Oefentoets Biologie: Ordening - algemeen | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 5

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ordening

1/3 'Surrogaatspechten'.
Zie figuur B 3005 van de bijlage.

In Nederland komen spechten voor. Deze vogels leven voornamelijk in bosrijke gebieden. Ze zijn aangepast aan het leven in bomen. Hun voedsel bestaat voornamelijk uit insecten die ze met hun snavel uit de spleten in de boomschors halen. Sommige spechten hakken in stammen van omgevallen bomen om daaruit larven van houtetende insecten te halen.
In de afbeelding zijn vier spechten afgebeeld:

- figuur 1 een jonge grote bonte specht (Dendrocopos major);
- figuur 2 een volwassen grote bonte specht (Dendrocopos major);
- figuur 3 een kleine bonte specht (Dendrocopos minor);
- figuur 4 een groene specht (Picus viridis).

Tot hoeveel soorten en genera (geslachten) horen deze vier spechten?

afbeeldingafbeelding

Ordening

2/3 'Surrogaatspechten'.
Zie figuur C 309 van de bijlage.

Op bepaalde eilandengroepen worden geen spechten aangetroffen; daar vindt men echter wel andere boombewonende insecteneters, zoals de spechtvink op de Galápagos-eilanden, de honingkruiper op Hawaii, de gevlekte opossum op Nieuw-Guinea en de aye-aye op Madagaskar (zie de afbeelding). De spechtvink en de honingkruiper behoren tot de vogels, de opossum tot de buideldieren en de aye-aye tot de placentale zoogdieren. Deze soorten hebben zich ontwikkeld uit voorouders op het vasteland. Naast deze manier van soortvorming kan er op het eiland zelf ook een nieuwe soort ontstaan die deze ecologische plaats (niche) op het eiland overneemt.
Drie factoren die bij soortvorming een belangrijke rol spelen, zijn:

l. isolatie,
2. mutatie,
3. natuurlijke selectie.

Aan welke factor of aan welke factoren moet tenminste zijn voldaan om op het eiland zelf de nieuwe soort die daar ontstaat, deze niche te laten overnemen van de soort die deze niche daarvóór op dit eiland innam?




-

afbeeldingafbeelding

Ordening

3/3 'Surrogaatspechten'.

Bij de gevlekte opossum is de vierde vinger verlengd, bij de aye-aye is de derde vinger verlengd. Zo'n extra lange vinger wordt gebruikt bij het vangen van insecten. Bij deze soorten is voor het vangen van insecten niet dezelfde vinger verlengd.

Welke verklaring hiervoor is juist?

Ordening

1/5 Het vrouwtje van Bakkum.
Zie figuur C 310 van de bijlage.

Van 1980 tot 1993 werd in de duinen bij Bakkum een zwarte specht (Dryocopus martius) gevolgd. Dit was een vrouwtje, het 'vrouwtje van Bakkum'. Het onderzoek leverde veel kennis op over het leven van deze vogelsoort. Zwarte spechten bezetten in oude bossen een territorium van minimaal 5 km2 . Ze leven van insecten die ze uit de spleten in de bast van de dennen halen. Ze slapen in abelen (zilverpopulieren). In de vrij zachte stam van zo'n abeel wordt een gat uitgehakt, dat als slaap- en nestholte dient.
Het vrouwtje van Bakkum deelde lange tijd een slaapboom met een groene specht (Picus viridis) en een grote bonte specht (Dendrocopos major). Deze vogels eten allemaal insecten.
Uit het onderzoek bleek verder dat de volgorde waarin ze gingen slapen vastlag: eerst de groene specht, dan de zwarte specht en tenslotte de grote bonte specht. Als de groene specht toch eens laat arriveerde werd de vogel flink afgetuigd door de grotere zwarte specht. Na enige tijd kwam de groene specht altijd eerder naar de slaapboom dan de zwarte specht.

(Bron: Bewogen kustlandschappen, Roos R. 60-63)

Tot hoeveel soorten horen de in de tekst genoemde spechten? tot [invulveld] soorten (antwoord in een getal)
En tot hoeveel genera (geslachten)? tot [invulveld] genera




-

afbeeldingafbeelding

Ordening

2/5 Het vrouwtje van Bakkum.

Over de grootte van het territorium van de zwarte specht worden drie beweringen gedaan:

Bewering 1: de zwarte specht heeft zo'n groot territorium om aan voldoende voedsel te komen;
Bewering 2: de zwarte specht heeft zo'n groot territorium nodig omdat hij zeldzaam is in de duinen;
Bewering 3: sterke vogels bezitten altijd grote territoria.

