Gedrag
Kattengedrag.
Zie figuur B 3644 van de bijlage.
In de afbeelding is gedrag van een kat weergegeven.
Wat voor gedrag vertoont de kat?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 18 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
18
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
Kattengedrag.
Zie figuur B 3644 van de bijlage.
In de afbeelding is gedrag van een kat weergegeven.
Wat voor gedrag vertoont de kat?
afbeelding
Een panter jaagt.
In een natuurfilm is te zien hoe een panter een groep antilopen besluipt, die aan het grazen zijn. Wanneer de panter op enkele meters afstand van de antilopen is, neemt hij een aanloop om één van de antilopen te bespringen. De antilopen zien de panter op het allerlaatste moment en sprinten weg.
Twee leerlingen doen een uitspraak over de motiverende factoren die het gedrag van deze dieren veroorzaken.
Albert zegt dat honger de motiverende factor is voor het sluipgedrag van de panter.
Ben zegt dat het zien van de panter de motiverende factor is voor het vluchtgedrag van de antilopen.
Wie heeft (hebben) gelijk?
Katten.
Jonge poesjes drukken met de voorpoten ritmisch op de melkklieren van de moeder. Zij krijgen hierdoor meer melk.
Noem de inwendige prikkel voor het beschreven gedrag van de jonge poesjes. Deze prikkel is [invulveld]
Torenvalk.
Zie figuur B 1098 van de bijlage.
De afbeelding geeft een torenvalk weer die staat te 'bidden' boven een weiland. Zodra hij een muis ziet, zal hij naar beneden duiken en de muis grijpen.
Wat is een inwendige prikkel voor dit gedrag van de torenvalk? Deze prikkel is [invulveld]
afbeelding
1/2 Bavianen.
Zie figuur B 2955 van de bijlage.
Bavianen zijn apen die in groepen leven, voornamelijk in Afrika. Ze voeden zich met plantaardig materiaal zoals vruchten, bladeren en wortels, maar ook met insecten en soms met vlees. Door deze variatie in menu kunnen bavianen in verschillende gebieden leven.
Er is een onderzoek gedaan naar de grootte van het leefgebied van ongeveer even grote groepen bavianen (zie het diagram).
Leg met behulp van de tekst uit, waarvoor een groep bavianen in een open vlakte een veel groter leefgebied nodig heeft dan een groep die in een dicht oerwoud leeft.
afbeelding
2/2 Bavianen.
Zie figuur B 2956 van de bijlage.
In een bavianengroep bestaat een rangorde onder de vrouwtjes. Wanneer er weinig voedsel is, lopen de spanningen op en ontstaan er conflicten. Er treedt dan onder andere dreiggedrag op tussen de vrouwtjes van een groep. Het diagram geeft de resultaten weer van een onderzoek naar dit dreiggedrag.
Naar aanleiding van het diagram worden twee uitspraken gedaan:
1. Ondergeschikte vrouwtjes worden vaker bedreigd dan vrouwtjes met een hogere rang.
2. Het eerste vrouwtje in de rangorde van een bavianengroep wordt nooit bedreigd.
afbeelding
afbeelding
1/2 Melk uit een koe.
Als een kalf honger krijgt gaat het zuigen aan de tepels van de uier van een koe. Zodra het kalf gaat zuigen worden zintuigen in de tepels geprikkeld. Deze zintuigen geven impulsen door naar het ruggenmerg. Onder invloed van deze impulsen wordt in de kop van de koe een hormoon gevormd.
Gaan de impulsen die ontstaan door het zuigen naar het ruggenmerg via bewegingszenuwcellen?
En via gevoelszenuwcellen?
2/2 Melk uit een koe.
Bij een bepaald gedrag is er altijd sprake van een prikkel en van een respons. Als een kalf honger heeft, gaat het zuigen.
Is honger voor het kalf hier een prikkel of een respons?
Is het zuigen voor het kalf hier een prikkel of een respons?
1/3 Panter en antilope.
In een natuurfilm is te zien hoe een panter een groep antilopen besluipt, die aan het grazen zijn. Wanneer de panter op enkele meters afstand van de antilopen is, neemt hij een aanloop om één van de antilopen te bespringen. De antilopen zien de panter op het allerlaatste moment en sprinten weg.
