Oefentoets Biologie: Biotechnologie | VWO 5/VWO 6 | variant 2

Ontdek de digitale toets over biotechnologie, gericht op studenten en professionals, met onderwerpen zoals de productie van schimmelantibioticum, groeihormoonproductie en de toepassing van biotechnologie in de industrie. Deze toets biedt gedetailleerde stappen en uitleg over belangrijke biotechnologische processen en termen. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Productie van schimmelantibioticum uit eieren

Schimmelantibioticum uit kippeneieren.

Geef zo gedetailleerd mogelijk de verschillende experimentele stappen (ca. zeven) die je moet maken om via de eieren van kippen te gaan beschikken over een efficiënte (commercieel verantwoorde) hoeveelheid antibioticum, afkomstig van een bepaalde schimmel en gericht tegen bepaalde bacteriën.

Groeihormoonproductie met genetische modificatie

Groeihormoon van de mens uit een bacterie.

Beschrijf stap voor stap de methode om een bacterie te 'dresseren' om het groeihormoon van de mens te gaan maken.

Biotechnologie: Verklaring van Termen

20 termen uit de biotechnologie.

Verklaar de volgende termen.

1. biotechnologie
2. restrictie-enzym
3. chymosine
4. genetic engineering
5. genenbank
6. klonering
7. genetic fingerprint
8. landfarming
9. hybridoma
10. snuffelmolecuul
11. plasmide
12. insuline
13. fermentor
14. genetische manipulatie
15. vaccin
16. antibiotica
17. celfusie
18. hybridisatie
10. monoklonaal antilichaam
20. mutatie

Oude biotechnologie en micro-organismen

1/4 Biotechnologie.

Wat is 'oude' (klassieke) biotechnologie?

Voorbeelden van Biotechnologie in het dagelijks leven

2/4 Biotechnologie.

Geef een zestal voorbeelden waarin gebruik wordt gemaakt van deze vorm van technologie.

Verbeteringen in Biotechnologie

3/4 Biotechnologie.

Welke verbeteringen in deze technologie zijn/waren zoal mogelijk (minstens twee)?

Beperkingen van biotechnologie

4/4 Biotechnologie.

Waar liggen de beperkingen voor deze technologie (minstens twee)?

Verschil tussen oude en nieuwe biotechnologie

1/4 Biotechnologie.

Wat is het wezenlijke verschil tussen de 'oude' en de 'nieuwe' biotechnologie?

Voorbeelden van oude biotechnologische processen

2/4 Biotechnologie.

Geef zes voorbeelden (met korte beschrijving) van zoveel mogelijk uiteenlopende aard van 'oude' biotechnologische processen.

Toepassingen van moderne biotechnologie

3/4 Biotechnologie.

Welke drie 'nieuwe' vormen van biotechnologie worden vooral toegepast of kunnen worden toegepast?

Voorbeelden van Nieuwe Biotechnologische Processen

4/4 Biotechnologie.

Geef zes voorbeelden (met korte beschrijving) van zoveel mogelijk uiteenlopende aard van 'nieuwe' biotechnologische processen.

Toepassingen van biotechnologie in de industrie

1/2 Biotechnologie.

Geef zes verschillende sectoren in de maatschappij of de industrie waarin biotechnologie wordt toegepast als middel om bepaalde processen of de productie van bepaalde stoffen mogelijk te maken.

Voorbeelden van Biotechnologische Toepassingen

2/2 Biotechnologie.

Geef uit elke sector één bestaand voorbeeld en één voorbeeld van een toepassing die nog zou kunnen worden uitgevonden (geen verdere uitwerking nodig).

Biotechnologie en Criminaliteitsbestrijding

1/3 Criminaliteit.

Voor de bestrijding van de criminaliteit heeft de biotechnologie een aantal mogelijkheden tot haar beschikking.

Welke (minstens twee)?

Juridische Problemen bij Criminaliteit en Privacy

2/3 Criminaliteit.

Welke juridische problemen (2x) moeten bij de toepassing van deze mogelijkheden worden overwonnen?

Gebruik van DNA-bewijs in de wetgeving

3/3 Criminaliteit.

Hoe staat de Nederlandse wetgeving op dit moment tegenover de gebruikmaking van de 'genetic fingerprint'?

Verandering van Nucleotide in DNA

1/2 Eén nucleotide vervangen in DNA.

Een onderzoeker wil een bepaald enzym veranderen door op een bepaalde plaats in het enzymmolecuul het aminozuur methionine te vervangen door arginine. Het blijkt dat dit mogelijk is door in het DNA in de template streng (= matrijsstreng) één nucleotide te vervangen.

Welk nucleotide in de template streng moet hij dan vervangen?

Invloed van Aminozuurverandering op Eiwitfunctie

2/2 Eén nucleotide vervangen in DNA.

Het eiwit dat wordt gevormd op basis van dit veranderde DNA, blijkt geen enzymwerking meer te vertonen.

Leg uit waardoor in dit geval vervanging van slechts één aminozuur door een ander aminozuur op een bepaalde plaats in het eiwitmolecuul er de oorzaak van is, dat het gevormde eiwit de enzymwerking niet meer heeft.

Genenbanken voor Planten en Hun Doel

1/2 Genenbank.

Wat wordt verstaan onder een genenbank voor planten en in welke vorm en voor welk doel wordt een dergelijke bank beheerd?

Haalbaarheid van een Genenbank voor Mensen

2/2 Genenbank.

Tegenwoordig worden overal ter wereld genenbanken ingericht ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek.

Is het ontwikkelen en beheren van een genenbank voor mensen op een termijn van ca 50 jaar een haalbaar project en beargumenteer je antwoord.