Oefentoets Biologie: Zenuwstelsel - ziektes | HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 10 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

10

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Zenuwstelsel

1/4 De ziekte van Alzheimer.
Zie figuur A 446 van de bijlage.

De ziekte van Alzheimer is een vorm van ouderdomsdementie. Amerikaanse onderzoekers hebben onlangs een test beschreven waarmee de ziekte van Alzheimer kan worden vastgesteld. Ze druppelen tropicamide in een oog van de te onderzoeken persoon. Bij Alzheimer-patiënten leidt dit tot een aanzienlijk grotere verwijding van de pupil dan bij andere mensen. Tropicamide wordt gewoonlijk toegepast door oogartsen die via de pupil het netvlies willen bekijken.

De wijdte van de pupil wordt geregeld via de pupilreflex.

Waardoor wordt de pupil verwijd?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

2/4 De ziekte van Alzheimer.

Welke prikkel leidt onder normale omstandigheden tot het verwijden van de pupil?

Zenuwstelsel

3/4 De ziekte van Alzheimer.

Het is bekend dat in de hersenen van patiënten met de ziekte van Alzheimer eenzelfde type storing optreedt als bij mensen met het syndroom van Down. Mensen met het syndroom van Down zijn vaak overgevoelig voor tropicamide. Daardoor ontstond het idee om tropicamide te gebruiken als indicator voor de ziekte van Alzheimer.
Om na te gaan of tropicamide inderdaad bruikbaar is als indicator, werd deze stof aan Alzheimer-patiënten toegediend. Hierbij werd een controlegroep gebruikt.

Bestond deze controlegroep uit mensen met het syndroom van Down of juist niet? Leg je antwoord uit.

Zenuwstelsel

4/4 De ziekte van Alzheimer.
Zie figuur B 2405 van de bijlage.

De afbeelding geeft twee karyogrammen weer.

Welk karyogram hoort bij een kind met het syndroom van Down?
Is dit kind een jongen of een meisje?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

1/2 Hersenproblemen.
Zie de figuren A 1220 en A 1221 van de bijlage.

Vul het ontbrekende woord in onderstaande zinnen in.

Bij een ouder persoon wordt de ziekte van Alzheimer geconstateerd.

Bekijk afbeelding A 1220.

De onderste tekening geeft een beeld van deze patiënt aan, er is veel minder activiteit van [invulveld].

Bekijk nu afbeelding A 1221.

De arts bekijkt opnamen die met de [invulveld] techniek zijn gemaakt.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

2/2 Hersenproblemen.
Zie figuur A 1222 van de bijlage.

In de afbeelding hiernaast zie je een beeld van de hersenen bij iemand met de ziekte van Parkinson. Er is een probleem met de overdracht van stoffen bij de ruimte tussen twee zenuwcellen, dat zie je rechts.

Die ruimte heet de [invulveld].
De pijlen stellen [invulveld] voor.

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Ongeval.

Bij een ongeval is een zenuw in de bovenarm beschadigd.
Als gevolg hiervan is de onderarm gevoelloos.

Een verklaring hiervoor is, dat

Zenuwstelsel

1/3 Voorkómen van sportblessures.
Zie figuur B 1391 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding

De tekst en de tekeningen in de figuur zijn afkomstig uit de Postbus 51-brochure "Blessures, maak er geen sport van".

Tekst:
Warming-up.
Koude spieren in rusttoestand moeten niet plotseling zwaar belast worden. Want dan kunnen ze scheuren. Vandaar de warming-up voor de wedstrijd of de training, al dan niet vergezeld van een massage. De warming-up moet twee dingen doen: de spiertemperatuur opvoeren en de lichaamsfuncties op actieniveau brengen. (zie bovenste mannetje van de figuur).

Cooling-down.
Bij het trainen of sporten gebruik je je spieren intensief. Daardoor hopen zich in de spieren afvalstoffen op. Die stoffen veroorzaken spierpijn en moeten er dus uit. Daarvoor is een behoorlijke bloedsomloop nodig. Vandaar dat je na het sporten niet moet neerploffen, maar nog wat moet uitlopen en/of rustige oefeningen moet doen. Daar zitten ook wat strek- (stretch-)oefeningen bij, om de spieren weer naar de normale spanning terug te brengen (zie onderste mannetje in de figuur).

Zie volgende scherm

Zenuwstelsel

2/3 Voorkómen van sportblessures.
Zie figuur C 91 van de bijlage.

Van welk deel of van welke delen van het autonome zenuwstelsel neemt de activiteit tijdens de warming-up toe?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

3/3 Voorkómen van sportblessures.

Ondanks de adviezen over warming-up, krijgt iemand een blessure waarbij een spier scheurt. De blessure wordt door de verzorger direct met ijs gekoeld.

Beïnvloedt dit koelen de frequentie van impulsen vanuit de gescheurde spier naar de hersenen?
Zo ja, is deze impulsfrequentie lager of hoger dan zonder koeling?