Oefentoets Biologie: Voortplanting - plant_bestuiving | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 29 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

29

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

Bestuiving.

Bij geslachtelijke voortplanting van zaadplanten vindt bestuiving plaats.

Wat verstaat men onder bestuiving?

Voortplanting

Een bloem uitsluitend door de wind bestoven.

Bij een bloem die uitsluitend door de wind bestoven wordt, kan men verwachten dat

Voortplanting

Bloemen met alleen stampers.

Alle bloemen van een bepaalde plant hebben alleen stampers.

Welke wijze van bestuiving wordt hierdoor verhinderd?

Voortplanting

Bestuiving met insecten.
Zie figuur B 993 van de bijlage.

Insecten kunnen stuifmeel overbrengen zoals op de tekeningen met pijlen is aangegeven.

Welke wijze wordt of welke wijzen worden zelfbestuiving genoemd?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Bloemen van wilgenplanten.

Bij de wilg komen planten voor met bloemen die wel een stamper maar geen meeldraden bevatten. Bij andere wilgenplanten komen bloemen voor zonder stamper maar met meeldraden.

Komt bij de wilg zelfbestuiving voor of kruisbestuiving?
In welke bloemen kunnen zich zaden ontwikkelen?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Zelfbestuiving of kruisbestuiving.
Zie figuur B 1848 van de bijlage.

In de tekening is met pijlen bestuiving aangegeven.

Geeft pijl 1 zelfbestuiving of kruisbestuiving aan?
En pijl 2?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Een plant uit de plantengids.

Van een bepaalde plant staan de volgende gegevens in een plantengids vermeld:

Forse plant met prachtige felgekleurde gele bloemen, die een sterke geur verspreiden. De hoge stengel is vertakt en de bladeren zijn diep ingesneden. In september verschijnen de vruchten, voorzien van veel grijs-wit gekleurde pluisjes.

Uit deze gegevens valt op te maken dat deze plant waarschijnlijk wordt bestoven door

Voortplanting

Zie figuur B 2199 van de bijlage.

De tekeningen geven doorsneden weer van drie verschillende bloemen.

In welke van deze bloemen kunnen zich, na bestuiving, stuifmeelbuizen ontwikkelen?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Twee manieren van bestuiving.

Er doen zich twee manieren van bestuiving voor:

situatie 1: Er valt stuifmeel van een plant op een stempel van een bloem van een andere plant van dezelfde soort.
situatie 2: Een bij brengt stuifmeel van een meeldraad naar een stempel van bloemen op dezelfde plant.

Er worden over de beide situatie twee beweringen gedaan:

I. Er is in situatie 1 sprake van kruisbestuiving.
II. Er is in situatie 2 sprake van zelfbestuiving.

Voortplanting

Bestuiving.

Er valt stuifmeel van een plant op een stempel van een bloem van een andere plant van dezelfde soort.

I. Er is hier sprake van zelfbestuiving.
II. Kruisbestuiving komt alleen voor bij weidebloemen.

Voortplanting

Stuifmeel vangen.

Een microscoopglaasje wordt aan één zijde met een kleverige, niet zoete stof bestreken. Dit glaasje wordt eind mei buiten gehangen.
Na een dag wordt het glaasje onder een microscoop bekeken. Behalve stof worden ook veel stuifmeelkorrels op het glaasje aangetroffen.

Van welk type bloemen zijn deze stuifmeelkorrels grotendeels afkomstig?

Voortplanting

Een eik met mannelijke en vrouwelijke bloemen.
Zie figuur B 2030 van de bijlage.

De afbeelding geeft een takje van een eik met mannelijke en vrouwelijke bloemen weer. De bloemen hebben in de lente dezelfde kleur als het jonge blad. Bij deze eik zijn de vrouwelijke bloemen pas rijp als de meeldraden in alle mannelijke bloemen van die boom zijn leeggestoven.

Welke vorm van bestuiving vindt bij deze eik plaats?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Bestuiving.

Onder bestuiving wordt verstaan

Voortplanting

Meeldraden & stampers.

Bij sommige bloemen zijn de meeldraden eerder rijp dan de stampers.

Wat kan hierdoor worden voorkomen?

Voortplanting

Kruisbestuiving.

Kruisbestuiving is het overbrengen van stuifmeel op een stamper van

Voortplanting

Bloemen met alllen stampers of alleen meeldraden.

Bij plant 1 hebben sommige bloemen alleen stampers, alle andere bloemen hebben alleen meeldraden.
Bij plant 2 hebben alle bloemen stampers, maar geen meeldraden.

Kan in plant 1 zelfbestuiving voorkomen?
En in plant 2?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Vier beweringen over de bestuiving.
Zie figuur B 1799 van de bijlage.

In het schema staan gegevens over meeldraden en stampers in twee bloemen (P en Q) van twee verschillende planten van dezelfde soort. Deze gegevens zijn opgenomen van 18 tot en met 25 juli.

e = de perioden waarin eicellen in stampers van P of Q bevrucht kunnen worden.
f = de perioden waarin stuifmeel uit de meeldraden van P of Q beschikbaar is voor bevruchting.

