Oefentoets Biologie: Spijsvertering | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 14

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Spijsvertering

Darmperistaltiek.

Een van de functies van de darmperistaltiek is het kneden van de voedselbrij.

Noem nog twee andere functies van de darmperistaltiek.

Spijsvertering

Darmperistaltiek.

Een van de functies van de darmperistaltiek is het mengen van de voedselbrij met verteringssappen.

Noem nog twee andere functies van de darmperistaltiek.

Spijsvertering

Practicum vetvertering.

Bij een practicum over vetvertering worden vier proeven uitgevoerd. In vier bekerglazen wordt 10 gram vet met andere stoffen samengevoegd.
In de tabel hieronder staan deze proeven schematisch beschreven.
Uit deze proeven kan worden geconcludeerd dat vet alleen wordt verteerd als er vetverterend enzym is.
afbeeldingafbeelding

Welke twee andere conclusies kunnen uit de resultaten van de vier proeven worden getrokken?




-

Spijsvertering

Tandplak.

Tandplak bestaat uit etensresten, speeksel en bacteriën.
Tandplak speelt een rol bij het ontstaan van gaatjes in tanden. Men noemt dit cariës.

Drie adviezen op het gebied van voeding zijn:

1. Eet minder vet.
2. Het is beter om één keer per dag te snoepen dan af en toe op verschillende momenten van de dag.
3. Zorg ervoor dat er veel plantaardige vezels in je voedsel zitten.

Welk advies is speciaal bedoeld om cariës tegen te gaan?

Spijsvertering

1/2 De mond.
Zie figuur B 4350 van de bijlage.

Syl maakt een werkstuk over het verteringsstelsel. Voor de inleiding neemt hij de volgende informatie van internet over.

- De mond is de ingang van het verteringskanaal. Het is de plaats waar eten ons lichaam binnenkomt en waar de eerste stap van de voedselvertering plaatsvindt.
In de mond wordt voedsel door middel van kauwen klein gemaakt, zodat het makkelijker is door te slikken.
Door het kauwen wordt het eten ook vermengd met speeksel. Speeksel bevat onder andere stoffen die belangrijk zijn voor de voedselvertering.

Verderop in zijn werkstuk doet hij drie uitspraken. (antwoord met juist of onjuist)

Speeksel bevat stoffen die tandbederf tegengaan. [invulveld]

Speeksel bevat stoffen die voedingsstoffen afbreken. [invulveld]

Bij het slikken sluit de huig de luchtpijp af. [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

2/2 De mond.

Geef de naam van het deel van het verteringskanaal waarin het voedsel als eerste terechtkomt als het doorgeslikt is.

Dit is de/het [invulveld].

Spijsvertering

1/3 Spijsvertering.

Vertering is een ingewikkeld proces, waarbij het voedsel zó wordt veranderd dat het kan worden opgenomen in het bloed. Voor de vertering zijn allerlei enzymen nodig, die door verschillende klieren in het lichaam worden gemaakt. Enzymen kunnen beter werken als de voedselbrokjes niet te groot zijn.
Met vetdeeltjes is iets bijzonders aan de hand: kleine vetdeeltjes vloeien gemakkelijk samen tot grotere deeltjes. Daardoor kunnen enzymen er slecht op inwerken.
Het lichaam maakt een speciaal sap dat de vetdeeltjes verdeelt, zodat de enzymen er wel goed op kunnen inwerken.

In welk deel van het spijsverteringsstelsel vindt de opname van verteerd voedsel in het bloed hoofdzakelijk plaats?
In welk deel van het spijsverteringskanaal zijn de meeste verschillende spijsverteringsenzymen werkzaam?

afbeeldingafbeelding




-

Spijsvertering

2/3 Spijsvertering.

Vertering is een ingewikkeld proces, waarbij het voedsel zó wordt veranderd dat het kan worden opgenomen in het bloed.
Voor de vertering zijn allerlei enzymen nodig, die door verschillende klieren in het lichaam worden gemaakt.
Enzymen kunnen beter werken als de voedselbrokjes niet te groot zijn.
Met vetdeeltjes is iets bijzonders aan de hand: kleine vetdeeltjes vloeien gemakkelijk samen tot grotere deeltjes.
Daardoor kunnen enzymen er slecht op inwerken.
Het lichaam maakt een speciaal sap dat de vetdeeltjes verdeelt, zodat de enzymen er wel goed op kunnen inwerken.