Wat is de motiverende factor voor het sluipgedrag van de panter? dit is [invulveld]
2/3 Panter en antilope.
Wat is de prikkel voor het sluipgedrag van de panter?
3/3 Panter en antilope.
Wat is de prikkel voor het vluchtgedrag van de antilopen?
1/2 Spreeuwengedrag.
Spreeuwenjongen die pas uit het ei gekomen zijn, hebben hun ogen nog dicht.
Wanneer een ouder op het nest landt, sperren ze onmiddellijk hun bek open.
Wat is de uitwendige prikkel voor dit gedrag van de spreeuwenjongen?
2/2 Spreeuwengedrag.
Zie figuur A 797 van de bijlage.
Spreeuwen voeren hun jongen voornamelijk met twee prooisoorten: rupsen en emelten (zie de afbeelding).
Er wordt een onderzoek gedaan naar de voorkeur voor één van de twee prooisoorten.
Spreeuwen krijgen twee verschillende voedertafels met prooien aangeboden: één met rupsen en één met emelten. Op elke tafel bevinden zich evenveel prooien.
Vervolgens wordt een tweede onderzoek gedaan. Er worden hierbij minder rupsen dan emelten op de voedertafels aangeboden.
In de afbeelding worden de resultaten van deze onderzoeken weergegeven.
Schrijf een conclusie op uit de resultaten van dit onderzoek.
afbeelding
1/2 Varkens.
In een boek staat het volgende:
Elk varken heeft in zijn snuit een zogenaamde wroetschijf. Met deze schijf, die veel zintuigen bevat, onderzoekt het dier in een natuurlijke omgeving de grond. Hij zoekt naar voedsel, maar in een hok met een roostervloer valt niet veel te onderzoeken. Een varken begint dan bij een soortgenoot te wroeten en te knabbelen. Het knabbelen gaat over in bijten in de staart. Proeft een varken eenmaal bloed, dan ontstaat jachtgedrag dat typisch is voor varkens, want varkens eten ook vlees. Een aangevreten varken wordt nagejaagd en nog verder aangevreten.
Tot welk soort gedrag behoort het wroeten?
2/2 Varkens.
Een boer kan verschillende maatregelen nemen, om tegen te gaan dat varkens elkaar aanvreten.
Welke maatregel houdt het meest rekening met het welzijn van een varken?
1/3 Een slimme vogel.
De raaf is een vogel die onder andere vlees eet. Bij een onderzoek in het noorden van Amerika bleek, dat raven in de winter delen van prooien eten die door wolven gedood zijn. Zo'n prooi kan bijvoorbeeld een hert zijn.
De onderzoekers hebben een lijst met beschrijvingen gemaakt van de verschillende gedragingen van de wolven.
Hoe wordt zo'n lijst met gedragsbeschrijvingen genoemd?
2/3 Een slimme vogel.
Zie figuur A 404 van de bijlage.
In de tabel hieronder staan vier van de gedragingen uit die lijst.
Tijdens het onderzoek is bij elk gedrag steeds genoteerd of er raven in de buurt van de wolven waren.
Hoe lang er vogels bij de wolven waren, werd aangegeven als deel van de waarnemingstijd.
afbeelding
Maak op het grafiekpapier op de uitwerkbijlage, figuur A 404, een staafdiagram van de gegevens uit de tabel.
afbeelding
3/3 Een slimme vogel.
Zie figuur B 4644 van de bijlage.
Om erachter te komen hoe de raven de prooien van de wolven vinden, hebben de onderzoekers zelf ook ‘prooien' neergelegd. Ze gebruikten hiervoor herten die doodgereden waren door auto's. Deze werden opengesneden, zodat het leek of de herten door wolven waren aangevallen.
De tijd dat het duurde voordat de raven deze ‘prooien' en de prooien van wolven vonden, werd genoteerd. Uit de resultaten werd de conclusie getrokken, dat de raven vooral letten op het gedrag van de wolven om de prooien te vinden.
In de afbeelding B 4644 worden drie diagrammen weergegeven.
Welk diagram geeft de resultaten weer die passen bij de conclusie van de onderzoekers?
afbeelding