Oefentoets Biologie: Spijsvertering | HAVO 4/HAVO 5 | variant 9
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
HAVO 4, HAVO 5
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Spijsvertering
2/2 Helicobacter.
Een infectie met Helicobacter pylori wordt tegenwoordig behandeld met antibiotica. Bij 8% van de patiënten die waren behandeld met antibiotica, keerde de maagzweer binnen het jaar terug. Bij hen bleek het gebruikte antibioticum geen resultaat meer te hebben.
Noem een mogelijke oorzaak voor het feit dat een tweede behandeling met het antibioticum geen resultaat had.
Spijsvertering
1/4 Maagzweren.
Tientallen jaren ging de medische wetenschap ervan uit dat maagzweren werden veroorzaakt door stress.
Maar toen keek Bill Marshall, een jonge Australische ziekenhuisarts, onder de microscoop naar een door maagzweren aangetast stukje maagweefsel. Hij zag dat dit vol zat met bacteriën die tot de soort Helicobacter pylori bleken te behoren. Hij vond deze bacteriën vaker bij maagzweren, dus begon hij te vermoeden dat zij de oorzaak waren van de zweren.
Toen hij dit vermoeden uitte, kreeg hij van zijn professoren te horen: "Absoluut niet. Onmogelijk. We weten dat maagzweren veroorzaakt worden door stress. Stress veroorzaakt overmatige productie van maagsap. Wat je ziet is niets anders dan een infectie van een zweer die er al zat."
Marshall deed eerst epidemiologisch onderzoek. Hierbij wordt gekeken of er tussen patiënten die lijden aan een bepaalde ziekte, zoals maagzweren, bepaalde overeenkomsten in lichamelijke toestand of gedrag bestaan. Marshall vond een sterk verband tussen het vóórkomen van Helicobacter pylori bij patiënten en het vóórkomen van maagzweren. Maar zijn collega's waren niet overtuigd.
Uit pure vertwijfeling slikte hij een bacteriecultuur en toonde een paar weken later aan dat zijn maag-darmkanaal vol zweren zat. Vervolgens toonde hij met een officiële klinische proef aan dat maagzweerpatiënten die behandeld werden met een combinatie van antibiotica en twee andere stoffen sneller herstelden dan patiënten die de klassieke behandeling met maagzuurremmers kregen.
Bewerkt naar een fragment uit "Het bizarre brein" van Vilayanur Ramacharid en Sandra Blakeslee, 15-16
Wat is de onderzoeksvraag die Marshall zich stelde?
-
Spijsvertering
2/4 Maagzweren.
In maagsap komen zoutzuur (HCl) en peptase (pepsine) voor. De binnenkant van de maag is bedekt met een laag slijm. Dit slijm bevat o.a. eiwitten.
Leg uit dat een beschadiging van de maagwand niet bij een normale productie van maagsap maar wel bij een overmatige productie van maagsap optreedt.
Spijsvertering
3/4 Maagzweren.
Herhaling tekst inleiding Tientallen jaren ging de medische wetenschap ervan uit dat maagzweren werden veroorzaakt door stress.
Maar toen keek Bill Marshall, een jonge Australische ziekenhuisarts, onder de microscoop naar een door maagzweren aangetast stukje maagweefsel. Hij zag dat dit vol zat met bacteriën die tot de soort Helicobacter pylori bleken te behoren. Hij vond deze bacteriën vaker bij maagzweren, dus begon hij te vermoeden dat zij de oorzaak waren van de zweren.
Toen hij dit vermoeden uitte, kreeg hij van zijn professoren te horen: "Absoluut niet. Onmogelijk. We weten dat maagzweren veroorzaakt worden door stress. Stress veroorzaakt overmatige productie van maagsap. Wat je ziet is niets anders dan een infectie van een zweer die er al zat."
Marshall deed eerst epidemiologisch onderzoek. Hierbij wordt gekeken of er tussen patiënten die lijden aan een bepaalde ziekte, zoals maagzweren, bepaalde overeenkomsten in lichamelijke toestand of gedrag bestaan. Marshall vond een sterk verband tussen het vóórkomen van Helicobacter pylori bij patiënten en het vóórkomen van maagzweren. Maar zijn collega's waren niet overtuigd.
Uit pure vertwijfeling slikte hij een bacteriecultuur en toonde een paar weken later aan dat zijn maag-darmkanaal vol zweren zat. Vervolgens toonde hij met een officiële klinische proef aan dat maagzweerpatiënten die behandeld werden met een combinatie van antibiotica en twee andere stoffen sneller herstelden dan patiënten die de klassieke behandeling met maagzuurremmers kregen.
Bewerkt naar een fragment uit "Het bizarre brein" van Vilayanur Ramacharid en Sandra Blakeslee, 15-16 Einde herhaling tekst inleiding
Marshall trok de conclusie dat Helicobacter pylori de oorzaak is van maagzweren. Zijn professoren trokken de conclusie dat Helicobacter pylori een voorbeeld is van een bacteriële infectie van al bestaande maagzweren.
