Dierfysiologie
11/16 Vleermuizen.
In informatie 4 staat dat het netvlies van Nederlandse vleermuizen één type zintuigcellen bevat.
Bevat het netvlies alleen staafjes of bevat het alleen kegeltjes? Leg je antwoord uit.
Deze oefentoets bevat 19 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
19
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
11/16 Vleermuizen.
In informatie 4 staat dat het netvlies van Nederlandse vleermuizen één type zintuigcellen bevat.
Bevat het netvlies alleen staafjes of bevat het alleen kegeltjes? Leg je antwoord uit.
12/16 Vleermuizen.
Vleermuizen in Nederland houden een winterslaap om ongunstige omstandigheden te kunnen overleven.
Noem een biotische factor uit de informatie die bepalend is voor die ongunstige omstandigheden.
13/16 Vleermuizen.
Leg uit wat het voordeel is van de verandering in de lichaamstemperatuur voor een vleermuis die in winterslaap gaat.
14/16 Vleermuizen.
Zie figuur B 4634 & figuur A 1023 van de bijlage.
Welk cijfer in de afbeelding van Informatie 2 Het lichaam geeft het orgaan aan waarin zaadcellen na de paring kunnen worden opgeslagen?
Het orgaan waarin de zaadcellen worden opgeslagen wordt aangegeven met cijfer [invulveld]
afbeelding
afbeelding
15/16 Vleermuizen.
Zie figuur B 4637 van de bijlage.
Twee vleermuizen paren in het begin van oktober.
Wanneer kan als gevolg van deze paring een bevruchting plaatsvinden volgens de informatie?
afbeelding
16/16 Vleermuizen.
Na een beet van een laatvlieger krijgt iemand dezelfde dag nog een serum en een vaccin toegediend tegen rabiës.
Welke vloeistof geeft meteen bescherming tegen een ziekteverwekker, een serum of een vaccin? Leg je antwoord uit.
1/5 Luiaards.
Zie figuur B 4653 van de bijlage.
Luiaards zijn zoogdieren die in het tropisch regenwoud in Zuid-Amerika leven. Ze hangen aan takken in bomen, waarvan ze de bladeren eten. Ze bewegen zich heel langzaam. Ze slapen ruim achttien uur per dag. In die tijd verteren ze hun voedsel.
De lichaamstemperatuur van luiaards is veel lager dan die van de meeste andere zoogdieren.
Plantenetende apen uit hetzelfde gebied en met een vergelijkbaar lichaamsgewicht eten veel meer dan luiaards, omdat ze veel meer energie nodig hebben.
Noteer twee oorzaken waardoor die apen meer energie nodig hebben dan de luiaards.
afbeelding
2/5 Luiaards.
Zie figuur B 4654 van de bijlage.
Luiaards hebben een langer darmkanaal dan even grote vleeseters, omdat plantaardig voedsel moeilijker te verteren is dan vlees.
In de afbeelding is een plantencel weergegeven.
Welke letter geeft het deel aan dat vooral moeilijk te verteren is?
afbeelding
3/5 Luiaards.
Zie figuur B 4655 van de bijlage.
In het verteringskanaal van luiaards bevinden zich veel bacteriën die plantencellen goed kunnen afbreken.
De afbeelding toont twee verschillende cellen die aangetroffen worden in het verteringskanaal van een luiaard: een bacterie en een cel van een luiaard.
Welke letter stelt de dierlijke cel voor? Leg uit waaraan je dat kunt zien in de afbeelding.
afbeelding
4/5 Luiaards.
De drievingerige luiaard hangt een groot deel van zijn leven in dezelfde boom.
Ongeveer eenmaal per week komt hij uit zijn boom naar beneden om te poepen.
Hij begraaft zijn ontlasting aan de voet van zijn boom. De ontlasting wordt door organismen in de bodem afgebroken.
Noem een groep organismen die ontlasting afbreken.
5/5 Luiaards.
Als er een drievingerige luiaard in een boom leeft, heeft dit voor de boom zowel voordelen als nadelen.
Noem een voordeel en een nadeel voor die boom.
Schrijf je antwoord zó op:
voordeel: ...........................................
nadeel: ..............................................
Afweer bij tiendoorns.
Zie figuur B 4488 & figuur B 4664 van de bijlage.
Er wordt een onderzoek gedaan naar de afweer tegen ziekteverwekkers bij de tiendoornstekelbaars.
Een aantal tiendoorns wordt besmet met een bepaalde ziekteverwekker. De reactie van het afweersysteem van de vissen is zoals bij de mens.
Na de besmetting wordt elke dag het bloed van de vissen onderzocht. Na veertien dagen zijn de ziekteverwekkers uit het bloed verdwenen.
Na enige tijd worden de vissen opnieuw met dezelfde ziekteverwekker besmet.
