Oefentoets Biologie: Ecologie | HAVO 4/HAVO 5 | variant 2

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

Licht en bloemen.

Een biologe onderzoekt de invloed van licht op de vorming van bloemen bij planten. Dit doet zij door de lengte van de belichtingsperiode, de intensiteit van de belichting en de kleur en de richting van het licht te variëren.

Welke van deze factoren zal de sterkste invloed hebben op de vorming van bloemen bij planten?

Ecologie

Milieutemperatuur.

Dieren met een constante lichaamstemperatuur en dieren met een wisselende lichaamstemperatuur kunnen zich in verschillende mate aanpassen aan een lage milieutemperatuur.

Welke dieren kunnen het actiefst zijn bij een lage milieutemperatuur?
Waardoor?

Ecologie

Aanpassing aan klimaat.
Zie figuur B 1238 van de bijlage.

In de afbeelding is een fennek getekend.

Aan het uiterlijk van dit dier is te zien dat het aanpassingen bezit aan

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Waterplanten.

Hieronder staan vier kenmerken bij planten:

1. Het wortelstelsel is klein.
2. Er bevinden zich luchtkanalen in de stengels.
3. Er bevinden zich huidmondjes aan de bovenkant van de bladeren.
4. De bladeren hebben een dikke cuticula.

Welke kenmerken kun je aantreffen bij waterplanten?

Ecologie

De Oosterscheldedam.

Tekst:
De Oosterschelde is een zeearm. Bij laag water zijn grote delen van de Oosterschelde drooggevallen. Op de grote zandige platen die dan zichtbaar zijn, krioelt het van de vogels die op zoek zijn naar wormen en schelpen in de bodem. Door de vloed worden de vogels verdreven en kunnen de talrijke wormen en schelpdieren de microscopisch kleine algen en diertjes vangen die in het zeewater rondzweven.
In de Oosterschelde is een waterdoorlatende dam gebouwd. De Oosterscheldedam gaat alleen met storm helemaal dicht. Door de dam verandert het waterpeil bij hoog en laag water minder dan vroeger. Daardoor is het deel dat bij laag water droogvalt kleiner geworden.
Een bepaalde plaats in de Oosterschelde valt tegenwoordig nog maar zelden droog. Op die plaats zitten meer wormen in de bodem dan voor de komst van de dam.

Welke twee biotische factoren houden verband met deze toename van het aantal wormen?
Welke invloed heeft elke factor op het aantal wormen?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Plaagbestrijding.

Hieronder staan twee voorbeelden van plaagbestrijding.

A. De malariaparasiet wordt bestreden door het droogleggen van moerassen waarin malariamuggen eieren leggen.
B. Bij een bepaalde manier van plaagbestrijding wordt op een stuk land elk jaar een ander gewas verbouwd.

Bij welk(e) van deze voorbeelden is er sprake van ecologische plaagbestrijding?

Ecologie

Coloradokevers.
Zie figuur B 1241 van de bijlage.

In een bepaald gebied hadden aardappelplanten last van een plaag van coloradokevers. De kevers werden bestreden met een persistent insecticide.

In welk van de volgende organismen zal door accumulatie de concentratie van het insecticide het hoogst zijn?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Pesticiden.

Enkele kenmerken van pesticiden zijn:

1. ze werken effectief;
2. ze zijn niet-specifiek;
3. er ontstaan resistente populaties.

Welk(e) van deze kenmerken behoort (behoren) tot de voordelen van chemische plaagbestrijding?

Ecologie

Plaagbestrijding.

Bij de bestrijding van een bepaalde vlindersoort wordt gebruik gemaakt van kunstmatige geurstoffen. De mannetjes worden met deze geurstoffen massaal gelokt en vervolgens met een insecticide gedood.

Hoe noemen we deze vorm van plaagbestrijding?

Ecologie

Chemische bestrijding.

De productie, het vervoer en het gebruik van insectenbestrijdingsmiddelen heeft tot gevolg dat ongewenste stoffen in het milieu terechtkomen. Er is daarbij sprake van milieuverontreiniging, waardoor de gezondheid van onder andere de mens bedreigd wordt.

I. Door schadelijke insecten te bestrijden, dood je ook de goede soorten organismen.
II. Biociden geven bij de bestrijding van insecten op den duur resistentie.

Ecologie

Kevers.
Zie figuur A 392 van de bijlage.

