Oefentoets Biologie: Voeding | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 15

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voeding

2/2 Enzymen bij de productie van voedingsmiddelen.

Enkele landbouwproducten zijn: aardappels, appels, rijst, uien en worteltjes.

In welk van deze producten zit het hoogste gehalte zetmeel?

Voeding

1/2 Een risico bij vlees eten.

Artikel uit het Brabants Dagblad, 23 december 1997), Waarschuwing van microbioloog: VLEES ETEN RISICO DOOR ANTIBIOTICA.

Het voeren van antibiotica aan kalkoenen, kippen, runderen en varkens is niet zonder risico en kan op den duur zelfs levensgevaarlijk zijn voor de consument. Dat stelt dierenarts/microbioloog dr. A. van den Bogaard van de Universiteit Maastricht.

Van den Bogaard, die al enkele jaren onderzoek doet naar het gebruik van antibiotica, schat dat op dit moment twintig procent van de vleesetende Nederlanders is besmet met resistente bacteriën. Die besmetting houdt volgens de microbioloog rechtstreeks verband met het eten van kippen, kalkoenen, runderen en varkens die met antibiotica zijn behandeld om sneller te groeien.
Resistente bacteriën kunnen in bepaalde omstandigheden tot gevolg hebben dat zelfs een gewone steenpuist of oorontsteking een mens het leven kan kosten. "Ik zeg niet dat dàt nu al het geval is. Maar besmetting kan op den duur levensgevaar opleveren" aldus Van den Bogaard. Antibiotica geldt als groeibevorderaar maar zorgt ook voor toenemende resistentieproblemen. Door het eten van het vlees kunnen de resistente bacteriën de mens 'koloniseren'. In Zweden is het gebruik van antibiotica daarom al sinds 1986 verboden. Zweden toont volgens hem aan dat ook zonder deze middelen moderne veehouderij mogelijk is.
Woordvoerder C. van Boven van de Gezondheidsraad zei gisteren dat het ook in Nederland afgelopen moet zijn met het toevoegen van antibiotica als groeibevorderaar in veevoer. In het Tijdschrift voor de Diergeneeskunde en het gezaghebbende The New England Journal of Medicine stelt de microbioloog deze maand dat op dit moment meer antibiotica omgaat in de pluim- en vleesveehouderij dan in de geneeskunde.

Verhitting
Het Productschap voor Vee, Vlees en Eieren reageerde gisteren meteen door te benadrukken dat eventueel aanwezige bacteriën op vlees en pluimvee bij verhitting onschadelijk worden gemaakt. Het Productschap voor Vee, Vlees en Vis wijst erop dat de Europese commissie inmiddels het gebruik van het antibioticum avoparcine in veevoer verboden heeft.

Maatregelen
Kamerlid M. Vos (GroenLinks) eist in schriftelijke vragen antwoord op de vraag welke concrete maatregelen de ministers denken te nemen.

Leg uit hoe een antibioticum als groeibevorderaar kan werken.




-

Voeding

2/2 Een risico bij vlees eten.

Zijn antibiotica gevoelig voor verhitting en/of vertering van het voedsel waar ze in zitten? Leg uit.

Voeding

1/5 Eten en drinken.

Vóór de opening van een groot sportfestijn is een maaltijd klaargemaakt voor de deelnemers. Het voedsel voor de maaltijd is besmet geraakt met Salmonella-bacteriën. Dit leidde tot voedselbederf.

Met welke manier van voedselbehandeling kan de groei van Salmonella-bacteriën niet geremd worden.

Voeding

2/5 Eten en drinken.

Noem drie manieren waarmee groei van veel bacteriën in schoon voedsel geremd kan worden. Geef bij elke manier een verklaring waarom de methode werkt.

Voeding

3/5 Eten en drinken.

Een van de deelnemers neemt een hap van een droog stuk bruin stokbrood. Als de niet verteerde delen van deze hap in de dikke darm komen, is er onderweg veel water bijgekomen.

Noem drie organen van het verteringsstelsel die water aan het bruine stokbrood hebben toegevoegd.

Voeding

4/5 Eten en drinken.

Bij de vertering worden de stoffen uit het voedsel omgezet in opneembare stoffen: de verteringsproducten.

Vanuit welk deel van het verteringsstelsel worden deze verteringsproducten hoofdzakelijk opgenomen in het bloed?

Voeding

5/5 Eten en drinken.

Sommige mensen eten geen dierlijke producten en geen fruit. Zij eten vooral groenten, granen en noten.

Aan welke voedingsstof of voedingsstoffen kunnen ze gebrek krijgen als ze ook geen groenten zouden eten?

Voeding

1/4 Koolhydraten.