Na deze tweede besmetting wordt iedere dag het aantal ziekteverwekkers in het bloed bepaald. De resultaten worden weergegeven in een diagram (zie de afbeelding B 4664).
Na de tweede besmetting worden op dag 5 geen ziekteverwekkers meer in het bloed gevonden.
Mogelijke verklaringen hiervoor zijn:
1. Na de tweede besmetting worden eerder antistoffen gemaakt dan na de eerste.
2. Na de tweede besmetting worden de antistoffen in een grotere hoeveelheid gemaakt dan na de eerste.
Kunnen deze verklaringen juist zijn?
afbeelding
afbeelding
1/4 Huisvesting baardagaam.
Zie figuur B 5093 van de bijlage.
Baardagamen zijn koudbloedige dieren en daarom is de temperatuur in een terrarium waarin ze worden gehouden van groot belang. De beste temperatuur voor baardagamen ligt overdag tussen de 26 graden (koele plek) en 45 graden (onder de lamp).
Als het te warm in een terrarium wordt, zal de baardagaam moeten afkoelen.
Noem een manier voor de baardagaam om af te koelen.
afbeelding
2/4 Huisvesting baardagaam.
Hoe kun je aan een baardagaam zien dat het te koud is in het terrarium?
4/4 Huisvesting baardagaam.
Voor een baardagaam zijn de volgende aspecten van de zon van belang:
- warmte
- UV-straling
- licht
Waarom is UV-straling belangrijk voor de baardagaam?
Vlooien.
Een vrouwelijke vlo zuigt per keer tien maal zoveel bloed op als een mannelijke vlo. Toch is een vrouwelijke vlo niet tien maal zo groot als een mannelijke.
Waardoor heeft een vrouwelijke vlo veel meer voedsel nodig dan een mannelijke?
Mest.
Een boer wil niets veranderen aan de manier waarop hij zijn varkens voert. Toch wil hij de opbrengst aan varkens van zijn bedrijf vergroten.
Door welke van de volgende maatregelen nemen de varkens op een mesterij sneller in gewicht toe?
1. De varkenshokken in de winter verwarmen.
2. De varkens in nauwe hokken zetten, waar ze zich nauwelijks kunnen bewegen.
Een risico bij vlees eten.
Artikel uit het Brabants Dagblad, 23 december 1997), Waarschuwing van microbioloog: VLEES ETEN RISICO DOOR ANTIBIOTICA.
Het voeren van antibiotica aan kalkoenen, kippen, runderen en varkens is niet zonder risico en kan op den duur zelfs levensgevaarlijk zijn voor de consument. Dat stelt dierenarts/microbioloog dr. A. van den Bogaard van de Universiteit Maastricht.
Van den Bogaard, die al enkele jaren onderzoek doet naar het gebruik van antibiotica, schat dat op dit moment twintig procent van de vleesetende Nederlanders is besmet met resistente bacteriën. Die besmetting houdt volgens de microbioloog rechtstreeks verband met het eten van kippen, kalkoenen, runderen en varkens die met antibiotica zijn behandeld om sneller te groeien.
Resistente bacteriën kunnen in bepaalde omstandigheden tot gevolg hebben dat zelfs een gewone steenpuist of oorontsteking een mens het leven kan kosten. "Ik zeg niet dat dàt nu al het geval is. Maar besmetting kan op den duur levensgevaar opleveren" aldus Van den Bogaard. Antibiotica geldt als groeibevorderaar maar zorgt ook voor toenemende resistentieproblemen. Door het eten van het vlees kunnen de resistente bacteriën de mens 'koloniseren'. In Zweden is het gebruik van antibiotica daarom al sinds 1986 verboden. Zweden toont volgens hem aan dat ook zonder deze middelen moderne veehouderij mogelijk is.
Woordvoerder C. van Boven van de Gezondheidsraad zei gisteren dat het ook in Nederland afgelopen moet zijn met het toevoegen van antibiotica als groeibevorderaar in veevoer. In het Tijdschrift voor de Diergeneeskunde en het gezaghebbende The New England Journal of Medicine stelt de microbioloog deze maand dat op dit moment meer antibiotica omgaat in de pluim- en vleesveehouderij dan in de geneeskunde.
Verhitting
Het Productschap voor Vee, Vlees en Eieren reageerde gisteren meteen door te benadrukken dat eventueel aanwezige bacteriën op vlees en pluimvee bij verhitting onschadelijk worden gemaakt. Het Productschap voor Vee, Vlees en Vis wijst erop dat de Europese commissie inmiddels het gebruik van het antibioticum avoparcine in veevoer verboden heeft.
Maatregelen
Kamerlid M. Vos (GroenLinks) eist in schriftelijke vragen antwoord op de vraag welke concrete maatregelen de ministers denken te nemen.
Leg uit hoe een antibioticum als groeibevorderaar kan werken.