Geeft de uitkomst van het epidemiologisch onderzoek uitsluitsel over wie er gelijk heeft?
-
Spijsvertering
4/4 Maagzweren.
Marshall heeft op meerdere manieren geprobeerd aan te tonen dat Helicobacter pylori maagzweren veroorzaakt. Een van zijn methoden was om zelf een bacteriecultuur te slikken.
Geef twee argumenten waarom dit geen natuurwetenschappelijke methode mag worden genoemd.
Spijsvertering
1/3 Maagzweren door bacteriën.
In het algemeen kunnen bacteriën in de maag van de mens niet in leven blijven. Toch kunnen in de maag bepaalde bacteriën (Helicobacter) voorkomen. Deze bacteriën worden in verband gebracht met het ontstaan van maagzweren. Men kan de bacteriën opsporen met behulp van een ademtest. Men dient dan een patiënt radioactief gelabeld ureum in de maag toe. De Helicobacter-bacteriën breken in de maag dit ureum af tot ammoniak en koolstofdioxide. Radioactief koolstof afkomstig van het ureum kan na enige tijd worden aangetoond in de uitgeademde lucht.
Noem een oorzaak waardoor in het algemeen bacteriën in de maag niet kunnen overleven.
Spijsvertering
2/3 Maagzweren door bacteriën.
Ook buiten het lichaam van de mens komen bacteriën voor die ureum omzetten in koolstofdioxide en ammoniak.
In welke van de onderstaande materialen komen per liter de meeste van deze bacteriën voor?
Spijsvertering
3/3 Maagzweren door bacteriën. Zie figuur A 355 van de bijlage.
Toegediend ureum dat niet door Helicobacter in de maag wordt omgezet, wordt in het bloed opgenomen en op de normale wijze uitgescheiden. De afbeelding geeft een schema van de bloedsomloop weer.
Geef de naam van de plaats waar het ureum het interne milieu van het lichaam verlaat. Geef ook in de juiste volgorde de in de afbeelding genoemde bloedvaten waardoor het ureum uit de maag langs de kortste weg deze door jou genoemde plaats bereikt.
afbeelding
Spijsvertering
1/6 Salmonella-infecties.
Tekst: "Melkdrinkers zijn goed beschermd tegen salmonella-infecties", aldus Ingeborg Bovee van het Nederlands Instituut voor Zuivelonderzoek in Ede. Calcium en de suiker lactulose bieden samen een optimale bescherming tegen salmonellabacteriën. Calcium komt voor in melkproducten. Suikers die op lactulose lijken, zitten in de nieuwste toetjes. Salmonellabacteriën komen ons lichaam binnen door het eten van besmette rauwe kip- en varkensproducten. In het laatste deel van de dunne darm kan de bacterie door de darmwand heen breken en dan via het bloed de lever, de milt of andere organen infecteren en dan word je ziek.
Uit onderzoek met ratten blijkt dat calcium ervoor zorgt dat de bacteriën niet gemakkelijk door de darmwand heen kunnen. De darmflora in de dikke darm bestaat voor een groot deel uit colibacteriën. Deze colibacteriën zetten lactulose en vergelijkbare suikers in de dikke darm om in melkzuur, zodat de darminhoud verzuurt. Dit doodt de Salmonella. Gewone suiker (sacharose) heeft dit effect niet.
bewerkt naar: Daniëlle Vogels, Salmonellaplaag te stoppen, Natuur en Techniek, 1997, 1, 41
Passeren salmonellabacteriën, die vanuit het laatste deel van de dunne darm in het bloed terechtkomen, het hart voordat zij de lever bereiken? Zo ja, hoe vaak minimaal?
Spijsvertering
2/6 Salmonella-infecties. Zie figuur B 2970 van de bijlage.
Bacteriën vermenigvuldigen zich door celdeling. In een afgesloten reageerbuis bevinden zich bacteriën met een voedingsmedium. In het diagram van de afbeelding wordt het aantal bacteriën in de reageerbuis weergegeven waarbij vier fasen zijn onderscheiden. Vergelijk fase 2 en fase 3 met elkaar.
Kunnen er in deze fasen celdelingen plaatsvinden? Zo ja, in welke fase of fasen?
afbeelding
Spijsvertering
3/6 Salmonella-infecties.
Er zijn verschillende relaties mogelijk tussen de mens en bacteriën.
In welke relatie staan de mens en colibacteriën tot elkaar en de mens en salmonellabacteriën?
afbeelding
Spijsvertering
4/6 Salmonella-infecties.
Welke van de volgende beweringen over stofwisselingsprocessen van colibacteriën die zich in de dikke darm bevinden, is juist?
