 100 gram:

- 73 gram zetmeel,
- 9,9 gram eiwit,
- 1.0 gram vet,

Welke van de onderstaande uitspraken over de oorsprong van de bestanddelen waaruit dit voedingsmiddel bestaat, is juist?

Voeding

Voeding.

Sommige mensen eten geen dierlijke producten en geen fruit.
Zij eten vooral groenten, granen en noten.

Aan welke voedingsstof of voedingsstoffen kunnen ze gebrek krijgen als ze ook geen groenten zouden eten?

Voeding

Ontdekkingsreizigers.

In de zestiende eeuw bleven ontdekkingsreizigers met hun schepen soms maandenlang op zee.
Scheepsbeschuit (een soort gedroogd brood) , repen vet en gezouten vlees waren op die lange tochten het belangrijkste voedsel.
Door deze eenzijdige voeding werden veel ontdekkingsreizigers ziek; dat kwam door gebrek aan een bepaalde voedingsstof.

Wat hadden de ontdekkingsreizigers op de schepen extra moeten eten om dit gebrek tegen te gaan?

Voeding

Voedingsmiddelen.

Vier voedingsmiddelen van de mens zijn:

een aardappel, een krop sla, een sinaasappel en een ui.

Welk van deze voedingsmiddelen is rechtstreeks ontstaan uit een vruchtbeginsel?

Voeding

Voedingsvezels.

Ter voorkoming van aandoeningen aan maag en darmen wordt wel de volgende leefregel geadviseerd: "Eet veel fruit, groenten en graanproducten zoals bruin brood en zilvervliesrijst, omdat deze producten rijk zijn aan voedingsvezels".
Voedingsvezels bestaan voor een groot deel uit cellulose.

Uit welke van de volgende delen van een plant zijn deze voedingsvezels afkomstig?

Voeding

Celdeling.

Een cel kan zich delen, waarbij twee cellen ontstaan die even groot worden als de oorspronkelijke cel was.

Zijn bij dit proces bouwstoffen, brandstoffen en/of beschermende stoffen nodig?

afbeeldingafbeelding

Voeding

Beweringen.

I. Vetten en koolhydraten zijn brandstoffen.
II. Zouten en water zijn bouwstoffen.

Voeding

Beweringen.

I. Mensen en dieren kunnen uit glucose vetten maken.
II. De mens kan geen eiwit opslaan in zijn lichaam.

Voeding

Beweringen.

I. Zetmeel behoort tot de koolhydraten.
II. Vitamines zijn voedingsmiddelen.

Voeding

Beweringen.

I. Alleen bruikbare bestanddelen van ons voedsel noemt men voedingsstoffen; de onbruikbare rekent men daar niet onder.
II. Water is een belangrijke bouwstof voor organismen.

Voeding

Beweringen.

I. Eiwitten kunnen niet worden opgeslagen in ons lichaam.
II. Mineralen is een ander woord voor zouten.

Voeding

De voeding van verschillende mensen.

In onderstaande tabel is voor zeven verschillende personen (kolom 1 t/m 7) aangegeven de behoefte aan energie van enkele voedingsstoffen per dag.
In kolom 1 staat aangegeven de behoefte van een normale, volwassen man.
afbeeldingafbeelding

Van bovenstaande tabel kan worden gezegd dat

Voeding

Beweringen.

Pieter zegt: "Zowel koolhydraten als vetten kunnen beide als bouwstof en als brandstof dienen".
John beweert: "Water heeft als functie 'brandstof'.

Wie heeft of hebben gelijk?

Voeding

Samenstelling van voedingsmiddelen.

De onderstaande tabel is een deel uit een voedingsmiddelentabel.
De hoeveelheden zijn in grammen uitgedrukt en geanalyseerd per 100 gram eetbaar gedeelte.
afbeeldingafbeelding

Zie figuur B 3293 van de bijlage.
Een leerling krijgt de opdracht om met behulp van deze tabel de samenstelling van verschillende voedingsmiddelen weer te geven in cirkeldiagrammen. Een zo'n cirkeldiagram is weergegeven in de afbeelding.

Van welk voedingsmiddel uit de tabel geeft het cirkeldiagram de samenstelling weer?




-

afbeeldingafbeelding

Voeding

Voedingsmiddelen.
Zie bijlage D 1 (voedingsmiddelen).

Je koopt 150 gram broccoli en kookt die.

Hoeveel kJ, grammen eiwit en milligrammen ß-caroteen levert je dat op?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Voeding

Voedingsmiddelen.
Zie figuur D 1 van de bijlage (voedingsmiddelentabel).

Wat levert de grootste hoeveelheid vit. B2 op?

afbeeldingafbeelding

Voeding

Voedingsmiddelen.
Zie figuur D 1 (bijlage voedingsmiddelen).

Om twee keer over een lat op een hoogte van 1,2 meter te springen, heb je precies 300 kcal nodig.

Die 300 kcal kun je verkrijgen uit

afbeeldingafbeelding

Voeding

Energieverbruik.

Voor de volgende bezigheden is aan energie nodig:

- denken: 10 kcal/minuut
- schrijven: 4 kcal/minuut
- lezen: 1 kcal/minuut

Voor een proefwerk van 60 minuten heb je 25 minuten nodig om te denken, 5 minuten om te schrijven en 30 minuten om te lezen.

Je energie-verbruik bedraagt dan

Voeding

Voedingsmiddelen.
Zie figuur D 1 van de bijlage (voedingsmiddelentabel).

Welk voedingsmiddel levert het lichaam tezamen de meeste vitamines (A, B en C) op?

afbeeldingafbeelding

Voeding

Voedingsmiddelen.
Zie figuur D 1 van de bijlage (voedingsmiddelentabel).

Welke kaassoort uit de bijlage is het best te gebruiken voor het verkrijgen van bouwstoffen?

afbeeldingafbeelding