Vier beweringen over de bestuiving bij deze bloemen zijn:

1. in bloem P kan door zelfbestuiving bevruchting optreden;
2. bloem P kan door bestuiving met stuifmeel van bloem Q bevrucht worden;
3. in bloem Q kan door zelfbestuiving bevruchting optreden,
4. bloem Q kan door bestuiving met stuifmeel van bloem P bevrucht worden.

Welke bewering is juist?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Beweringen over de bestuiving.
Zie figuur B 1821 van de bijlage.

De tekening geeft twee bloemen weer van dezelfde plantensoort. De pijl geeft de weg van stuifmeel aan.
Hieronder volgen beweringen over de bestuiving:

1. Er is sprake van zelfbestuiving als beide bloemen op dezelfde plant staan;
2. Er is sprake van zelfbestuiving als de bloemen op verschillende planten staan;
3. Er is sprake van kruisbestuiving als beide bloemen op dezelfde plant staan;
4. Er is sprake van kruisbestuiving als de bloemen op verschillende planten staan.

Welke beweringen zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Planten met alleen mannelijke bloemen of met alleen vrouwelijke bloemen.

Bij een bepaalde plantensoort komen planten voor met alleen mannelijke bloemen en planten met alleen vrouwelijke bloemen.

Welk proces kan niet plaatsvinden?

Voortplanting

1/3 Hooikoorts.

Een allergie is een overgevoeligheid voor bepaalde stoffen. Zo is iemand met hooikoorts overgevoelig voor bepaalde soorten stuifmeelkorrels. Als hij die stuifmeelkorrels inademt, krijgt hij een loopneus, rode ogen en last van benauwdheid.

Zijn de stuifmeelkorrels die ingeademd worden vooral afkomstig van bloemen met windbestuiving of vooral van bloemen met insectenbestuiving? Leg je antwoord uit.

Voortplanting

2/3 Hooikoorts.

Wat zijn stuifmeelkorrels?

Voortplanting

3/3 Hooikoorts.
Zie figuur C 370 van de bijlage.

Bij een medicijn dat gebruikt wordt tegen hooikoorts, wordt een bijsluiter meegegeven. Er staat onder andere een 'pollenkalender' op: pollen is een ander woord voor stuifmeel.
In de afbeelding is zo'n pollenkalender weergegeven.

In welke maanden kan iemand die alleen allergisch is voor stuifmeel van de eik, volgens de pollenkalender, last krijgen van hooikoorts?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Hooikoorts.

Alleen stuifmeel van bepaalde typen planten heeft invloed op hooikoortspatiënten.
Bij planten kunnen de volgende kenmerken voorkomen:

1. kleverig stuifmeel,
2. heel veel stuifmeel,
3. geurende bloemen,
4. nectar in de bloemen,
5. onopvallend gekleurde bloemen.

Welke van deze kenmerken komen voor bij planten waarvan het stuifmeel hooikoorts veroorzaakt?

Voortplanting

Slijm.

Mensen met hooikoorts hebben opgezette slijmvliezen in de neus zonder dat ze echt verkouden zijn.
Hooikoorts wordt veroorzaakt door stuifmeel dat afkomstig is van planten. In de herfst zijn er evenveel planten als in de zomer. Toch hebben veel hooikoortspatiënten geen last als ze in de herfst buiten komen, en in de zomer wel.

Leg uit dat hooikoortspatiënten in de zomer buiten wel last hebben van hooikoorts en in de herfst niet.

Voortplanting

Zelfbestuiving.

Plant P heeft één type bloemen. Deze bloemen bevatten alleen vrouwelijke voort plantingsorganen.
Plant Q heeft bloemen die mannelijke en vrouwelijke voortplantingsorganen bevatten.

Kan bij plant P zelfbestuiving voorkomen?
En bij plant Q?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/2 De roos.
Zie figuur A 1347 van de bijlage.

Rozen bloeien vanaf half juni tot augustus.
Er zijn veel verschillende felgekleurde rozen.
De bloemen ruiken allemaal erg sterk.
In de afbeelding is een bloem van de roos te zien.

Leg uit dat de roos zich waarschijnlijk door insectenbestuiving voortplant.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 De roos.
Zie figuur A 1347 van de bijlage.

Wat is de naam van deel P?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Tomaten.

Tomaten worden in Nederland in kassen gekweekt. Onder gunstige omstandigheden kan de opbrengst per vierkante meter per jaar 50 kilo tomaten bedragen. In de kas regelt een computer de juiste hoeveelheid water met daarin opgeloste voedingszouten (mineralen).
In tomatenkassen worden vaak hommels losgelaten. Deze hommels vliegen van bloem naar bloem.

Om welke reden laten de tuinders hommels los in de kas?

Voortplanting

De grote brandnetel.
Zie figuur B 2896 van de bijlage.

De bloemen van de brandnetel zijn mannelijk of vrouwelijk. Ze zijn grijsgroen van kleur.
Als de meeldraden rijp zijn, springen de helmhokjes open en komt het droge, poederige stuifmeel vrij. De vrouwelijke bloemen bevatten stampers met penseelvormige stempels (zie de afbeelding). Uit de stampers groeien na de bevruchting kleine vruchtjes.

Worden de bloemen van de brandnetel door de wind of door insecten bestoven? Noem twee kenmerken van de brandnetel, die in de tekst staan, waaruit dit kan worden afgeleid.

afbeeldingafbeelding