Welke bewering is juist?

Ordening

3/5 Het vrouwtje van Bakkum.

De groene specht leerde op tijd bij de slaapboom aan te komen.

Met welke term wordt dit type leergedrag aangeduid?

Ordening

4/5 Het vrouwtje van Bakkum.
Zie figuur C 310 van de bijlage.

De grote bonte specht is, anders dan zijn naam doet vermoeden, veel kleiner dan de groene en de zwarte specht.

Leg aan de hand van de afbeelding uit waardoor de zwarte specht bij de slaapboom wel agressief gedrag vertoont ten opzichte van de groene specht maar niet ten opzichte van de grote bonte specht, als die gelijktijdig bij de slaapboom aankomt.

afbeeldingafbeelding

Ordening

5/5 Het vrouwtje van Bakkum.

Het vrouwtje van Bakkum werd regelmatig lastiggevallen door kauwtjes, die probeerden haar nestholte in te nemen. Jaarlijks werden enkele van haar jongen uit het nest geroofd door een boommarter.
Tussen organismen komen verschillende relaties voor zoals bijvoorbeeld commensalisme, competitie, mutualisme, parasitisme en predatie.

Met welke van de genoemde termen geeft men de relatie aan tussen deze kauwtjes en de zwarte specht?
En met welke term geeft men de relatie aan tussen de boommarter en de jongen van de zwarte specht?

tussen deze kauwtjes en de zwarte specht: [invulveld]
tussen de boommarter en de jongen van de zwarte specht: [invulveld]

Ordening

1/5 Gemixte vliegenvangers.
Zie figuur B 3613 van de bijlage.

Tekst:
De doctoraalstudent biologie Thor Veen baarde opzien met een artikel in het befaamde tijdschrift Nature. Hij deed onderzoek aan twee groepen vliegenvangers: de Bonte vliegenvanger (Ficedula hypoleuca) en de Withalsvliegenvanger (Ficedula albicollis) (zie de afbeelding). Beide groepen vliegenvangers leven van insecten. In principe leven ze in verschillende gebieden, maar onder andere op de Zweedse eilanden Öland en Gotland is een geringe overlap. De Withalsvliegenvanger domineert daar: 95% van alle daar levende vliegenvangers behoort tot deze groep. Onderling komen kruisingen voor: vrouwtjes van de Bonte vliegenvanger paren met mannetjes van de Withalsvliegenvanger. De vrouwtjes kiezen alleen mannetjes die een territorium hebben verworven.

(bewerkt naar: Marcus Werner, Paren met een andere soort is zo slecht nog niet, Bionieuws 9, mei 2001
bron: Petersons vogelgids van alle Europese vogels, 24ste druk, 1999, plaat 80)


Uit welk gegeven in de tekst kun je afleiden dat het vreemd is dat er op Öland en Gotland paringen voorkomen tussen de Bonte vliegenvanger en de Withalsvliegenvanger? Leg je antwoord uit.




-

afbeeldingafbeelding

Ordening

2/5 Gemixte vliegenvangers.

Op die eilanden komen bovengenoemde paringen vrijwel alleen voor tussen het vrouwtje van de Bonte vliegenvanger en het mannetje van de Withalsvliegenvanger.

Leg met behulp van een gegeven uit de tekst uit waardoor de omgekeerde paring op de Zweedse eilanden niet vaak voorkomt.

Ordening

3/5 Gemixte vliegenvangers.

Veen deed onderzoek aan deze niet veel voorkomende paarvorming tussen mannetjes van de Bonte vliegenvanger en een vrouwtje van de Withalsvliegenvanger. Mannelijke nakomelingen van zulke paartjes kregen op hun beurt een nageslacht met meer zonen dan dochters, terwijl deze dochters ook nog steriel bleken te zijn. Veen gebruikte bij zijn onderzoek ook moleculaire technieken.

Welk type molecuul wordt onderzocht om het vaderschap van zo'n steriele dochter te achterhalen?

Ordening

4/5 Gemixte vliegenvangers.

Een tweede verrassende ontdekking was dat bij het onderzoek van broedsels van een withalsvrouwtje en een bont mannetje bleek dat de helft van de jongen toch een Withalsvliegenvanger als vader had: de vrouwtjes waren 'vreemdgegaan'.

Noem een biologisch voordeel van dit 'vreemdgaan'.

Ordening

5/5 Gemixte vliegenvangers.
Zie figuur C 338 van de bijlage.

Bekijk de afbeelding (kaarten met broedgebieden).
Veen wilde weten of hij op Öland en Gotland iets uitzonderlijks had ontdekt. Daarom wilde hij zijn resultaten in een ander gebied bevestigd zien.

