Oefentoets Biologie: Biologische begrippen | VMBO theoretische leerweg, 4

Ontdek de invloed van temperatuur, water en licht op de ontkieming van zaden met deze digitale toets, gericht op leerlingen die biologie bestuderen. Ideaal voor het versterken van kennis over plantengroei en experimenten in de natuurwetenschappen. - 25 vragen

Aantal vragen

25

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Invloed van temperatuur en water op ontkieming

Ontkiemproef.

Karin heeft een proef gedaan waarbij ze ontkieming onderzocht. Ze gebruikte vier schalen, watten en 160 zaden. Ze deed in elke schaal een laag watten en legde daarop 40 zaden. Aan twee schalen voegde ze 2 ml water toe, aan de andere twee 10 ml. Daarna zette zij twee schalen bij 10°C en twee schalen bij 20°C. Alle andere omstandigheden waren gelijk.

Na enkele dagen telde zij het aantal ontkiemde zaden. De resultaten staan in de tabel hieronder.

afbeeldingafbeelding

Karin trekt de volgende conclusies uit de resultaten van de proef:

I. De temperatuur heeft invloed op de ontkieming van de zaden.
II. De hoeveelheid water die de zaden ter beschikking hebben, heeft invloed op de ontkieming van de zaden.

Ontkieming van Zaden: Proeven en Resultaten

Ontkiemproef.
Zie figuur C 131 van de bijlage.

Enkele leerlingen moeten elk een proef bedenken waaruit blijkt of voor de ontkieming van zaden water nodig is en of er zuurstof voor nodig is. Ze hebben de beschikking over bakken met aarde, zaden en water. De bakken kunnen worden afgesloten en de lucht in de bakken kan zuurstofloos worden gemaakt.

Zie figuur C 131 van de bijlage.

De leerlingen 1, 2, 3 en 4 stellen voor de proeven in te zetten die in de afbeelding zijn weergegeven.

Welke leerling heeft de juiste proef bedacht?

afbeeldingafbeelding

Invloed van temperatuur op schimmelontwikkeling

Ontwikkeling schimmels.

Er wordt een onderzoek gedaan naar de invloed van de temperatuur op de ontwikkeling van schimmels.
Hiervoor worden twee opstellingen gebruikt.
Opstelling 1 staat in het licht bij kamertemperatuur.

Onder welke omstandigheden moet opstelling 2 worden geplaatst?

Invloed van licht op waterplanten groei

Groei van waterplanten.
Zie figuur C 52 van de bijlage.

De groei van waterplanten wordt in vier proefopstellingen onderzocht (zie tekening).
De watertemperatuur in de bakken blijft constant (25°C).
De luchttemperatuur buiten de bakken schommelt tussen 10°C en 20°C.

Welke opstelling is geschikt om de invloed van licht op de groei te onderzoeken?

afbeeldingafbeelding

Factoren van zaadontkieming onderzoeken

Ontkiemproef.
Zie figuur B 1873 van de bijlage.

Iemand wil onderzoeken welke factoren invloed hebben op het ontkiemen van zaden.
De afbeelding geeft de proefopstelling weer die hij gemaakt heeft.

Wat kan hij met deze proefopstelling onderzoeken?

afbeeldingafbeelding

Waterverdamping bij planten meten

Planten wegen.
Zie figuur B 772 van de bijlage.

In de tekeningen zijn vier proefopstellingen weergegeven. Bij het begin van de proef wegen ze alle vier evenveel. Om de hele plant of om een gedeelte ervan is een plastic zak gedaan. De opstellingen worden 24 uur in het licht geplaatst en daarna opnieuw gewogen.

Welke opstellingen zijn samen het meest geschikt om door weging aan te tonen dat zo'n plant water verdampt via bladeren en/of stengels?

afbeeldingafbeelding

Waterverlies bij planten meten

Planten wegen.
Zie figuur B 772 van de bijlage.

In de tekeningen zijn vier proefopstellingen weergegeven. Bij het begin van de proef wegen ze alle vier evenveel. Om de hele plant of om een gedeelte ervan is een plastic zak gedaan. De opstellingen worden 24 uur in het licht geplaatst en daarna opnieuw gewogen.

Met welke opstellingen samen kan door weging worden nagegaan hoeveel water via de pot met aarde verloren gaat?

afbeeldingafbeelding

Invloed van licht en temperatuur op narcissenbollen

Onderzoek aan narcissenbollen.

Iemand doet onder verschillende omstandigheden een aantal proeven met narcissenbollen. Al deze bollen hebben hetzelfde genotype. Ze worden allemaal in vochtige aarde gezet. Ze steken iets boven de aarde uit.