Spijsvertering
5/6 Salmonella-infecties.
Tekst: "Melkdrinkers zijn goed beschermd tegen salmonella-infecties", aldus Ingeborg Bovee van het Nederlands Instituut voor Zuivelonderzoek in Ede. Calcium en de suiker lactulose bieden samen een optimale bescherming tegen salmonellabacteriën. Calcium komt voor in melkproducten. Suikers die op lactulose lijken, zitten in de nieuwste toetjes. Salmonellabacteriën komen ons lichaam binnen door het eten van besmette rauwe kip- en varkensproducten. In het laatste deel van de dunne darm kan de bacterie door de darmwand heen breken en dan via het bloed de lever, de milt of andere organen infecteren en dan word je ziek. Uit onderzoek met ratten blijkt dat calcium ervoor zorgt dat de bacteriën niet gemakkelijk door de darmwand heen kunnen. De darmflora in de dikke darm bestaat voor een groot deel uit colibacteriën. Deze colibacteriën zetten lactulose en vergelijkbare suikers in de dikke darm om in melkzuur, zodat de darminhoud verzuurt. Dit doodt de Salmonella. Gewone suiker (sacharose) heeft dit effect niet.
Leg uit waardoor suiker (sacharose) gewoonlijk niet wordt aangetroffen in de dikke darm.
Spijsvertering
6/6 Salmonella-infecties.
Tekst: "Melkdrinkers zijn goed beschermd tegen salmonella-infecties", aldus Ingeborg Bovee van het Nederlands Instituut voor Zuivelonderzoek in Ede. Calcium en de suiker lactulose bieden samen een optimale bescherming tegen salmonellabacteriën. Calcium komt voor in melkproducten. Suikers die op lactulose lijken, zitten in de nieuwste toetjes. Salmonellabacteriën komen ons lichaam binnen door het eten van besmette rauwe kip- en varkensproducten. In het laatste deel van de dunne darm kan de bacterie door de darmwand heen breken en dan via het bloed de lever, de milt of andere organen infecteren en dan word je ziek. Uit onderzoek met ratten blijkt dat calcium ervoor zorgt dat de bacteriën niet gemakkelijk door de darmwand heen kunnen. De darmflora in de dikke darm bestaat voor een groot deel uit colibacteriën. Deze colibacteriën zetten lactulose en vergelijkbare suikers in de dikke darm om in melkzuur, zodat de darminhoud verzuurt. Dit doodt de Salmonella. Gewone suiker (sacharose) heeft dit effect niet.
Leg uit waardoor lactulose wel wordt aangetroffen in de dikke darm.
Spijsvertering
1/5 Stoelgangproblemen. Zie figuur B 3614 van de bijlage.
Tekst: Een op de drie Nederlanders heeft moeite met de stoelgang (poepen). Dit blijkt uit een onderzoek dat is verricht in opdracht van een bedrijf dat een vezelrijk drankje op de markt brengt dat de stoelgang moet bevorderen. Het onderzoek 'De stoelgang van de Nederlander' stelt dat driekwart van de mensen met problemen op zoek gaat naar een oplossing. Wijziging van de voeding kan de problemen met de stoelgang verminderen.
bewerkt naar: ANP, 18 augustus 1999
Bij de darmperistaltiek werken kring- en lengtespieren samen.
In de afbeelding B 3614 zijn met P, Q, R en S vier afbeeldingen van darmspieren schematisch weergegeven. P en Q zijn doorsneden door kringspieren, R en S zijn doorsneden door lengtespieren. De pijl geeft de richting aan waarin het voedsel wordt vervoerd. Peristaltiek treedt op doordat steeds twee van de in de afbeelding aangegeven situaties wijzigen.
Op welke schematische wijze wordt de werking van de peristaltiek juist weergegeven?
-
afbeelding
Spijsvertering
2/5 Stoelgangproblemen.
Tijdens de eerste ruimtereizen gebruikten de astronauten langere tijd voedsel dat volledig wordt verteerd en dus geheel in het lichaam kan worden opgenomen.
Na verloop van tijd hadden de astronauten vaak een verminderde peristaltiek.
Leg uit waardoor dit verschijnsel veroorzaakt wordt.
Spijsvertering
3/5 Stoelgangproblemen.
Welk deel van het darmkanaal zorgt voor uitwerpselen in vastere vorm?
Spijsvertering
4/5 Stoelgangproblemen.
Een ander darmprobleem is diarree. Diarree kan voor zeer jonge baby's levensbedreigend zijn. Terwijl de ouders denken dat de baby slaapt, kan het kind bewusteloos raken en zelfs sterven.
Leg uit dat het optreden van diarree bewusteloosheid kan veroorzaken.
Spijsvertering
5/5 Stoelgangproblemen.
Als je poept, gebruik je bepaalde spieren om extra druk te zetten op de darm.