Oefentoets Biologie: Spijsvertering | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 11

Ontdek de digitale toets over de spijsvertering, gericht op leerlingen die hun kennis willen testen over de veranderingen van voedsel tijdens het kauwen, de rol van enzymen en de werking van het spijsverteringskanaal. Deze toets bevat vragen over onderwerpen zoals peristaltische bewegingen, opname van stoffen en de functie van spijsverteringssappen. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Veranderingen in voedsel tijdens het kauwen

Spijsvertering.

In de mond van een mens bevindt zich voedsel met daarin eiwitten, zetmeel en vetten.
Op dit voedsel wordt enige tijd gekauwd.

Wat gebeurt er met de hoeveelheden eiwitten, zetmeel en vetten die oorspronkelijk in dit voedsel voorkwamen?

afbeeldingafbeelding

Vertering van voedsel in de mond

Vertering in de mond.

Voedsel met daarin cellulose, eiwitten, vetten en zetmeel wordt gekauwd.

Van welke van deze stoffen begint de vertering door enzymen in de mond?

Peristaltische bewegingen in het spijsverteringskanaal

Peristaltische bewegingen.

In welke delen van het spijsverteringskanaal van de mens kunnen peristaltische bewegingen voorkomen?

Peristaltische bewegingen in het spijsverteringskanaal

Peristaltische bewegingen.

Drie delen van het spijsverteringskanaal van de mens zijn:

- de slokdarm,
- de dunne darm,
- de dikke darm.

In welk of in welke delen vindt transport plaats door middel van peristaltische bewegingen?

Darmperistaltiek en spieractiviteit

Darmperistaltiek.
Zie figuur B 3483 van de bijlage.

In de afbeelding is de darmperistaltiek in een deel van het darmkanaal schematisch weergegeven.

Zijn de kringspieren op plaats 1 ontspannen of samengetrokken?
Zijn de lengtespieren op plaats 2 ontspannen of samengetrokken?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Darmperistaltiek en spiercontracties

Darmperistaltiek.
Zie figuur B 3483 van de bijlage.

In de afbeelding is de darmperistaltiek in een deel van het darmkanaal schematisch weergegeven.

Op welke plaats zijn de kringspieren in de wand van het darmkanaal samengetrokken?
En op welke plaats zijn de lengtespieren samengetrokken?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Opname van stoffen in het bloed

Opname van stoffen uit de darmen.

Kunnen vanuit de dunne darm stoffen in het bloed worden opgenomen?
En vanuit de dikke darm?

Wateropname in het verteringsstelsel

Spijsvertering.

In het verteringsstelsel wordt per dag ongeveer 8 liter verteringssap gevormd.

In welk orgaan of in welke organen wordt water uit deze 8 liter voornamelijk weer in het bloed opgenomen?

Spijsverteringssappen in het spijsverteringskanaal

Spijsvertering.

Drie delen van het spijsverteringskanaal van de mens zijn: de slokdarm, de maag en de dunne darm.

In welke van deze delen worden spijsverteringssappen gemaakt?

Identificatie van Verteringssap

Verteringssap.
Zie figuur B 866 van de bijlage.

In een reageerbuis bevindt zich fijn verdeeld voedsel, dat eiwitten en zetmeel bevat.
Men heeft de beschikking over speeksel, maagsap, gal en darmsap van de mens.
Op een bepaald tijdstip (t) wordt één van deze sappen aan het voedsel toegevoegd. De buis wordt goed geschud en op een temperatuur van 37°C gehouden.
Het diagram geeft de hoeveelheden eiwitten en zetmeel in de buis gedurende het experiment weer.

Welk sap wordt op tijdstip t aan het voedsel toegevoegd?

afbeeldingafbeelding

Vertering van zetmeel in spijsverteringssappen

Praticum met spijsverteringssappen.

Het overzicht geeft de opzet en de resultaten weer van een practicumproef met spijsverteringssappen.

afbeeldingafbeelding

In welke buizen is er zetmeel verteerd?

-

Werking van klieren in de spijsvertering

Spijsvertering.

Klieren in het lichaam van de mens produceren onder andere alvleessap, gal en insuline.

Welke van deze stoffen is of welke zijn werkzaam in het spijsverteringskanaal?

Slokdarm en voedselbeweging

Slokdarm.
Zie figuur B 1857 van de bijlage.

De tekening geeft schematisch een lengtedoorsnede weer van een deel van de slokdarm van de mens. In de slokdarm bevindt zich voedsel.

Zijn bij P de kringspieren van de slokdarm samengetrokken?
Wordt het voedsel bewogen in richting 1 of in richting 2?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Functies van de slokdarm in het spijsverteringskanaal

Slokdarm.

Welke van de hieronder genoemde functies van het spijsverteringskanaal heeft de slokdarm van de mens?

Water en de spijsvertering

Spijsvertering.

Iemand neemt een hap van een droog stuk stokbrood. Als de niet verteerde delen van deze hap in de dikke darm komen, is er onderweg veel water bij gekomen.

Welk orgaan van het verteringsstelsel heeft geen water aan het stokbrood toegevoegd?

Strotklepje en zijn functie

Strotklepje.
Zie figuur B 977 van de bijlage.

Door welk cijfer in de tekening wordt het strotklepje aangegeven?
Is in de figuur de stand getekend bij slikken of bij ademhalen?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Wand van de slokdarm: Spieren en cellen

Slokdarm.

Bevat de wand van de slokdarm spieren?
En bevat de wand van de slokdarm cellen die verteringsenzymen produceren?

Enzymen voor de vertering van koolhydraten

Spijsvertering.

Welke van de hieronder genoemde klieren in het menselijk lichaam produceren enzymen voor de vertering van koolhydraten?

Bewerkingen van speeksel in de spijsvertering

Spijsvertering.

Hieronder volgen drie beweringen over speeksel van de mens:

1. Een enzym uit speeksel verteert zetmeel.
2. Speeksel bevat slijmstoffen.
3. Een enzym uit speeksel verteert glucose.

Welke van deze beweringen zijn juist?

Effect van spijsverteringssappen op voedsel

Spijsvertering.
Zie figuur B 3502 van de bijlage.

In een reageerbuis bevindt zich fijn verdeeld voedsel dat zetmeel en vetten bevat.
Men heeft verder de beschikking over speeksel, maagsap, alvleessap en darmsap van de mens.
Eén van deze spijsverteringssappen wordt toegevoegd aan het voedsel in de reageerbuis en om de vijf minuten worden het zetmeelgehalte en het vetgehalte van dit mengsel bepaald.

Met welk spijsverteringssap wordt het resultaat bereikt dat in de grafiek is aangegeven?

afbeeldingafbeelding