- Honderd bollen worden bij 25°C in het donker gezet.
- Honderd bollen worden bij 25°C in het licht gezet.
- Honderd bollen worden bij 15°C in het donker gezet.
- Honderd bollen worden bij 15°C in het licht gezet.
- Honderd bollen worden bij 5°C in het donker gezet.
- Honderd bollen worden bij 5°C in het licht gezet.

Is deze proefopstelling geschikt om te onderzoeken of licht invloed heeft op het uitlopen van deze bollen?
Is deze proefopstelling geschikt om te onderzoeken of de temperatuur invloed heeft op het uitlopen van deze bollen?

afbeeldingafbeelding

Factoren bij de ontkieming van zaden

Ontkieming.
Zie figuur B 1873 van de bijlage.

Iemand wil onderzoeken welke factoren invloed hebben op het ontkiemen van zaden.
De afbeelding geeft de proefopstelling weer die hij gemaakt heeft.

Wat kan hij met deze proefopstelling onderzoeken?

afbeeldingafbeelding

Controleproef bij kieming van zaden

Invloed van vruchtvlees appel op kieming van zaden.

Met een proef wordt onderzocht of vruchtvlees van appels invloed uitoefent op de kieming van zaden.
In een afgesloten reageerbuis met lucht bevinden zich op de bodem vochtige watten.
Op deze watten liggen appelpitten en stukjes appel.
De buis staat in het donker.
In een andere afgesloten reageerbuis met lucht bevinden zich op de bodem alleen vochtige watten.

Wat moet in deze reageerbuis gedaan worden om als controleproef dienst te doen?
Moet deze buis in het licht of in het donker worden geplaatst?

afbeeldingafbeelding

Effect van licht op kieming en groei

Ontkiemeningsproef.
Zie figuur B 728 van de bijlage.

In een proefopstelling (zie tekening) bevinden zich zaden van een bepaalde plant.
De zaden kiemen.
De ontwikkeling van de kiemplantjes in schaal 2 gaat sneller dan die in schaal 1.

Welke van onderstaande conclusies uit deze proef is juist?

afbeeldingafbeelding

Proeven over ontkieming van zaden

Ontkieming van zaden.
Zie figuur C 131 van de bijlage.

Enkele leerlingen moeten elk een proef bedenken waaruit blijkt of voor de ontkieming van zaden water nodig is en of er zuurstof voor nodig is. Ze hebben de beschikking over bakken met aarde, zaden en water. De bakken kunnen worden afgesloten en de lucht in de bakken kan zuurstofloos worden gemaakt.

Zie figuur C 131 van de bijlage.

De leerlingen 1, 2, 3 en 4 stellen voor de proeven in te zetten die in de afbeelding zijn weergegeven.

Welke leerling heeft de juiste proef bedacht?

afbeeldingafbeelding

Biologische beroepen en hun toepassingen

Biologische beroepen.

Geef zes beroepen uit verschillende beroepsgroepen waarin biologische kennis wordt toegepast.

Invloed van melk op rattengewicht

Rattenexperiment.
Zie figuur A 957 van de bijlage.

In een laboratorium werd een onderzoek naar de invloed van voedsel op het gewicht van ratten gedaan. Er werden twee groepen van acht jonge ratten gebruikt: groep A en groep B.
Groep A kreeg voedsel met een kleine hoeveelheid melk.
Groep B kreeg hetzelfde voedsel, maar zonder melk.
De resultaten van het experiment staan weergegeven in de afbeelding.

Schrijf op je antwoordblad een conclusie uit de resultaten die past bij de onderzoeksvraag.

afbeeldingafbeelding

Invloed van licht op plantengroei

Proef met mosterdzaadjes.

Een schoolklas doet een proef met mosterdzaadjes. Tien zaadjes worden in het donker gezaaid en 10 in het licht.
Na enkele dagen zijn alléén de zaadjes in het licht uitgekomen en gegroeid.

Vier leerlingen trekken vier verschillende conclusies:

leerling 1: planten hebben licht nodig om hun voedsel te maken.
leerling 2: als planten licht krijgen, nemen ze water op en gaan groeien.
leerling 3: als zaadjes licht krijgen gaan ze groeien.
leerling 4: zonder licht nemen zaadjes geen water op.

Welke leerling heeft gelijk?

Kieming en ontwikkeling van plantjes

Ontwikkeling van kiemplantjes.
Zie figuur B 728 van de bijlage.

