Oefentoets Biologie: Hormoonstelsel - geslachtshormonen | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Deze oefentoets bevat 5 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

5

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Hormoonstelsel

Hormonen.
Zie figuur B 1501 van de bijlage.

De afbeelding is een schematische weergave van een ovarium van een vrouw van 30 jaar. Diverse stadia van ontwikkeling van eicel en follikel, die in de tijd na elkaar optreden, zijn in één tekening samengevat. Door de cellen uit stadium P wordt een toenemende hoeveelheid van een hormoon Q geproduceerd. Over de invloed van hormoon Q in stadium P worden vier beweringen gedaan:

1. door hormoon Q wordt de afgifte van LH door de hypofyse gestimuleerd;
2. door hormoon Q wordt de afgifte van thyroxine door de schildklier geremd;
3. door hormoon Q wordt de verdere ontwikkeling van het baarmoederslijmvlies gestimuleerd;
4. door hormoon Q wordt de rijping van een eicel gestimuleerd.

Welke van deze beweringen is juist?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Kraaiende kuikens.

Bij een experiment wordt bij kippen de invloed van een bepaald hormoon op het volwassen worden van mannelijke kuikens onderzocht.
Mannelijke kuikens worden dagelijks ingespoten met een hormoon dat geïsoleerd is uit hormoonproducerende organen van volwassen hanen (mannetjes).
Na twee weken zijn de proefdieren niet meer dan normaal gegroeid, maar ze gaan wel het gedrag van volwassen hanen vertonen. Ze beginnen bijvoorbeeld te kraaien.
Zonder deze hormoonbehandeling duurt het veel langer dan twee weken voordat mannelijke kuikens dit gedrag vertonen. Volwassen hennen (vrouwtjes) kraaien niet.

Uit welke van de onderstaande organen zal het hormoon geïsoleerd zijn waarmee de kuikens werden ingespoten?

Hormoonstelsel

EPO.
Zie figuur B 5561 van de bijlage.

Op 20 juli 2006 zette wielrenner Floyd Landis de Ronde van Frankrijk op zijn kop.
Een dag nadat hij door een geweldige inzinking de gele trui had verloren, sloeg Landis op weg naar Morzine genadeloos terug met een ritzege. Twee dagen later heroverde hij in de laatste individuele tijdrit de leiderstrui ten koste van de Spanjaard Oscar Pereiro Sio. Op 23 juli werd hij op de Champ Elysées gehuldigd als Tourwinnaar.
Vier dagen later maakte de ploegleiding van Phonak bekend dat Landis na zijn etappezege in de Tour was betrapt op een te hoge concentratie van het mannelijke geslachtshormoon testosteron. Landis ontkende het spierversterkende hormoon te hebben gebruikt.
Omdat moeilijk kan worden aangetoond dat iemand testosteron toegediend heeft gekregen, wordt er gekeken naar de verhouding testosteron/ epitestosteron, een afbraakproduct van testosteron.
Bij normale mensen is die verhouding 1:1. Als bij iemand een verhouding groter dan 4:1 wordt aangetroffen, wordt er vanuit gegaan dat er testosteron is toegediend.

Waarom is het moeilijk aan te tonen dat iemand testosteron is toegediend?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Het genotype XXY.

Een persoon Q met het genotype XXY heeft bij de geboorte een mannelijk fenotype. Pas tijdens de puberteit wordt zichtbaar dat de ontwikkeling van Q niet normaal is. Zijn testes zijn klein en hij blijkt geen spermacellen te vormen. Zijn lichaamsbeharing is vrouwelijk en hij ontwikkelt borsten. Door behandeling met een bepaald hormoon kan hij een meer mannelijk uiterlijk krijgen.

Met welk hormoon wordt hij behandeld?

Hormoonstelsel

Weefsels uit geslachtsorganen.

Vier organen zijn:

1. een ovarium van een niet-zwangere vrouw van 30 jaar,
2. de baarmoeder van een niet-zwangere vrouw van 30 jaar,
3. de prostaat van een man van 30 jaar,
4. een testis van een man van 30 jaar.

Gedurende een etmaal wordt de concentratie van geslachtshormonen bepaald in het bloed van de aders en van de slagaders van deze vier organen.

Bij welk of bij welke van deze organen zal de concentratie van geslachtshormonen in het bloed van de ader hoger zijn dan die in het bloed van de slagader?