In welke van de volgende gebieden moest hij zijn onderzoek herhalen om uit te sluiten dat het om een plaatsgebonden verschijnsel gaat?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Determinatie.
Zie figuur B 2771 van de bijlage.

Alle organismen zijn ingedeeld in vier groepen die men rijken noemt. Er is nog een vijfde groep, maar die wordt niet tot de organismen gerekend. Door gebruik te maken van het schema in de afbeelding kan men deze vijf groepen, aangeduid met P, Q, R, S en T determineren.

Noteer de letters P, Q, R, S en T onder elkaar op je antwoordblad en vermeld achter de letters de namen van de vijf bijbehorende groepen.

afbeeldingafbeelding

Schimmels

1/4 Leven van radioactieve straling.

Sommige schimmels groeien opvallend goed in een radioactief besmet gebied. Niet zo gek, want deze schimmels blijken straling als energiebron te gebruiken.

Onderzoekers ontdekten dat in het zeer radioactieve gebied rondom de in 1986 ontplofte kernreactor van Tsjernobyl opvallend veel zwarte schimmels voorkomen. Dat sommige schimmels niet doodgaan in een radioactieve omgeving was al bekend. Maar nu blijkt dat ze de stralingsenergie kunnen omzetten in energie om te groeien, is dat groot nieuws. Volgens de onderzoekers maken de zwarte schimmels hierbij gebruik van melanine. Zij vergeleken schimmels zonder melanine en schimmels met melanine terwijl ze bestraald werden door een radioactieve bron. De schimmels met melanine groeiden onder deze condities sneller dan de schimmels zonder dit pigment.

Melanine is ook het pigment in de huid waardoor we bruin kunnen worden in de zon. Van de stof is bekend dat het een beschermende werking heeft tegen UV, röntgen en radioactieve straling. Maar blijkbaar doet het in deze zwarte schimmels nog meer. Het blijkt dat dit pigment van structuur verandert wanneer het door radioactieve straling wordt getroffen en dat het de energie kan overdragen op andere stoffen in de cel. De zo verkregen energie wordt gebruikt voor de aanmaak van organische stoffen en voor allerlei andere celprocessen.
Dit mechanisme doet denken aan de wijze waarop planten chlorofyl inzetten om energie te verkrijgen uit licht.
De zwarte schimmels uit het onderzoek maken met behulp van de energie uit radioactieve straling zelf organische stoffen.

Hoe noem je de voedingswijze van normale schimmels en hoe zou je de verkregen voedingswijze van de zwarte schimmels bij Tsjernobyl noemen?

afbeeldingafbeelding



-

Schimmels

2/4 Leven van radioactieve straling.

Vóór de ontploffing in de kerncentrale van Tsjernobyl, waarbij radioactieve straling vrijkwam, kwamen er in dat gebied voornamelijk schimmels voor zonder melanine. Zowel mutatie, migratie als selectie kunnen een rol gespeeld hebben bij de verandering van de schimmelpopulaties na de ramp.

Voor welke twee van deze drie processen is de radioactieve straling van betekenis? Leg voor beide processen je antwoord uit.

Schimmels

3/4 Leven van radioactieve straling.
Zie figuur C 414 van de bijlage.
De tolerantiecurve van organismen voor de factor radioactieve straling wijkt af van die van de optimumcurves die voor veel abiotische factoren gelden.

Welk van de afgebeelde diagrammen geeft het beste de curve van de melaninehoudende schimmel en de curve van de mens weer?

afbeeldingafbeelding

Schimmels

4/4 Leven van radioactieve straling.
Zie figuur B 4685 van de bijlage.

Bij mensen, maar ook bij dieren, zorgt melanine voor de kleur van onder andere huid, haren en ogen. Een verstoring in één van de stappen in de aanmaak van melanine, resulteert in het bekende albino fenotype. Bij een grijs kattenras komt albinisme voor als een individu homozygoot recessief is voor het albinogen (genotype aa). In dit geval hebben de katten een witte vachtkleur. Bij de vachtkleur van dit ras speelt echter ook een ander gen (het gen 'white' W) een rol. Katten met het genotype Ww en WW zijn wit. De twee genen (a en W) zijn autosomaal en niet gekoppeld.

Kunnen uit een kruising tussen twee grijze katten, witte nakomelingen ontstaan?
Kunnen uit een kruising tussen twee witte katten, grijze nakomelingen ontstaan?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Ordening

Definitie van een soort.

De meest volledige definitie van een soort is