In een proefopstelling (zie tekening) bevinden zich zaden van een bepaalde plant.
De zaden kiemen.
De ontwikkeling van de kiemplantjes in schaal 2 gaat sneller dan die in schaal 1.

Welke van onderstaande conclusies uit deze proef is juist?

afbeeldingafbeelding

Tienermoeders en anticonceptiegebruik in Groot-Brittannië

4/6 Wetenschappelijk onderzoek.

SLECHTE PILSLIKKERS

Het hoge aantal tienermoeders in Groot-Brittannië is niet uitsluitend het gevolg van schaamte om advies in te winnen, zoals lange tijd is gedacht. Uit een onderzoek van de Universiteit van Nottingham is gebleken dat 37,5 procent van de Britse tienermoeders zwanger wordt hoewel ze de pil voorgeschreven hebben gekregen.
Driekwart van de 240 ondervraagden heeft in het jaar voor de zwangerschap aan de huisarts informatie gevraagd over anticonceptie. De helft van hen kreeg vervolgens de pil voorgeschreven, zeggen de onderzoekers.[...]

(Trouw, 19 augustus 2000).

Zie volgende scherm

Gewichtsschattingsmethode voor een paard

1/3 Gewicht schatten van een paard.
Zie figuur B 4948 van de bijlage.

Je kunt het gewicht van een paard uit de borstomvang en de lichaamslengte van een paard bepalen.
Borstomvang: Meet de omtrek van het paard vlak achter de voorbenen (zie tekening doorgetrokken lijn). Houd daarbij het meetlint strak en wacht tot het paard uitgeademd heeft.
Lichaamslengte: Meet de lengte vanaf het borstbeen tot de zitbeenknobbel (zie tekening stippellijn).

Lees het gewicht van een paard met een borstomvang van 168 cm af.
Dat is kg.

afbeeldingafbeelding

Gewicht berekenen van een paard

2/3 Gewicht schatten van een paard.

Je kunt het gewicht ook berekenen met behulp van de volgende formule:

gewicht in kg = borstomvang x borstomvang x lichaamslengte
11900

Wat is het gewicht van hetzelfde paard met een borstomvang van 168 cm en een lengte van 202 cm als je de formule gebruikt? Rond af op een geheel getal.

Nauwkeurigheid van gewichtschatting bij paarden

3/3 Gewicht schatten van een paard.

In de vorige twee vragen ging het om hetzelfde paard.

Geef een reden waarom de tweede methode waarschijnlijk nauwkeuriger is dan de eerste.

Water en kieming van zaden

Kiemende zaden en water.
Zie figuur B 722 van de bijlage.

Iemand heeft de volgende reageerbuizen:

Met welke van deze buizen kan in de gegeven opstelling aangetoond worden dat voor kieming van zaden water nodig is?

Onderzoek naar zout en schimmel bij asperges

Asperges.

Een Amerikaanse onderzoeker heeft ontdekt dat de eerste aspergekwekers in de Verenigde Staten al in de 19e eeuw veel zout bij hun planten strooiden. Volgens de kwekers werden de planten daardoor minder gevoelig voor schimmels.

Beschrijf een werkplan voor een onderzoek waarmee men de invloed van het zout kan nagaan.

Onderzoek naar appelschurft en genetische modificatie

Appelschurft.

Door genetische modificatie is het onderzoekers gelukt om appelbomen te kweken die een gen bezitten van een bepaald erwtenras. Dit gen beschermt erwtenplanten tegen de schimmel die bij appelbomen schurft veroorzaakt.
Onderzoekers zijn van plan een proef te doen om na te gaan of dit gen ook appelbomen beschermt tegen de schimmel.

Maak een werkplan voor zo'n onderzoek.

Effect van donker op planten en koolstofdioxide

Een proef.
Zie figuur B 6858 van de bijlage.

In de afbeelding zie je een opstelling van een experiment.
In deel P staat een plant in het donker.
In deel Q is het kalkwater troebel geworden.

Welke conclusie kun je trekken uit dit experiment?

afbeeldingafbeelding

Geboortecijfers en Staafdiagrammen

De ooievaar.
Zie figuur B 6933 en A 1355 van de bijlage.

De raamversiering van de afbeelding betekent dat daar een baby is geboren. Het lijkt alsof een ooievaar door een raam naar binnen is gevlogen en daar een baby gebracht heeft.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek houdt al jaren bij hoeveel jongens en meisjes in Nederland worden geboren.
De tabel toont deze geboortecijfers.

afbeeldingafbeelding

Zie figuur A 1355 van de bijlage.

Maak met de gegevens het staafdiagram af.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding