Het ruggenmerg.
Zie figuur B 3084 van de bijlage.
1. In de afbeelding is een dwarsdoorsnede van het ruggenmerg met aansluitende zenuwen schematisch getekend.
In welke richting (A, B, C of D) bevindt zich de buikzijde van het lichaam? aan de zijde
.
2. Met welk nummer is de schors aangegeven? met nummer
.
3. Op welke van de genummerde plaatsen bevinden zich cellichamen van gevoelszenuwcellen? met nummer
4. Met welk nummer is een gemengde zenuw aangegeven? met nummer
.
5. Bij iemand is een zenuw aangetast waardoor deze persoon zijn linker wijsvinger niet meer kan bewegen. Deze persoon heeft nog wel gevoel in die vinger.
Op welk(e) van de genummerde plaatsen kan de zenuw zijn aangetast? op plaats
.
6. Bij kinderverlamming of polio kunnen de spieren niet goed meer samentrekken. De spierverlammingen ontstaan wanneer het poliovirus, de ziekte verwekker, de cellichamen van een bepaald type zenuwcel aantast. Schakelcellen zijn niet gevoelig voor aantasting door het virus.
Op welke genummerde plaats liggen de cellichamen van de zenuwcellen die door het poliovirus kunnen worden aangetast? op plaats
afbeelding