Oefentoets Biologie: Ecologie | HAVO 4/HAVO 5 | variant 16

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

2/3 Rafflesia.

Leg uit dat het voor Rafflesia functioneel is om veel zaad te vormen.

Ecologie

3/3 Rafflesia.

Rafflesia's zijn zeldzaam en worden van overheidswege beschermd. Men beschermt niet alleen de planten zelf, maar ook andere soorten planten en dieren in hun leefgebied.

Geef aan welke soorten voor de Rafflesia belangrijk zijn.
Geef ook van elke soort aan wat dat belang voor Rafflesia is.

Ecologie

1/5 Senecio jacobaea.
Zie figuur B 6813 van de bijlage.

Veel planten maken stoffen die hen beschermen tegen vraat door insecten. Plantenalkaloïden zijn zulke stoffen. Bij het Jacobskruiskruid (Senecio jacobaea) blijkt het gehalte aan alkaloïden te variëren van 0% tot 1% van het drooggewicht. Deze verscheidenheid berust op verschillen in genotype. Een leerling verwachtte dat alle jacobskruiskruidplanten een hoog gehalte aan alkaloïden zouden hebben. Hij baseerde zijn verwachting op zijn kennis van erfelijkheid.

Noem de naam van het proces dat kan leiden tot uitsluitend jacobskruiskruidplanten met een hoog alkaloïdgehalte.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/5 Senecio jacobaea.
Zie figuur B 2773 van de bijlage.

Tekst:
De rupsen van de St. Jacobsvlinder (Tyria jacobaeae), de zogenoemde zebrarupsen, zijn niet gevoelig voor de alkaloïden in Jacobskruiskruid. In een gebied waren op een bepaald moment bijna alle jacobskruiskruidplanten door zebrarupsen kaal gevreten. Er waren geen bloeiende planten meer aanwezig. Hier en daar stonden kleine groepjes planten die aan de vraat door zebrarupsen waren ontkomen. Deze planten zaten allemaal vol met bladluizen van de soort Aphis jacobaeae. Deze bladluizen leven van plantensappen. Ze staan onder bescherming van mieren die de bladluizen verdedigen tegen allerlei belagers. Ook zebrarupsen die door onderzoekers op de plant geplaatst werden, werden heftig aangevallen door de mieren als ze probeerden in de plant te klimmen.
Planten zonder bladluizen worden niet of nauwelijks door mieren bezocht. De mieren leven van de suikers die de bladluizen afscheiden.

bewerkt naar: Meijendel mededelingen afl. 27, mei 1994

Hoe noemen we de relatie tussen bladluizen en mieren?
En de relatie tussen bladluizen en zebrarupsen?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Ecologie

3/5 Senecio jacobaea.
Zie figuur B 6814 van de bijlage.

Behoren Tyria jacobaeae en Aphis jacobaeae tot hetzelfde genus (geslacht)?
En tot dezelfde soort? Leg de beide antwoorden uit.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

4/5 Senecio jacobaea.

Om de relatie tussen het alkaloïdgehalte van Jacobskruiskruid en de aanwezigheid van bladluizen en mieren na te gaan, werden in een ander gebied dertien bloeiende jacobskruiskruidplanten onderzocht met zeer veel bladluizen en mieren. De hoogte van iedere plant werd gemeten en er werden bladeren geoogst voor een bepaling van het alkaloïdgehalte. Ter vergelijking werd bij elk van deze dertien planten de dichtstbijzijnde plant zonder bladluizen en mieren gezocht. Ook van deze buurplanten werd de hoogte gemeten en werden bladeren geoogst. Er mag van worden uitgegaan dat mieren en bladluizen tussen de planten konden kiezen en dat zij op grond van voor hen aantrekkelijke factoren op een bepaalde plant zijn gaan zitten. De resultaten van de metingen van het alkaloïdgehalte en de hoogte van de planten staan in de tabel hieronder.

afbeeldingafbeelding

Welke conclusie over de relatie tussen het alkaloïdgehalte van Jacobskruiskruid en de aanwezigheid van bladluizen en mieren kun je uit de gegevens in de tabel trekken?

Ecologie

5/5 Senecio jacobaea.

Bij een tweede experiment werden tien paren planten gezocht. Elk paar bestond uit een plant met bladluizen en mieren èn een plant zonder bladluizen en mieren. Op elke plant werd één zebrarups geplaatst. Na 15 minuten werd gecontroleerd of de rupsen nog aanwezig waren. De resultaten van dit experiment staan in de tabel hieronder.
afbeeldingafbeelding
Op grond van deze gegevens werd de conclusie getrokken dat de mieren zebrarupsen van de planten verdrijven.
Deze conclusie werd te snel getrokken. Er was geen controle-experiment gedaan.

Beschrijf dit controle-experiment.

Ecologie

1/3 Een bekerplant.
Zie figuur B 461 van de bijlage.

Een bepaalde bekerplant vangt insecten in bekervormige bladeren.
De wandcellen van de beker produceren een vloeistof met enzymen. De gevangen insecten worden verteerd door deze enzymen en door rottingsbacteriën, die in de vloeistof van de beker leven. De produkten van deze vertering worden door de plant en door de rottingsbacteriën opgenomen. De bekerplant en de rottingsbacteriën hebben beide voordeel van dit samenlevingsverband. Door deze voedingswijze kunnen bekerplanten leven op een bodem die weinig van een bepaalde stof bevat. Deze stof wordt door de meeste planten met de wortels uit de bodem opgenomen.

Zullen door de bekerplant uit de bekers vooral moleculen aminozuur, moleculen chitine of moleculen eiwit worden opgenomen?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/3 Een bekerplant.

Welke stof wordt bedoeld in de laatste twee zinnen van de inleiding?

Ecologie

3/3 Een bekerplant.

Nemen de bacteriën uit de vloeistof in de beker alleen anorganische stoffen, alleen organische stoffen of beide typen stoffen op?

Ecologie

1/3 Meeldauw.
Zie figuur B 6819 van de bijlage.

Meeldauw is een verzamelnaam voor een groep schimmels die op planten parasiteert. Er wordt onderscheid gemaakt tussen valse meeldauw en echte meeldauw. Beide typen kunnen op bladeren van de druif voorkomen.
Tot de valse meeldauw behoren soorten die met myceliumdraden de plant via de huidmondjes binnendringen en zich tussen de cellen uitbreiden. Voor de voortplanting en verspreiding vormen ze sporenkapsels, die via de huidmondjes naar buiten steken.
De meeste echte meeldauwsoorten dringen met myceliumdraden op verschillende plaatsen alleen de opperhuid van een plant binnen. Daar onttrekken ze stoffen aan de cellen.

Nemen de myceliumdraden van de echte meeldauw organische stoffen op uit het druivenblad?
En water en zouten?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/3 Meeldauw.

Kunnen de beschreven echte meeldauwsoorten alleen maar voorkomen op de bovenkant, alleen maar op de onderkant of op beide kanten van een druivenblad?

Ecologie

3/3 Meeldauw.

Waar dringt valse meeldauw een druivenblad vooral binnen?

Ecologie

1/3 Rafflesia arnoldii.
Zie figuur B 448 van de bijlage.

Voor zover bekend is Rafflesia arnoldii de plantensoort met de grootste bloemen ter wereld. De plant bestaat uit kleine, dunne draden in de wortels van een gastheerplant. Op de wortels van de gastheerplant vormt Rafflesia jaarlijks één bloemknop. Na het uitkomen bloeit de bloem slechts één dag. De rode bloem heeft een diameter van ongeveer 1 meter en verspreidt een doordringende geur van rottend vlees. In een bloem worden òf stuifmeelkorrels òf eicellen gevormd.

Is Rafflesia arnoldii in staat om zelf eiwitten op te bouwen?
Zo ja, welke stoffen neemt de plant daarvoor op?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/3 Rafflesia arnoldii.

Voor de groei van de bloemknop heeft een Rafflesia onder andere water nodig.

Op welke wijze kan de plant water verkrijgen?

Ecologie

3/3 Rafflesia arnoldii.

Welke vorm van bestuiving kan bij Rafflesia arnoldii optreden?

Ecologie

1/3 Algen in een kwal.

In zee komt een bepaalde soort kwal voor met eencellige algen in haar cellen. De algen en de cellen van de kwal leven in symbiose met elkaar. De algen leveren de kwal het merendeel van de benodigde organische stoffen.
Daarnaast voedt de kwal zich met plankton.

Leg aan de hand van de voedselrelatie uit dat deze vorm van symbiose tussen de kwal en de algen geen parasitisme is. Gebruik in je antwoord de termen organische en anorganische stoffen.

Ecologie

2/3 Algen in een kwal.

Deze soort kwal bevindt zich overdag in de bovenste laag van de zee. Dat is niet helemaal te verklaren door het feit dat er ook veel plankton in de bovenste laag zit.

Welk ander voordeel is er voor de kwal om in deze bovenste lagen van het water te zijn? Geef een verklaring voor je antwoord.

Ecologie

3/3 Algen in een kwal.
Zie figuur B 2123 van de bijlage.

Bij de symbiose tussen kwal en algen kan gesproken worden van een koolstofkringloop. In de afbeelding is deze kringloop schematisch weergegeven. Enkele namen zijn nog niet ingevuld.

Geef de namen van de processen P en Q en de naam van stof R hieronder weer.

proces P = [invulveld]
proces Q = [invulveld]
stof R = [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/6 Erwtenplanten.
Zie figuur B 1584 van de bijlage.

In de afbeelding geeft tekening 1 een deel van een bloeiende erwtenplant weer. Tekening 2 geeft een bloem van deze plant weer en tekening 3 twee zaden. Sommige zaden van deze erwtenplant zijn rond, andere hoekig.
Tekening 4 geeft de wortels van deze erwtenplant weer. In tekening 5 is een organel uit een cel van de erwtenplant schematisch weergegeven.

In welke van de in de tekeningen 2, 3 en 4 weergegeven delen van de erwtenplant komen dergelijke organellen voor?

Alleen in het deel/de delen, weergegeven in:

afbeeldingafbeelding