Oefentoets Biologie: Voortplanting - planten_algemeen | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 1

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

Verspreiding van vruchten en zaden.
Zie figuur B 3556 van de bijlage.

Op welke manieren worden de vruchten en zaden van de afbeelding verspreid?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Delen van een bloem.
Zie figuur B 3592 van de bijlage.

In de afbeelding zijn enkele delen van een bloem weergegeven.

Geef de namen van de bloemdelen.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/4 De ambrosia.
Zie de figuren B 4345 en B 4346 van de bijlage.

De ambrosia is een plant die steeds vaker in Nederland voorkomt. Wetenschappers denken dat één van de oorzaken het gebruik van vogelvoer is dat zaden van de ambrosia bevat. Mensen kopen dit vogelvoer en strooien het 's winters uit in de tuin.

In Nederland komen twee soorten ambrosia voor, de alsem-ambrosia en de zand-ambrosia. De zaden van de alsem-ambrosia worden verspreid doordat de vruchtjes aan de veren van vogels blijven hangen.
In de afbeelding B 4346 wordt een vruchtje van de alsem-ambrosia weergegeven.

Het vruchtje van de alsem-ambrosia is aangepast aan de verspreidingswijze.

Leg dit uit met behulp van de afbeelding.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/4 De ambrosia.

De zand-ambrosia produceert veel minder zaden dan de alsem-ambrosia en overwintert vooral met wortelstokken.

Kan de zand-ambrosia zich geslachtelijk voortplanten?
En kan de zandambrosia zich ongeslachtelijk voortplanten?

Voortplanting

3/4 De ambrosia.
Zie figuur B 4347 van de bijlage.

Tijdens de bloeiperiode kan één ambrosiaplant wel een miljard stuifmeelkorrels produceren. In de afbeelding zijn enkele van deze stuifmeelkorrels weergegeven. Eén stuifmeelkorrel is aangegeven met letter P.

Hoe groot is stuifmeelkorrel P ongeveer?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

4/4 De ambrosia.

Stuifmeel van de ambrosia veroorzaakt bij sommige mensen hooikoorts. Uit onderzoek is gebleken dat 6 stuifmeelkorrels van de ambrosia al voldoende zijn om een allergische reactie te veroorzaken bij die mensen.
Voor zo'n reactie zijn 60 stuifmeelkorrels van een grassoort nodig. Deze stuifmeelkorrels zijn veel groter dan de stuifmeelkorrels van de ambrosia.

Noem een oorzaak, waardoor de kleinere stuifmeelkorrels van de ambrosia een sterkere allergische reactie veroorzaken dan de stuifmeelkorrels van een grassoort.

Voortplanting

Floravervalsing.

Bij floravervalsing (floravervuiling)

Voortplanting

Verspreiding van vruchten en zaden.
Zie figuur B 3451 van de bijlage.

Op welke manieren worden de vruchten en zaden van de afbeelding verspreid?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/6 Aardbeien.
Zie figuur A 804 van de bijlage.

In de afbeeldingen is een aardbeiplant weergegeven. Een opengemaakte aardbeibloem is vergroot afgebeeld.

Wat is de naam van deel P in de afbeelding?

Dit deel heet: [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/6 Aardbeien.
Zie figuur A 804 van de bijlage.

In de afbeelding is een aantal delen van de aardbeibloem met een letter aangegeven.

Welke letter geeft het deel aan waarin zich de zaadbeginsels bevinden?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

3/6 Aardbeien.
Zie figuur A 804 van de bijlage.

Is bij een aardbeiplant geslachtelijke voortplanting mogelijk?
En is ongeslachtelijke voortplanting mogelijk?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

4/6 Aardbeien.

In Nederland wordt bij het telen van aardbeien steeds vaker biologische bestrijding gebruikt. Veel chemische bestrijdingsmiddelen zijn niet meer toegestaan, omdat ze schadelijk zijn voor de gezondheid.

Noem nog twee andere nadelen van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen.

Voortplanting

5/6 Aardbeien.

In een interview met een biologische aardbeienteler staat het volgende: "Voor de bestrijding van bladluizen op de aardbeiplanten gebruiken we lieveheersbeestjes en sluipwespen. Tegen een ander schadelijk insect, de trips, willen we gebruik gaan maken van roofwantsen."

In het interview noemt de aardbeienteler zes soorten organismen die een voedselweb vormen.

Schrijf dit voedselweb van zes soorten organismen op.

Voortplanting

6/6 Aardbeien.

Soms vormen slakken een probleem bij de teelt van aardbeien. De aardbeienteler heeft een oplossing bedacht om slakken milieuvriendelijk te bestrijden. In het interview vertelt hij: "We hadden veel last van slakken, maar als biologische teler mag ik geen slakkenkorrels strooien. In een oud boek las ik dat egels uitstekende slakkenbestrijders zijn. We hebben nu vijftig egels rondlopen, en het is een groot succes. Volgend jaar willen we er 150 loslaten in de velden met aardbeiplanten. We hopen dat daardoor de oogst groter zal zijn."

Leg uit waardoor het loslaten van egels een grotere aardbeienoogst kan opleveren.

Voortplanting

Bestuiving.
Zie figuur B 4568 van de bijlage.

Hiernaast zijn drie verschillende planten in een bepaald stadium van de ontwikkeling weergegeven.

Bij welke plant kan, in het stadium waarin deze is afgebeeld, bestuiving optreden?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/3 Voortplanting bij planten.
Zie figuur B 4617 van de bijlage.

Kan de plant uit de afbeelding zich geslachtelijk voortplanten?
En kan de plant zich ongeslachtelijk voortplanten?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/3 Voortplanting bij planten.

Het maken van zaden kost veel energie.
Deze energie krijgt een plant door fotosynthese.
Een plant verbruikt water bij fotosynthese.

Welke andere stof verbruikt een plant bij fotosynthese?

Voortplanting

3/3 Voortplanting bij planten.
Zie figuur B 4618 van de bijlage.

In de schematische afbeelding van een bloem is een deel met de letter P aangegeven.

Wat is de naam van het deel dat met P is aangegeven?

Deel P heet de/het [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Tomaten.
Zie figuur B 3037 van de bijlage.

In de afbeelding is een schematische doorsnede van een bloem van een tomaat weergeven en een doorsnede van de tomaat weergegeven, die uit zo'n bloem is ontstaan.

Is deel P van de tomaat een overblijfsel van deel 1 of van deel 2 van de bloem?
Is deel Q van de tomaat ontstaan uit deel 3 of uit deel 4 van de bloem?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Maretak.

Sommige bloemen zijn éénslachtig. Deze bloemen hebben alleen meeldraden of alleen stampers. Andere bloemen zijn tweeslachtig. Deze bloemen hebben zowel stampers als meeldraden.

Is uit de tekst af te leiden of de bloemen van de maretak éénslachtig of tweeslachtig zijn?
En zo ja, zijn ze dan éénslachtig of tweeslachtig?