Koolhydraten zijn een belangrijke bron van energie in de voeding. In de tabel staat hoeveel van de met de voeding opgenomen energie in Nederland gemiddeld wordt geleverd door koolhydraten. Voedingsdeskundigen raden een andere verdeling van de energiebijdrage in de voeding aan (zie de tabel).

afbeeldingafbeelding

In de tabel worden 'andere energierijke stoffen' genoemd.

Welke stoffen kunnen dit zijn?

Voeding

2/4 Koolhydraten.
Zie figuur A 953 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding

Zet op de uitwerkbijlage A 953 de gegevens van de tabel uit in een diagram met twee staven.

afbeeldingafbeelding

Voeding

3/4 Koolhydraten.
Zie figuur B 4411 van de bijlage.

De afbeelding geeft de verschillen weer tussen een gemiddeld menu in de noordelijke helft en in de zuidelijke helft van de wereld. Op elke lijn staat voor een bepaalde groep voedingsmiddelen aangegeven hoe groot de afwijking is van het wereldgemiddelde.

Welke groep voedingsmiddelen uit de afbeelding bevat veel zetmeel?

afbeeldingafbeelding

Voeding

4/4 Koolhydraten.
Zie figuur B 4411 van de bijlage.

Noem twee groepen voedingsmiddelen waarvan volgens de afbeelding in de noordelijke helft van de wereld minder gegeten wordt dan het wereldgemiddelde.

afbeeldingafbeelding

Voeding

1/4 Lasagne.

In de afbeelding hieronder zijn twee etiketten weergegeven. Beide producten worden gebruikt om het gerecht lasagne te bereiden. Lasagne is een pastaproduct.
Etiket 1 hoort bij de mix voor lasagnesaus.
Etiket 2 hoort bij de lasagnebladen.
afbeeldingafbeelding

Van welke plant worden lasagnebladen gemaakt?

Van [invulveld]




-

Voeding

2/4 Lasagne.

In onderstaande afbeelding is de voedingwijzer weergegeven.
afbeeldingafbeelding

In welke groep van de voedingwijzer horen lasagnebladen thuis?

Voeding

3/4 Lasagne.
Zie de afbeelding hiernaast.

Lasagnemix bevat 4,2 gram vet per 100 gram. Lasagnebladen bevatten 2,0 gram vet per 100 gram.

Door welke twee ingrediënten van de lasagnemix is het vetgehalte hoger? Gebruik de informatie van de bijlage.

afbeeldingafbeelding

Voeding

4/4 Lasagne.
Zie de afbeelding hiernaast.

Erik maakt lasagne van 100 gram lasagnemix en 200 gram lasagnebladen.

Bereken hoeveel energie (in kJ) dit gerecht levert. Gebruik de informatie van de bijlage.
Doe het zó:
100 gram lasagnemix levert: [invulveld] kJ
200 gram lasagnebladen levert: [invulveld] x [invulveld] = [invulveld] kJ
Totaal: [invulveld] kJ + [invulveld] kJ = [invulveld] kJ

afbeeldingafbeelding

Voeding

1/2 Voeding.

Om de samenstelling van enkele voedingsmiddelen te vergelijken, wordt eerst al het water uit die voedingsmiddelen gehaald. Het gewicht van zo'n voedingsmiddel zonder water noemt men het drooggewicht.
De verhoudingen van de hoeveelheden energierijke stoffen in 100 g drooggewicht van deze voedingsmiddelen worden daarna vergeleken (zie de tabel).
afbeeldingafbeelding

Welke groep uit de tabel heeft gemiddeld het hoogste percentage eiwitten per 100 gram drooggewicht?





-

Voeding

1/4 Zonnen of eten?

In de negentiende eeuw leden veel arbeiders in de grote steden aan Engelse ziekte. Door de industrialisatie kwamen die arbeiders nauwelijks buiten. Als ze buiten kwamen, liepen ze door de vervuilde lucht naar hun bedompte woningen in smalle stegen. Engelse ziekte is het gevolg van een tekort aan vitamine D. Botten en spieren blijven hierdoor achter in groei en ontwikkeling. Vitamine D kan op twee manieren aangevuld worden: door aanmaak in de huid onder invloed van zonlicht en met voeding.

bewerkt naar: Marc van den Broek, 'Meer in de zon', de Volkskrant, 3 november 2001

In Nederland komt Engelse ziekte de laatste decennia weer voor, met name onder gesluierde allochtone vrouwen. Naast de vrijwel permanente huidbedekking speelt hier ook de huidskleur een rol.

Leg uit dat een donkere huidskleur de kans op Engelse ziekte kan vergroten.

Voeding

2/4 Zonnen of eten?

Vitamine D stimuleert de opname van calcium, een belangrijk bestanddeel van botten, vanuit het verteringsstelsel in het bloed.

Vanuit welk deel van het verteringsstelsel wordt vitamine D voornamelijk in het bloed opgenomen?