Welke van de onderstaande klieren kunnen in de tekst zijn bedoeld?
Waar wordt het in de tekst genoemde speciale sap gemaakt?

afbeeldingafbeelding




-

Spijsvertering

3/3 Spijsvertering.

Het verdelen van de vetdeeltjes heet

Spijsvertering

1/3 Het spijsverteringsstelsel.
Zie figuur B 1919 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch het spijsverteringsstelsel van de mens weer.

In welk van de organen 3, 4 en 6 zijn bacteriën actief die cellulose verteren?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

2/3 Het spijsverteringsstelsel.

Welk van de organen 2, 5 en 6 kan glycogeen opslaan en tevens afbraakproducten van rode bloedcellen uitscheiden?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

3/3 Het spijsverteringsstelsel.

In welke van de aangegeven organen worden voedingsbestanddelen door peristaltische bewegingen verplaatst?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

1/6 Spijsvertering.

Bij de mens vindt de vertering van voedsel plaats in het spijsverteringskanaal.
Bij de vertering worden stoffen omgezet met behulp van enzymen.

Welk enzym komt in speeksel van de mens voor?

Spijsvertering

2/6 Spijsvertering.

In welk deel vooral van het spijsverteringskanaal van de mens leven bacteriën die celluloseverterende enzymen vormen?

Spijsvertering

3/6 Spijsvertering.

Drie soorten stoffen die een rol spelen bij de spijsvertering zijn: eiwitverterende enzymen, emulgerende stoffen en vetverterende enzymen.

Welke van deze stoffen komen in gal voor?

Spijsvertering

4/6 Spijsvertering.

Kan cellulose in de dikke darm in het bloed worden opgenomen?
En water?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

5/6 Spijsvertering.

Bevat de wand van de slokdarm cellen die spijsverteringsenzymen produceren?
En bevat de wand van de slokdarm spieren?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

6/6 Spijsvertering.

Bevat de wand van de dikke darm kringspieren?
En lengtespieren?

Spijsvertering

Het verteringsstelsel.
Zie figuur A 829 en figuur B 3500 van de bijlage.

In de afbeelding is het verteringsstelsel van de mens schematisch getekend.

1. Hoe heet deel 3? De/het [invulveld].

2. Met welk nummer is de endeldarm aangegeven? Met nummer [invulveld].

3. Met welk nummer is het orgaan aangegeven, waarin darmsap wordt geproduceerd? Met nummer [invulveld].

4. Wordt in orgaan 8 een verteringssap geproduceerd? [invulveld]

5. Hoe heet het verteringssap dat door orgaan 12 wordt geproduceerd? Het [invulveld].

6. Van welk van de genummerde delen kan het in de afbeelding B 3500 getekende deel van het darmkanaal afkomstig zijn? Van nummer [invulveld].

7. Met welke drie nummers in figuur A 829 zijn delen aangegeven, waarin bij diarree onvoldoende water in het bloed wordt
opgenomen? Met de nummers [invulveld], [invulveld] en [invulveld].




-

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Vertering.
Zie figuur A 829 van de bijlage.

In de afbeelding is het verteringsstelsel van de mens schematisch getekend.

1. Hoe heet deel 1? De/het [invulveld].

2. Met welk nummer is de twaalfvingerige darm aangegeven? Met nummer [invulveld].

3. Met welk nummer is het orgaan aangegeven, waarin gal wordt geproduceerd? Met nummer [invulveld].

4. Wordt in deel 6 het totale oppervlak van het voedsel vergroot of verkleind? Het wordt [invulveld].

5. Vindt in orgaan 3 darmperistaltiek plaats? [invulveld]

6. Hoe heet het verteringssap dat door orgaan 13 wordt geproduceerd? Het [invulveld].

7. Met welke twee nummers zijn kringspieren aangegeven? Met de nummers [invulveld] en [invulveld].

afbeeldingafbeelding