Twee bepaalde, nauw verwante soorten kevers kunnen in gevangenschap lang in leven worden gehouden mits zij van elkaar gescheiden zijn. Uit een experiment blijkt dat na verloop van korte tijd, één van beide soorten uitsterft wanneer deze twee soorten samen in één ruimte moeten leven. Welke soort uitsterft, hangt af van de relatieve vochtigheid en de temperatuur in de ruimte.
In de diagrammen van de afbeelding zijn de resultaten van dit experiment weergegeven.
Naar aanleiding van de resultaten van dit experiment worden de volgende beweringen gedaan:

1. Het uitsterven van één van de twee soorten kevers is in beide onderzochte situaties het gevolg van competitie.
2. Het uitsterven van één van de twee soorten kevers wordt in beide onderzochte situaties veroorzaakt doordat de tolerantiegebieden van beide soorten elkaar niet overlappen.
3. De competitie tussen de twee soorten kevers wordt beïnvloed door abiotische factoren.

Welke van deze beweringen kan of welke kunnen juist zijn op grond van de uitkomsten van dit experiment?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Productie in een ecosysteem.

In een ecosysteem groeien bomen. In de bomen vindt dissimilatie plaats. Hierbij wordt een deel van de biomassa van de bomen verbruikt.
In de bomen vindt ook vorming van hout plaats. Hout vormt een deel van de biomassa van de bomen.

Behoort het deel van de biomassa dat bij de dissimilatie in de bomen wordt verbruikt, tot de bruto primaire van het ecosysteem of tot de netto primaire productie?
En behoort het gevormde hout tot de bruto primaire van het ecosysteem of tot de netto primaire productie?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Een ecosysteem.

Vijf kenmerken van de bodem van een ecosysteem zijn:

1. de grootte van de bodemdeeltjes
2. de grondwaterstand
3. het humusgehalte
4. de zuurgraad
5. het gehalte aan bepaalde zouten

Welke van deze kenmerken hebben invloed op de soortensamenstelling van de levensgemeenschap in het ecosysteem?

Ecologie

Ecosysteem.

Aan vier leerlingen wordt gevraagd een voorbeeld te noemen van een ecosysteem. Zij geven de volgende voorbeelden:

Leerling 1: alle abiotische factoren in een bepaald heidegebied.
Leerling 2: alle dieren die in Nederland leven, in samenhang met de plantengroei.
Leerling 3: alle eekhoorns in een loofbos, in samenhang met de bomen.
Leerling 4: alle organismen die in een bepaald meertje leven, in samenhang met de abiotische factoren.

Welke leerling geeft een juist voorbeeld?

Ecologie

Een ecosysteem.

Twee leerlingen doen een uitspraak over een ecosysteem.

Leerling 1 zegt: 'Een ecosysteem is een bepaald gebied waarbinnen de abiotische en biotische factoren een eenheid vormen.'
Leerling 2 zegt: 'Een ecosysteem is een groep organismen van dezelfde soort binnen een bepaald gebied, die zich onderling voortplanten.'

Wie heeft gelijk?

Ecologie

Een vijver.

Hoe wordt de verzameling van alle organismen in een vijver genoemd?

Ecologie

Populaties.

Men wil van een populatie van een bepaalde diersoort het aantal individuen schatten. Men vangt 200 exemplaren en merkt deze. Daarna worden ze vrijgelaten. Na een tijdje worden weer 200 dieren gevangen. Hiervan zijn er 40 gemerkt. Op grond hiervan kan worden berekend dat de populatie uit ongeveer 1000 individuen bestaat. Bij deze berekening wordt ervan uitgegaan dat het voor de vangkans niet uitmaakt of een dier al eerder is gevangen of niet. In werkelijkheid laten dieren van deze soort die al een keer eerder zijn gevangen, zich niet meer zo gemakkelijk opnieuw vangen.

Wat betekent dit voor het werkelijke aantal dieren waaruit deze populatie bestaat?

Ecologie

Biomassa.
Zie figuur B 1230 van de bijlage.

In de afbeelding is een piramide van biomassa getekend van de voedselketen:

gras ® sprinkhaan ® spitsmuis.

Welke van de volgende beweringen hierover is juist?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Een ecologische piramide.
Zie figuur B 1231 van de bijlage.

In de afbeelding is een ecologische piramide getekend van een voedselketen.

Wat voor ecologische piramide kan dit zijn?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Plagen.

Welke van de volgende plagen heeft een natuurlijke oorzaak?