Oefentoets Biologie: Spierstelsel | HAVO 1/HAVO 2/HAVO 3 | variant 2

Deze digitale toets over de aanhechting en functies van spieren in de arm is bedoeld voor studenten in de anatomie en fysiologie, en biedt inzicht in spierwerking, antagonisten en energieverbruik. Test je kennis met interactieve vragen en afbeeldingen die de complexe werking van het menselijke spierstelsel verduidelijken. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 1, HAVO 2, HAVO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Aanhechting van Spieren in de Arm

Spieren.
Zie figuur B 1104 van de bijlage.

De afbeelding laat een deel van de arm van de mens zien.
Over de aanhechting van de spieren worden twee beweringen gedaan:

I. De biceps en de triceps zitten beide aan de ellepijp vast.
II. De biceps en de triceps zitten beide aan het schouderblad vast.

afbeeldingafbeelding

Bevestiging van Spier Q aan Beenderen

Spieren.
Zie figuur B 788 van de bijlage.

De tekening stelt een arm van de mens voor. Hierin is een gedeelte van beenderen en spieren zichtbaar.

Aan welke beenderen is spier Q volgens de tekening bevestigd?

afbeeldingafbeelding

Dwarsgestreepte Spieren bij de Mens

Spieren.

Dwarsgestreepte spieren treft men bij de mens hoofdzakelijk aan

Antagonisten van spieren in de arm

Spieren.
Zie figuur B 818 van de bijlage.

De tekening stelt een deel van de rechterarm en de schouder van een mens voor.

Welke spier is de antagonist van de getekende spier?

afbeeldingafbeelding

Bouw van skeletspieren

Spieren.

Hieronder staan drie beweringen over de bouw van skeletspieren van de mens.

1. Een spiervezel van een skeletspier staat uit een aantal met elkaar vergroeide spiercellen.
2. Een skeletspier bevat spierbundels die onder andere bestaan uit spiervezels.
3. Een skeletspier wordt omgeven door een spierschede.

Welke beweringen zijn juist?

Buigspieren in de menselijke arm

Spieren.
Zie figuur B 669 van de bijlage.

De tekening geeft een deel weer van een arm van de mens.

Geeft cijfer 1 of cijfer 2 de buigspier aan?
Is de buigspier verbonden met het spaakbeen of met de ellepijp?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Dwarsdoorsnede van een spier

Een spier.
Zie figuur B 1053 van de bijlage.

In het plaatje staat een dwarsdoorsnede door een spier getekend.

Is het een skeletspier?
Zit er dus een pees aan?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Soorten spieren: wat hoort er niet bij?

Spieren.

Wat hoort in het rijtje niet thuis?

Spierfuncties en samentrekkingen

Spieren.

I. Door samentrekking van de kuitspier kun je je voet strekken.
II. Met de biceps wordt je onderarm gestrekt.

Antagonistische spieren in het menselijk lichaam

Spieren.

In welke regel staan spieren die elkaars antagonisten zijn?

Functie van pezen in het lichaam

Pezen.

Wat is de functie van pezen in ons lichaam?

Spierwerking bij het buigen en strekken

Spieren.
Zie figuur B 16 van de bijlage.

De tekening geeft schematisch een been van een mens met enkele spieren weer.
Twee beenstukken (P en Q) zijn beweeglijk met elkaar verbonden door middel van een gewricht.

Een volledig buigen en strekken van dit gewricht komt tot stand door de werking van de spieren

afbeeldingafbeelding

Eigenschappen van een spier

Een spier.

Wat is de beste omschrijving?

Een willekeurige spier is een spier

Willekeurige spieren bij de mens

Spieren.

Willekeurige spieren bij de mens treft men vooral aan

Spierfunctie en samentrekking

Spieren.
Zie figuur A 210 van de bijlage.

I. Spier A en spier B kunnen allebei gespannen zijn.
II. Spier A en spier B kunnen allebei samengetrokken zijn.

afbeeldingafbeelding

Antagonisten van spieren identificeren

Spieren.
Zie figuur B 2525 van de bijlage.

I. De antagonist van spier A is spier B.
II. De antagonist van spier C is spier D.

afbeeldingafbeelding

Spierfuncties en beweging van de arm

Spieren.
Zie figuur B 2525 van de bijlage.

I. De spieren A en B tillen de hele arm omhoog.
II. De spieren C en D laten de hand of de vingers bewegen.

afbeeldingafbeelding

Spierfunctie en beweging

Spieren.

Spieren kunnen zonder hulp van andere spieren

Spiercontractie: Onjuiste bewering vinden

Spieren.

Vier beweringen over een spier die zich samentrekt, zijn:

1. Impulsen hebben de spier bereikt.
2. De spier wordt dikker.
3. De spier wordt korter.
4. De pezen van de spier worden korter.

Welke van deze beweringen is niet juist?

Energieverbruik van spieren in de arm

1/3 Armen en spieren.
Zie figuur B 788 van de bijlage.

De tekening stelt een arm van mens voor. Hierin is een gedeelte van beenderen en spieren zichtbaar.

Welke spier verbruikt in deze situatie de meeste energie: spier P of spier Q?
Of verbruiken beide spieren evenveel energie?

afbeeldingafbeelding